Pagina:WitteHeinrichFlora1868.djvu/83

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
 

WISTERIA CHINENSIS De C. 
WISTERIA CHINENSIS Var. ALBIFLORA.

Nat. Familie:

PAPILIONACEÆ.

Klasse en Orde van LINNÆUS:

DIADELPHIA DECANDRIA (Tweebroederige-Tienmannige)[1].

 

 

Niet altijd valt eene werkelijk fraaije plant, nadat ze uit haar vaderland naar Europa is overgebragt, het voorregt ten deel van op hare wezenlijke waarde geschat te worden; ja, 't zou mij niet moeijelijk vallen eene lange opsomming te geven van planten, welke in vele opzigten verdienden algemeen gekend en in eere gehouden te worden, en die toch, of kort na haar verschijnen in onze tuinen, door achteloosheid, somtijds ook door onbekendheid, weêr verdwenen en vergeten werden, of die nog wel hier en daar aangetroffen, door enkelen zelfs met liefde verzorgd, maar toch door het algemeen veronachtzaamd worden.

Trouwens iedereen, die slechts een der plaatwerken onder zijn bereik heeft, waarin, vóór een zestig of zeventig jaar, de toen gaandeweg als nieuw bekend geworden planten werden afgebeeld, inzonderheid het reeds meer genoemde Botanical Magazine of ook het iets jongere Botanical Register, kan zich hiervan zeer gemakkelijk overtuigen.

Aan den anderen kant hield en houdt men nog steeds vele planten in waarde, die meer beteekenis hebben voor den botanist dan voor den bloemist en die voor den liefhebber zelfs van vrij ondergeschikt belang zijn.


  1. De klasse der Tweebroederige, de 17e van het Linnæaansche stelsel, doelt op het onderling zamengroeijen der helmdraadjes. De meeldraden zijn hier namelijk—zoo heet het althans in beginsel—tot twee bundels vereenigd, terwijl al de helmknopjes vrij blijven. Men versta dit echter zóó: dat al de meeldraden, op één na, grootendeels met de helmdraadjes onderling vergroeid zijn, zoodat men één bundel meeldraden en een enkelen vrijen meeldraad aantreft, 't Gebeurt echter niet zelden dat men in bloemen van planten, die toch zonder eenigen twijfel tot deze Klasse behooren en er trouwens door Linnæus zelf toe gerekend werden, alle meeldraden onderling vereenigd vindt. De vorm der bloemen heft dan den twijfel op. Bij deze Klasse worden de Orden bepaald naar het aantal meeldraadjes; derhalve wijst de benaming Tienmannige hier ook op tien meeldraden.
11