Naar inhoud springen

Reize naar Surinamen en Guiana/Vierde brief

Uit Wikisource
DERDE BRIEF Reize naar Surinamen en door de binnenste gedeelten van Guiana (1800) , vertaald door Johannes Allart

VIERDE BRIEF

Tweede aanhangzel I. HOOFTSTUK
Uitgegeven in Amsterdam door Johannes Allart.

[ 148 ]




VIERDE BRIEF.

Antwoord op de drie eerstgemelde Brieven, waar by de Fransche Ingezeten de vraag omtrent ds afschaffing der slavernye, in de Volkplantingen, alwaar dezelve nog plaats heeft, opzettelyk behandelt: hy raadt om deeze verandering, die noodzakelyk geworden is, te bevorderen; en geeft de middelen aan de hand, om daar toe te geraken, zonder aan den voorspoed der Volkplantingen nadeel toe te brengen.


Ik ben u, myn lieven vriend, zeer verplicht voor de drie brieven, welken gy my het genoegen gedaan hebt aan my te zenden, betrekkelyk het bebouwen der lage landen, waar van wy, zedert eenige jaaren, begonnen hebben proeven te nemen, en waar in gy onze meester zyt. Ik zal niet alleen voor my zelven van uwe nuttige onderrigtingen gebruik maken, maar ik zal ze ook ter kennisse brengen van alle myne medeburgers, die, even als ik, met de voortbrengzels deezer landen aan te kweken, voordeel bedoelen, of die zig by vervolg op zoortgelyke ondernemingen zouden willen toeleggen, in een uitgestrekt land, waar niets dan arbeidzaamheid noodig is. Uwe mede[ 149 ]deelende inborst, die het onderscheidend kenmerk van waare onderrigting, en de bezitting van eerlyke harten is, geeft my de verzekering, dat ik aan uw oogmerk voldoen zal, met deeze kundigheden, zoo veel my mogelyk zal zyn, te verbreiden, en zelfs door de zeer voldoende brieven, welken gy my over dit onderwerp geschreven hebt, ten algemeenen nutte te laten drukken.

Reeds hebben verscheiden van myne gebuuren, die even als ik op lage landen arbeiden, nuttige lessen van u ontfangen; en reeds begon deeze geheele streek gelukkig te worden, zoo dat men hope konde opvatten, dat dezelve t'eeniger tyd uwe schoone Volkplantingen zoude naar de kroon steken.

Maar zedert de omwenteling, die van Frankryk een Gemeenebest gemaakt, en aan alle menschen, onder deszelfs bestuur levende, het genot van alle de rechten van den mensch en burger heeft wedergegeven; die de slavernye afgeschaft, en den Neger-handel vernietigd heeft, is alles van gedaante veranderd. Men heeft op 't onverwagtst de vryheid afgekondigd aan menschen, die met eene meer of min harde, maar steeds willekeurige gestrengheid, gehouden waren tot eenen arbeid, uit deszelfs aart verachtelyk, en welken zy, zonder eenig voordeel voor zig zelven, ten [ 150 ]nutte van een enkel persoon verrigtten. Men heeft hun de volkomene vryheid overgelaten, om zig al of niet te verbinden aan hun, die welëer eigenaars van hunne persoonen waren. Het gevolg hier van is geweest, dat byna alle de Plantagiën, aan de Rivier Aprouago op laage landen aangelegd, verlaaten, of merkelyk vervallen zyn.

Ik ben een vriend der vryheid, schoon ik voor deezen veele slaven in eigendom bezat. Ik behandelde de mynen met eene byzondere gematigdheid, en ik heb 'er verscheiden van behouden. Ik zoude ze zelfs allen behouden hebben, indien de Regeering 'er niet op eene willekeurige wyze over beschikt had, door hen op andere Plantagiën, in andere landschappen, te gebruiken, om de Plantagiën, die onder handen van het bestuur in bewaring gesteld waaren, boven anderen gelukkig te doen zyn, of de belangen van byzondere persoonen te begunstigen.

Hier doet zig een vraag-punt op, het welk verscheiden Planters niet als bedenkelyk beschouwen, maar waaromtrent ik niet van hun gevoelen ben, en waar van de behandeling voor het menschdom van een byzonder belang is: zy moet ook hoogst belangryk zyn voor de Hollandsche Colonisten, onze nabuuren, wier Regeerings-bestuur, op dezelfde grondbeginzels, als het onze, ge[ 151 ]bouwd, insgelyks tot de afschaffing der slavernye zal moeten besluiten.

