Naar inhoud springen

Pagina:Wetboek van Strafregt. Code Pénal (1867).pdf/88

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
Wet 16 Mei
1829, Stbl.
34.
houdende aanvulling van eenige gapingen in het Wetboek van Strafregt.
Art. 1 Onverminderd de bepalingen van art. 60 van het Wetboek van Strafregt en in al de gevallen bij dat Wetboek niet uitdrukkelijk voorzien, zal als medepligtige van eene begane misdaad of misdrijf worden beschouwd, degeen, die, hetzij door aanspraken in het openbaar ten aanhoore van eene verzameling van personen gehouden, hetzij door plakschriften, hetzij door gedrukte of ongedrukte en verknochte of verspreide geschriften, de burgers en ingezetenen zal hebben opgetuid om eene misdaad of misdrijf te begaan.
Dezelfde bepaling is mede toepasselijk in geval ten gevolge der opruijing slechts eene poging van misdaad of misdrijf, overeenkomstig art. 2 en 3 van het Wetboek op het Strafregt heeft plaats gehad.
Indien de opruijing geen gevolg hoegenaamd heeft gehad, zal dezelve worden gestraft met eene geldboete van 50 tot 100 gulden, of in geval van verzwarende omstandigheden, met eene gevangenis, welke den tijd van zes maanden niet zal kunnen te boven gaan.
(Zie verder artt. 5 en 6 dezer wet en de wet 1 Junij 1830, ad art. 367; — ook artt. 100, 102, 202.)
Art. 218. In alle gevallen, waarin ter zake van het plegen van wederspannigheid, eene bloote straf van gevangenzetting gewezen wordt, zullen de schuldigen bovendien tot eene geldboete van zestien tot twee honderd franken veroordeeld mogen worden. Art. 218. Dans tous les cas où il sera prononcé, pour fait de rébellion, une simple peine d'emprisonnement, les coupables pourront être condamnés en outre à une amende de seize francs à deux cents francs.
Art. 219. Als vereeniging of zamenrotting [1]) van wederspannigen zullen gestraft worden zoodanige vereenigingen of zamenrottingen als met of zonder wapenen geschied en verzeld gegaan zullen zijn van gewelddadigheden of dreigementen tegen het regeringsgezag, de policie-ambtenaren of agenten, of den gewapenden arm:
1. Door ambachtslieden of daghuur-ders, in de openbare werkplaatsen of fabrieken;
2. Door personen in godshuizen toe-gelaten;
3. Door beklaagde, beschuldigde of veroordeelde gevangenen.
Art. 219. Seront punies comme [réunions] de rebelles, celles qui auront été formées avec ou sans armes, et accompagnées, de violences ou de menaces contre l'autorité administrative, les officiers et les agents de police, ou contre la force publique,
1. Par les ouvriers ou jour-naliers, dans les ateliers publics ou manufactures;
2. Par les individus admis dans les hospices;
3. Par les prisonniers, prévenus, accusés, ou condamnés.
  1. Beter: vereenigingen of zamenrottingen.