Naar inhoud springen

Pagina:Wilde, Individualisme en Socialisme (vert. Boutens 1913).pdf/46

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

kunstenaars, die het algemeene gebrek aan smaak weigeren aan te nemen als eigen peilschaal en de kunst niet willen beschouwen als een eenvoudige zaak van vraag en aanbod. Met zijn wonderbaarlijke, levendige persoonlijkheid, met zijn voordracht die alles kleurt en bezielt, met zijn buitengemeene macht niet over bloote tooneelmatige nabootsing, maar over herscheppende verbeelding en intellect, zoû Irving, indien het alleen zijn doel was geweest het publiek te geven wat het verlangde, de ordinairste tooneelspelen hebben kunnen opvoeren op de ordinairste manier en daaruit zooveel succes en geld hebben kunnen slaan als iemand maar met mogelijkheid kon begeeren. Maar dit was zijn streven niet. Zijn doel was, onder bepaalde voorwaarden en in bepaalde kunstvormen zijn eigen vervolmaking als kunstenaar te verwezenlijken. Eerst richtte hij zich tot de minderheid, nu heeft hij de meerderheid opgevoed. Hij heeft in zijn publiek zoowel geest als temperament geschapen. Dat publiek waardeert zijn kunstenaarssucces bovenmate. Toch vraag ik mij dikwijls af of zij inzien dat dit succes uitsluitend te danken is aan het feit dat hij hun peil niet als het zijne aanneemt, maar hen tot het zijne opvoedde. Andersom zoû het Lyceum een soort tweederangs-kermistent geweest zijn, zooals enkele volksschouwburgen in Londen nu zijn. Maar hoe dit zij, het feit blijft dat smaak en temperament in zekere mate bij het publiek zijn wakker geroepen, en dat het dus in staat is deze eigenschappen te ontwikkelen. Hoe komt het dan dat het publiek niet van-zelf meer beschaafd wordt? Immers, zij hebben den aanleg. Wat houdt hen tegen?

Ik kan alleen herhalen dat zij tegengehouden worden door hun lust om over kunstenaar en kunstwerk gezag te oefenen. Naar enkele schouwburgen, zooals Lyceum en Haymarket, schijnt het publiek