Om dit stuk in orde te behandelen, zal ik eerst de vragen voorstellen, en wat de meeste onzer nabuuren 'er van zeggen.

"Hoe kan de in stand houding eener Plantagie, die zoo veel arbeid, zoo veel uitschot van penningen vordert, met de vryheid der plantende Negers bestaan? Ziet gy niet, dat de Hollanders, die in deeze zoort van handel zulke groote vorderingen gemaakt hebben, onder alle Europeanen die geenen zyn, welke de Negers met de meeste gestrengheid behandelen? Dat zy met dit al in hun vaderland Comptoiren of Maatschappyen hebben, die, naar mate van de begroote waarde deezer landen, aanzienlyke sommen gelds opschieten aan de Planters, die eigentlyk niets anders doen dan het huishoudelyk bestuur der Plantagie voor hunne geldschieters waar te nemen? zouden wy, die deeze bebouwing der lage landen van verre hebben beginnen na te volgen, dit immer hebben kunnen uitvoeren, zonder de kragtdadige hulp, welke de Regeering op allerleije wyze aan de eerste bebouwers deezer landen verschaft heeft? zouden wy het hebben kunnen doen buiten het middel der slavernye, waar in de mensch geen [ 152 ]ander mogelyk bestaan heeft, dan door eenen aanhoudenden en onäfgebroken arbeid, zonder zelfs het recht te hebben, om zig te mogen beklagen? Ziet gy niet, dat alle de Fransche Volkplantingen te vuur en te zwaard verwoest worden, en dat wy eenigermaten deeze algemeene verwoesting ontduiken, doordien wy op ons zelf staan, en door de zwakheid der bevolking, die, op uitgestrekte ruimten verspreid zynde, tegen ons niet heeft kunnen zamenspannen? Schoon wy de grootste onheilen agter ons hebben, is het evenwel niet zichtbaar, dat alles in deeze Volkplanting, zedert het tydperk der vryheid, in verval geraakt is, en dat vooral de Plantagiën op lage landen het grootste verlies geleden hebben? Merk daarënboven op, dat 'er zedert geene nieuwe onderneming van dien aart is aangelegd. En, ach! hoe zoude men dien aanleg beginnen? Welke middelen, zoudt gy by de hand nemen, om de zwarten aan te zetten tot eenen arbeid, die uit deszelfs aart zwaar en onäangenaam is, en welken men jaaren lang moet voortzetten, om deeze landen droog te krygen, alvorens 'er eenige vruchten van te trekken? Ik gevoel, dat gy t'eeniger tyd zult moeten toestemmen, om aan uwe landbouwers een vierde van uwe inkomsten te ge[ 153 ]ven, gelyk, zoo men zegt, op St. Domingo plaats heeft: maar wat zult gy doen, eer het nog ver af zynde tydstip daar is, dat dit vierde iets van aanbelang bedraagt"?

Zie daar de groote en voorname tegenwerpingen: ik zal 'er volkomen op trachten te antwoorden. Het herstel der Fransche Volkplantingen, en het behoud der geenen, die nog niets geleden hebben, wordt met reden beschouwd van zulk een groot staatkundig belang te zyn, dat al het geen eenig licht verspreiden kan omtrent de middelen, waar door de één tot eenen gevestigden voorspoed komen, en de ander den schok van eene noodzakelyk gewordene verandering in het bestuur ontwyken kan, door de eigenaars in de Volkplanting met dankbaarheid behoort ontfangen te worden.

Ik heb myne denkbeelden niet eeniglyk in deeze Volkplanting opgezameld. Ik heb in de Volkplantingen van verscheiden Europeesche natiën gewoond; ik heb my toegelegd, om den inborst der Negers te leeren kennen; ik heb de verschillende manieren om hen te bestuuren, en derzelver gevolgen onderzogt; ik heb alles gelezen, wat voor en tegen de afschaffing der slavernye geschreven is geworden; en ik ben volkomen overreed, dat het mogelyk is, om, zonder benadee[ 154 ]ling der Volkplanting, Zeden- en Staat-kunde met elkander over één te brengen, mitsgaders arbeidzaamheid en voorspoed, die van elkander onafscheidelyk zyn, onder de gezengde luchtstreek zamen te paaren.

Het geen ik te zeggen heb, is geschikt om de klagten der Colonisten te bevredigen, die nog slaven bezitten, en, uit hoofde van de ellendige inrigting der Volkplantingen, alle bewysredenen tegen de slavernye der Negers, als eenen regelregten aanval op hunne eigendommen beschouwen.

