Naar inhoud springen

Pagina:Wetboek van Strafregt. Code Pénal (1867).pdf/98

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
255. Al wie zich schuldig gemaakt zal hebben aan verduisteren, wegnemen of vernielen, bij het vorig artikel gemeld, zal met het tuchthuis (van vijf tot tien jaren) gestraft worden.
In gevalle de misdaad het werk is van den bewaarhouder zelven, zal hij met dwangarbeid voor een tijd (eene tuchthuisstraf van minstens vijf en hoogstens vijftien jaren) gestraft worden.
255. Quiconque se sera rendu coupable des soustractions, enlèvements ou destructions mentionnés en l'article précédent, sera puni de la réclusion.
Si le crime est l'ouvrage du dépositaire lui-même, il sera puni des travaux forcés à temps.
256. In gevalle het verbreken der verzegeling, het verduisteren, wegnemen, of vernielen van stukken, met feitelijkheid tegen de personen gepleegd is, zal de straf tegen iedereen, in den dwangarbeid voor een tijd (eene tuchthuisstraf van minstens vijf en hoogstens vijftien jaren) bestaan, onverminderd zwaarder straffen, zoo de zaak die meêbrengt, naar den aard der feitelijkheden en andere misdaden, die daarmede gepaard zouden mogen gaan. 256. Si le bris de scellés, les soustractions, enlèvements ou destructions de pièces ont été commis avec violence envers les personnes, la peine sera, contre toute personne, celle des travaux forcés à temps; sans préjudice de peines plus fortes, s'il y a lieu, d'après la nature des violences et des autres crimes qui y seraient joints.

§ 6.

§ 6.

Beschadiging van gedenkstukken.

[Dégradation] de monuments.

257. Al wie gedenkstukken, standbeelden, en andere voorwerpen die ten algemeenen nutte of versiering geschikt en door (het) openbaar gezag of op goedvinden van hetzelve, opgerigt zijn, vernield, omgeworpen, verminkt, of beschadigd zal hebben, zal gestraft worden met eene gevangenzetting van een maand tot twee jaren, en eene geldboete van honderd tot vijf honderd franken. 257. Quiconque aura détruit, abattu, mutilé ou dégradé des monuments, statues et autres objets destinés à l'utilité ou à la décoration publique, et élevés par l'autorité publique ou avec son autorisation, sera puni d'un emprisonnement d'un mois à deux ans, et d'une amende de cent francs à cinq cent francs.
Kon. besl. 15
Maart 1820,
Stbl. 6.
— houdende strafbepalingen tegen het vernielen, afzeilen of doen afdrijven van baken en tonnen.
Wet 7 Maart
1852, Stbl.
48.
— tot regeling der gemeenschap door electro-magnetische telegraphen.
Art. 12. Art. 257 van het Strafwetboek is toepasselijk op moedwillige beschadiging en verstoring van telegraphische toestellen.
Art. 10. — — Art. 463 van het Strafwetboek is toepasselijk op overtredingen, krachtens de tegenwoordige wet strafbaar.

§ 7.

§ 7.

Aanmatiging van titels of bedieningen.

Usurpation de titres ou fonctions.

258. Al wie, zonder regt daartoe, 258. Quiconque, sans titre,