Naar inhoud springen

Pagina:Wetboek van Strafregt. Code Pénal (1867).pdf/90

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
223. De beleediging door gebaarden (gebaren) of dreigementen jegens een magistraatspersoon, in de waarneming zijner bediening of ter gelegenheid van die waarneming gedaan, zal gestraft worden met van een mand tot zes maanden gevangenzetting; en in geval de beleediging plaats heeft ter rolle of bij de teregtzitting van een hof, vierschaar of geregt, zal zij gestraft worden met gevangenzetting van een maand tot twee jaren. 223. L'outrage fait par gestes ou menaces à un magistrat dans l'exercice ou à l'occasion de l'exercice de ses fonctions, sera puni d'un mois à six mois d'emprisonnement ; et si l'outrage a eu lieu à l'audience d'une cour ou d'un tribunal, il sera puni d'un emprisonnement d'un mois à deux ans.
224. De beleediging met woorden, gebaarden (gebaren) of dreigementen aan eenig bedienend beambte, of een de gewapende magt in handen hebbend agent, in de waarneming of ter gelegenheid van de waarneming zijner bediening gedaan, zal gestraft worden met eene geldboete van zestien tot twee honderd franken. 224. L'outrage fait par paroles, gestes ou menaces à tout officier ministériel, ou agent dépositaire de la force publique, dans l'exercice ou à l'occasion de l'exercice de ses fonctions, sera puni d'une amende de seize francs à deux cents francs.
225. De straf zal van zes dagen tot een maand gevangenzetting zijn, in gevalle de beleediging bij het vorig artikel gemeld, tegen een bevelhebber van de gewapende magt geschied is. 225. La peine sera de six jours à un mois d'emprisonnement, si l'outrage mentionné en l'article précédent a été dirigé contre un commandant de la force publique.
226. In geval van artikel 222, 223 en 225, zal de beleediger, boven en behalve de gevangenzetting, verwezen mogen worden om, hetzij ter naaste rolle of teregtzitting, hetzij bij geschrifte, herstelling te doen; en zal de gevangenzetting tegen hem gewezen, niet gerekend worden, dan van den dag dat de herstelling geschied is. 226. Dans le cas des articles 222, 223 et 225, l'offenseur pourra être, outre 1'emprisonnement, condamné à faire réparation, soit à la première audience, soit par écrit; et le temps de l'emprisonnement prononcé contre lui ne sera compté qu'a dater du jour où la réparation aura eu lieu.
(Zie art. 21, Wet 29 Junij 1854, Stbl. 102.)
227. In geval van art. 224 zal de beleediger desgelijks, boven en behalve de geldboete verwezen mogen worden tot het doen van herstelling aan den beleedigde; en zoo hij daarin vertraagt of weigerig is, zal hij daartoe bij aantasting van persoon genoodzaakt worden. 227. Dans le cas de l'article 224, l'offenseur pourra de même, outre l'amende, être condamné à faire réparation à l'offensé ; et s'il retarde ou refuse, il y sera contraint par corps.
228. Al wie, zelfs zonder wapenen, en zonder dat er kwetsuren uit ontstaan zijn, een magistraatspersoon in de waarneming zijner bediening, of ter gelegen 228. Tout individu qui, même sans armes, et sans qu'il en soit résulté de blessures, aura frappé un magistrat dans l'exercice de