kan vrij zijn. Zijn persoonlijkheid onverstoord. Hij kan in vrede zijn. En bovenal mogen zij niet bemoeizuchtig zijn tegenover anderen of dezen in het minst veroordeelen. Persoonlijkheid is een zeer geheimzinnig iets. Een mensch kan niet steeds geschat worden naar wat hij doet. Het is mogelijk dat hij de wet betracht en toch een onwaardige is. Hij kan de wet overtreden en toch een edele natuur zijn. Hij kan slecht zijn zonder ooit iets slechts te doen. Hij kan zondigen tegen de maatschappij, en toch door die zonde zijn waarachtige vervolmaking verwezenlijken.
Daar was een vrouw die betrapt werd op overspel. Men verhaalt ons haar liefdesgeschiedenis niet, maar haar liefde moet zeer groot geweest zijn; want Jezus zeide dat haar zonden haar vergeven waren niet omdat zij berouw toonde, maar omdat haar liefde zoo sterk en zoo wonderbaarlijk was. Een tijd later, kort vóor Jezus' dood, toen hij aanzat aan een feestmaal, kwam die vrouw binnen en stortte kostelijk reukwerk op zijn haren. Zijn jongeren trachtten haar terecht te wijzen en zeiden dat het een buitensporigheid was, en dat de prijs van het reukwerk beter besteed ware geweest aan weldadigen onderstand van behoeftigen, of aan iets dergelijks. Jezus deelde hun opvatting niet. Hij wees er op dat de stoffelijke behoeften van den mensen wel groot waren en onafgebroken, maar dat de geestelijke behoeften der menschen nog grooter waren, en dat in een enkel goddelijk oogenblik en door haar eigen wijze van uiting te kiezen een persoonlijkheid haar volmaaktheid kon bereiken. De wereld aanbidt nog altijd deze vrouw als een heilige.
Ja, daar schuilen groote mogelijkheden in het individualisme. Zoo ontneemt, bijvoorbeeld, het socialisme aan het familieleven zijn beteekenis. Met de afschaffing van den bijzonderen eigendom moet