Frankryk heeft het eerst, en onder de Europeesche volken nog alleen, deeze schandelyke inrigting onbepaald en volkomen afgeschaft: de gevolgen deezer omwenteling zyn byna overal schadelyk geweest; maar kunnen wy over de gevolgen wel oordeelen, zonder dat wy de oorzaken kennen; en zouden andere oorzaaken ook geene andere gevolgen hebben te weeg gebragt? Zoude eene andere handelwyze, eene andere manier om deeze verandering van slavernye in vryheid daar te stellen, geene andere uitwerkingen gehad hebben? Hier aan valt niet te twyffelen.

De Nationaale Conventie, na de grondslagen tot verklaring van de rechten van den mensch besloten te hebben, heeft deeze beginzels niet in 't oog gehouden in alle de beschikkingen, betrek[ 155 ]kelyk de Volkplantingen, welken zy aan de ondermyningen der openbaare vyanden van vryheid en gelykheid heeft overgelaten. Wel verre van het lot der slaven te verbeteren, en de middelen tot hunne vrymaking met verstand voor te bereiden, heeft zy zelfs het recht van burgerschap aan de zwarten geweigerd, en daar door aan de Planters de magt gegeven, om hun het staatkundig aanwezen te weigeren, na hun het zelve voor een oogenblik te hebben toegestaan. Noch de Regeeringen in de Volkplantingen, noch de eigenaars der Plantagiën, noch de uitvoerders van het bestuur, wilden de vryheid niet, ja zelfs wilden zy den verachtelyken en lagen staat, waar onder de zwarten zuchtten, in de minste omstandigheid niet verzachten; integendeel scheen men het 'er, na de omwenteling, op toe te leggen, om deeze vernedering tot een grondbeginzel te vestigen. Door zulk eene handelwyze heeft men te weeg gebragt, dat deeze zoort van menschen onze ergste vyanden geworden zyn, en de schoone Volkplanting van St. Domingo het onderst boven gekeerd hebben.

Toen vervolgens, in die ongelukkige tyden, in welken zy, die zig tegen de verbetering van het bestuur der Volkplantingen verzetteden, zig betoond hebben opentlyke vrienden van het Ko[ 156 ]ningschap te zyn, de Engelschen te hulp geroepen, en zelfs de Negers tegen ons gewapend hebben, in de hoop, dat het hun gelukken mogt de slavernye te herstellen; toen de uiterste middelen noodzakelyk geworden waren, heeft de Nationale Conventie de grondbeginzels der vryheid eensklaps te rug gebragt, daar het vry beter was geweest dezelven trapsgewyze te vestigen: hier uit zyn onheilen voortgesproten, die aan de andere Volkplantingen eene nuttige les geven kunden.

Zy moeten, zoo het mogelyk is, de vryheid bekomen, zonder eenigen schok, zonder wanorde in de byzondere eigendommen, en vooral zonder bloed te vergieten. Behalven het algemeen gevoelen van menschelykheid, het welk ieder eerlyk en weldenkend man doet verlangen, dat deeze verandering bewerkt worde zonder die schokken, welke zommigen van onze Volkplantingen zoo zeer beroerd hebben, kan ik niet nalaten belang te stellen in het lot van verscheiden deezer Volkplantingen, en ik moet de inwooners aanzetten, om rypelyk te denken op de aanmerkingen, die ik hun voordrage, en zig wel overtuigd te houden van deeze waarheid: dat het onmogelyk is de hatelyke inrigting der slavernye langen tyd te doen stand houden, en dat, om de afschaffing daar van voordeeligcr te doen zyn, en minder ongeregeldheid [ 157 ]te doen uitwerken, men daar in goedschiks en met beleid moet te werk gaan.

Indien zy hier eenige middelen aantreffen, om deezen taak gemakkelyk te maken, zal ik my by de Planters zeer verdienstelyk gemaakt hebben, door te toonen, dat het in de Volkplantingen mogelyk is, om zig met de voortbrengzels van het aardryk te verryken, zonder het menschdom te doen beven, en dat men met een weldadig hart, zonder knaging van 't geweten, eigenaar van eene Plantagie kan zyn.

De vraag omtrent de slavernye der zwarten hield zedert langen tyd de verstandigen bezig, eer dat men in Frankryk aan eene omwenteling dagt; deeze vraag is door het Fransche Gemeenebest beslist: zy kan de Regeeringen, die Volkplantingen bezitten, en waar het stelzel der vryheid nog geen veld gewonnen heeft, in geene onverschilligheid laten.

