van den bijzonderen eigendom gevolg zijn, te verlichten. Het is evenzeer onzedelijk als valsch.
Onder het socialisme zal dit alles natuurlijk gewijzigd worden. Er zullen dan geen menschen zijn, die leven in vunze krotten en vunze vodden, en die ongezonde, hongergekwelde kinderen trachten groot te brengen te midden van onmogelijke allerterugstootendste omgevingen. De veiligheid der samenleving zal niet, als nu, afhankelijk zijn van den staat van het weder. Als de vorst invalt, zullen wij niet een honderdduizend werkloozen hebben, die in een toestand van walgelijke ellende de straten afloopen of kermen tot hun buren om een aalmoes, of zich verdringen aan de deuren van walgingwekkende toevluchten om zich een homp brood of een onreine slaapgelegenheid voor den nacht te verzekeren. Elk lid der maatschappij zal deelen in het algemeen welvaren en het algemeene geluk der maatschappij, en als de vorst invalt, zal niemand er feitelijk slechter aan toe zijn.
Aan den anderen kant zal het socialisme als zoodanig zijn waarde hebben om de eenvoudige reden dat het voeren zal tot een hooger individualisme.
Het socialisme, of communisme, of hoe men het belieft te noemen, zal den bijzonderen eigendom omzetten in staatsvermogen, en samenwerking in de plaats stellen van concurrentie, en zoodoende de maatschappij herstellen in haar zuiveren staat van door-en-door gezond organisme, en den materiëelen welstand van elk lid der gemeenschap waarborgen. Het zal feitelijk aan het leven zijn natuurlijken grondslag en zijn natuurlijke ontwikkelingssfeer geven. Maar voor de volle ontwikkeling des levens tot zijn hoogsten staat van volmaaktheid is meer noodig. Wat noodig is, is individualisme. Indien het socialisme gezagmatig zal zijn; indien er