Naar inhoud springen

Pagina:Wetboek van Strafregt. Code Pénal (1867).pdf/86

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
detachementen hulp-maréchaussée. zie Kon. Besluit 13 Febr. 1845, Stbl. 8; en o. a. Kon. Besluit 5 Novemb. 1853, Stbl. 113.
Zie ook art. 11, wet 7 Mei 1856, Stbl. 32, omtrent de huishouding en tucht op de koopvaardijschepen; — art. 58, wet 21 Aug. 1859, Stbl. 98, omtrent het gebruik der spoorwegen.
Art. 210. Wanneer dit gepleegd is door meer dan twintig gewapende personen, zullen de schuldigen met dwangarbeid voor een tijd (een tuchthuisstraf van minstens vijf en hoogstens vijftien jaren) gestraft worden; en zoo er geen voeren van geweer [1]) bij plaats gehad heeft, zullen zij met het tuchthuis (van vijf tot tien jaren) gestraft worden. Art. 210. Si elle a été commise par plus de vingt personnes armées, les coupables seront punis des travaux forcés à temps; et s'il n'y a pas eu port d'armes, ils seront punis de la réclusion.
Art. 211. Zoo de wederspannigheid gepleegd is door een gewapende vereeniging of zamenrotting van drie of meer, tot twintig personen ten hoogste, zal de straf in het tuchthuis (van vijf tot tien jaren) bestaan. Zoo er geen geweervoeren bij plaats gehad heeft, zal de straf in een gevangenzetting van ten minste zes maanden en ten hoogste twee jaren bestaan. Art. 211. Si la rébellion a été commise par une réunion armée de trois personnes ou plus, jusqu'à vingt inclusivement, la peine sera la réclusion; s'il n'y a pas eu port d'armes, la peine sera un emprisonnement de six mois au moins pet deux arts au plus.
Art. 212. Zoo de wederspannigheid slechts van [2]) een of twee personen, met wapenen, gepleegd is, zal zij gestraft worden met eene gevangenzetting van zes maanden tot twee jaren; en zoo zij zonder geweer of wapenen plaats heeft gehad, met een gevangenzetting van zes dagen tot zes maanden. Art. 212. Si la rébellion n'a été commise que par une ou deux personnes, avec armes, elle sera punie d'un emprisonnement de six mois à deux ans; et si elle a eu lieu sans armes, d'un emprisonnement de six jours à six mois.
Art. 213. In geval van wederspannigheid met (bende of [3]) zamenrotting zal het 100e art. van dit Wetboek toepasselijk zijn op de zaamgerottenen zonder gezag of post in de bende, die op de eerste waarschuwing van het openbaar gezag terug getreden zijn, of zelfs later, in gevalle zij niet op de plaats der wederspannigheidspleging, en zonder nieuwen wederstand of wapenen, gevat worden. Art. 213. En cas de rébellion avec bande ou attroupement, l'article 100 du présent Code sera applicable aux rebelles sans fonctions ni emplois dans la bande, qui se seront retirés au premier avertissement de l'autorité publique, ou même depuis, s'ils n'ont été saisis que hors du lieu de la rébellion, et sans nouvelle résistance et sans armes.
Aanschrijving van den Minister van Oorlog (ad interim), van 7 April 1848, n°. 21, a: „Voor het geval, dat de rust door
  1. Beter: wapenen.
  2. Beter: door —.
  3. Deze twee woorden ontbreken in de officiële vertaling.