Naar inhoud springen

Pagina:Wetboek van Strafregt. Code Pénal (1867).pdf/87

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
Aanschrijving van den Minister van Oorlog (ad interim), van 7 April 1848, n°. 21, a: „Voor het geval, dat de rust door kwaadwilligen mogt gestoord worden, en dat er zamenscholingen zijn, die uit een moeten gedreven worden, zal de Kommandant der militaire magt, dat is van elk detachement, dat tot die uiteendrijving moet mede werken, alvorens tot de wapenen gebruik te maken, van zijne zijde de zamenscholing op deze wijze hoorbaar waarschuwen:
gehoorzaamheid aan de wet! naar huis — of geweld zal worden gebruik!
Het zal voldoende zijn dit driemaal te bevelen. Mogt ongeacht deze waarschuwing daaraan geen gehoor worden gegeven, dan is elk Kommandant geregtigd, en in de meeste gevallen verpligt van de wapenen gebruik te maken.
Zoodra intusschen een aanval op de militaire magt geschiedt, en het wettige zelfverdediging geldt, zijn geene sommatiën noodig.” (Rec. Mil. 1848, pag. 37; — zie ook art. 100.)
Art. 214. Alle vereeniging van personen tot pleging van een misdaad of wanbedrijf, wordt voor gewapende zamenrotting of vereeniging gerekend, wanneer meer dan twee personen zigtbare wapenen voeren. Art. 214. Toute réunion d'indi-vidus pour un crime ou un délit, est réputée réunion armée, lorsque plus de deux personnes portent des armes ostensibles.
Art. 215. Diegene die van verborgene wapenen voorzien mogten zijn, en deel hebben in eene zamenrotting of vereeniging, die niet voor gewapend gerekend wordt, zullen, ieder voor zich, gestraft worden alsof zij tot eene gewapende zamenrotting of vereeniging behoord hadden. Art. 215. Les personnes qui se trouveraient munies d'armes cachées, et qui auraient fait partie d'une troupe ou réunion non réputée armée, seront individuellement punies comme si elles avaient fait partie d'une troupe ou réunion armée.
Art. 216. De daders der misdaden en wanbedrijven gedurende of ter gelegenheid van eene wederspannigheid gepleegd, zullen gestraft worden met de straffen tegen ieder dezer misdaden gesteld, in gevalle deze straffen zwaarder zijn dan die van de wederspannigheid zelve. Art. 216. Les auteurs des crimes et délits commis pendant le cours et à l'occasion d'une rébellion, seront punis des peines prononcées contre chacun de ces crimes, si elles sont plus fortes que celles de la rébellion.
Art. 217. Als schuldig aan de wederspannigheid zal gestraft worden, al wie daartoe opgezet zal hebben, hetzij door redenen in openbare plaatsen of bijeenkomsten gevoerd, hetzij door aangeslagen plakkaten, hetzij door gedrukte geschriften.
In gevalle het tot geen wederspannigheid gekomen mogt zijn, zal de opzetter gestraft worden met eene gevangenzetting van ten minste zes dagen, en ten hoogste een jaar.
Art. 217. Sera puni comme coupable de la rébellion quiconque y aura provoqué, soit par des discours tenus dans des lieux ou réunions publics, soit par placards affichés, soit par écrits imprimés.
Dans le cas où la rébellion n'aurait pas eu lieu, le provocateur sera puni d'un emprisonnement de six jours au moins et d'un an au plus.