Reize door de majorij van 's Hertogenbosch/Voorrede

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
titelpagina e.d. Reize door de majorij van 's Hertogenbosch van [[Auteur:|Onbekend]]

Voorrede

Eerste Brief


[ iii ]

VOORREDE.


"Eene Reize door de Majorij! – Dit is een vreemd verschijnsel!! – Wat belangrijks kan dezelve opleveren?!" – Dus denkt, dus vraagt misschien iemand, die den titel van dit Werkjen leest. – – In deeze dagen kan een Reisjen door de Majorij veel, ja zeer veel opleveren, het geen onze aandacht dubbel waardig is; en, zoo ik mij niet bedrieg, dan zullen deeze Brieven nog al het een en ander bevatten, het geen veelen mijner Landgenooten geheel en al onbekend is. – Men ziet 'er ten minsten in de denk- de handelwijze en onverdraagzaamheid der Roomschgezinden, zoo als die tegenwoordig aldaar plaats grijpt; ieder redenlijke Belijder van den schoonen Godsdienst van Jesus, moet dezelve met [ iv ] afgrijzen, doch tevens met een medelijdend en bloedend hart, beschouwen. Het is mooglijk, dat de Schrijver misschien hier of daar eene uitdrukking gebruikt heeft, welke aan sommigen eenigzints hard zal voorkomen, doch men durft ieder een verzekeren, dat dezelve niet opzetlijk, om iemand te beledigen gebruikt zij, en ook – dat 'er geen hairbreed van de waarheid word afgeweeken, ten minsten zoo veel den Uitgeever bekend is; en welke redenen zouden 'er ook voor kunnen weezen, om onwaarheid op te disschen. De Uitgeever durft zich, als een warme Vriend der waarheid, gerust hierop beroepen, dat hij ieder een uitdaage, om deeze Brieven van opzetlijke leugenen te beschuldigen; zelfs verzoekt hij zeer ernstig, om hem, wanneer de Schrijver ergens in gefeild heeft, zulks vrijpostig onder het oog te brengen, zeer gaarne zal hij zulks dan aan het Publiek bekend maaken, of wanneer 'er eens eene tweede Uitgaave deezer Reize mogt vervaardigd worden, dan zal hierin eene verändering gemaakt worden. – Vooräl word ieder een vriendlijk verzocht, om, zoo hij [ v ] eenige bijzonderheden nopens de Majorij bezit, welke den Schrijver ontglipt zijn, dezelve aan den Uitgeever onder omslag aan den Drukker te zenden, zullende van dezelve, bij eene tweede Uitgaave of bij wijze van Aanhangsel, een dankbaar gebruik gemaakt worden. – Misschien zou het meer geloofwaardigheid aan deeze Brieven bijzetten, wanneer de Uitgeever zijnen naam aan het hoofd derzelven plaatste; doch niet de naam van den Uitgeever of Schrijver, maar de zaaken 'er in vervat, en de eenvouwige waarheid, die 'er in begreepen is, moeten elken Lezer overtuigen. – Men moet 'er niet op zien, wie iets schrijft, maarwat 'er geschreeven is. – Lees dan, wie Gij ook weezen moogt, deeze Reize met een onbevooroordeeld hart – met een hart zóó vrij van vooröordeelen en partijzucht, als waar mede deeze Brieven geschreeven zijn.

Wanneer deeze Brieven mogten strekken, om de Belijders van den Roomschen Godsdienst in de Majorij (ik wensch met geheel mijn hart, dat [ vi ] dezelve deeze Brieven met aandacht moogen leezen en onderzoeken) met eene edele schaamte, over hun tot hier toe gehouden gedrag en onverdraagzaamheid, te bezielen; wanneer zij 'er door mogten worden opgewekt, om, door liefde en verdraagzaamheid jegens anders denkende Verëerers van het Opperwezen, hunne voorige fouten uit te wisschen; ja! wanneer het Lot der Hervormden in de Majorij 'er eenigzints door verzacht mogt worden, dan zal de Uitgeever de oogenblikken, aan het verzamelen deezer Brieven besteed, zegenen, en hij zal dit, als de beste belooning voor zijne moeite, aan dezelve ten koste gelegd, beschouwen.

Nog ééns. – Lees deeze Reize onbevooröordeeld, en denk, dat dezelve met geen ander oogmerk ondernomen is, dan om zich, na veelvuldige bezigheden, eenige uitspanning en verädeming te bezorgen, en dat dus deeze Brieven geschreeven zijn niet op eene wijze, zoo als de waare Menschenvriend wel gaarne alles zag, maar zoo als alles zich in de Majorij nu sedert weinige jaaren in de [ vii ] daad heeft toegedraagen, en nog daadlijk is; dan zult Gij het juiste doelwit des Schrijvers getroffen hebben, en Gij zult dan, alle vooröordeelen afleggende, dit moeten toestemmen: dat zij niet uit partijzucht, maar enkel om der waarheid hulde te bieden, geschreeven zijn.

Men heeft bij deeze Reize eenige Majorijsche Gezigten gevoegd, welke alle, zoo de Uitgeever zich niet bedriegt, zeer naauwkeurig zijn geteekend, en zeer wel met de zaaken, die zij verbeelden moeten, overeen komen. – Deeze moeten zeker aan deeze Brieven een bevalliger voorkomen bijzetten, en ook is het een bijzonder genoegen voor elken Lezer, wen hij, met een deelneemend hart zijnen Reiziger volgende, die plaatzen in plaat, zeer juist naar het leven geschetst, ziet afgebeeld, welke in zulk een Land het merkwaardigste zijn; dit verlevendigt de verbeelding – dit zet, als het ware, geest en leven bij, om zich alles duidelijker voor te stellen; tot dat einde is 'er ook een naauwkeurig Kaartjen hier bij gevoegd, het welk den Lezer in een klein bestek [ viii ] de geheele Majorij voor oogen stelt, en waardoor hij dus in staat gesteld word, om zijnen Reiziger op den voet na te treeden. – Men heeft, in het vervaardigen van hetzelve, alle naauwkeurigheid gebruikt, en 'er alle voornaame plaatzen ingebragt, zoo veel het klein bestek toeliet. – Dat ook deeze Gezigten, dit Kaartjen den Lezer mooge bevallen, en zijne goedkeuring wegdraagen, is de wensch van den

Uitgeever. 


 VERBETERING.
Bladz. 16 regel 19 staat: die Alba hem
men leeze: die Alba tegen hem