De Negers zyn niet onkundig, of zullen ten minsten niet lang onkundig kunnen blyven, hoe zeer hunne staat van die van huns gelyken in de nabuurige Fransche Volkplantingen verschilt: wanneer men zulks voor hun verbergen konde, denkt men dan nog, dat zy van hunne rechten altyd onkundig zyn geweest, en dat de stem der natuur by hun ten gevalle van hunne bezitters verdoofd is? [ 158 ]

Hoe dom hunne lasteraars hen ook verbeelden te zyn, zy hebben getoond met zeer grooten moed bezield te zyn: zy hebben, zoo als gy weet, in uwe Volkplantingen van Hollandsch Guiana, gelyk ook in Jamaica, het voorbeeld voor zig van een aantal menschen van hun geslacht, die door hunnen moed zig de vryheid bezorgd hebben, in weêrwil van hunne meesters, welken zy genoodzaakt hebben, om met hun over eene volkomene onäfhangelykheid te handelen.

Men moet de noodlottigste gebeurtenissen duchten, indien men zig niet met ernst bezig houdt met de verbetering van het lot van deeze zoort van menschen, die uit hoofde der ryke voortbrengzels van hunnen arbeid van zoo veel gewicht zyn, en tevens zoo weinig bescherming ontmoeten, zoo mishandeld worden. Men zoude kwalyk doen, om in eene onvoorzigtige gerustheid te blyven sluimeren.

Het voorbeeld der Fransche Volkplantingen moet aan deeze aanmerkingen klem byzetten: door zig tegen de vryheid te verzetten, zyn zy verwoest geworden, zy herstellen zig met derzelver zoeten invloed, onäangezien alle de noodlottigheden van den oorlog.

Wat kunnen zy, die de slavernye voorstaan; tog inbrengen? Zy zullen zig beroepen op het oud [ 159 ]gebruik der Volkplantingen, de voorgewende onmogelykheid, om dezelven zonder zwarten en zonder slaven te bebouwen, op het belang van den staat, om koopwaren uit de Volkplantingen te trekken. Men beroept zig op het geluk der Negers in hunnen tegenwoordigen staat, die, zoo men ons beduiden wil, verre verkieslyk is boven het lot van onze boeren. Men zegt, dat de luiheid, het bedrog, en alle slechte hoedanigheden, die harde en inhalige meesters, hun slechts als lydelyke werktuigen van hun fortuin beschouwende, in hun vinden, van het character der Negers onäfscheidelyk zyn; maar deeze kwaade hoedanigheden en gebreken zyn, of betrekkelyk tot het begrip en vooröordeel, het welk hunne staat inboezemt, of veröorzaakt door de manier, waar op men hen behandelt: deeze gebreken, die aan alle menschen, en in alle maatschappyen gemeen zyn, verdwynen, of nemen ten minsten merkelyk af onder een menschlievend en redelyk bestuur, zelfs onder slaven: zulks heeft my eene onäfgebrokene en aandachtige ondervinding klaar bewezen.

De voorstanders der slayernye kunnen voor het overige in hunne verschillende redeneeringen in het geheel geen gebruik maken van de zaak der menschelykheid, noch van de rechtvaardigheid, [ 160 ]noch van het recht der natuur, als welken geen mensch ter weereld door verjaring kan verliezen, van welke kleur hy ook zyn moge, en het zy de omstandigheden zyner geboorte meerder of minder gunstig zyn. "Wy hebben Volkplantingen noodig, men kan dezelven zonder slaven niet bebouwen; dus is de slaven-handel en het bezitten van slaven noodzakelyk". Zie daar, waar op hunne redeneeringen altyd nederkomen.

Aan den anderen kant zyn zy, die voor de afschaffing der slavernye pleiten, door de reden, de rechtvaardigheid, de weldadigheid, en alle eerbiedwaardige beweegredenen, welken de menschelykheid aan de hand geeft, aangevuurd, dikwils veel te verre gegaan, en hebben zig dus aan de berisping hunner tegenpartyen, die by de handhaving der slavernye belang hadden, bloot gesteld; zy hebben gezondigd, het zy door buitensporigen yver, het zy door de staatkundige betrekkingen uit het oog te verliezen, welk laatste echter niet behoort te geschieden, zoo men een aantal lieden, wier fortuin van de beplantingen afhangt, niet in hevige klagten wil doen uitbarsten: op dien zelfden voet voortgaande, hebben zy zig de berisping der Planters ook nog op den hals gehaald, door niet wel te bevroeden alle de middelen, die tot het bewerken der verlangde omwenteling verëischt [ 161 ]werden. 'Er zyn noodlottige gebeurtenissen voorgevallen, die de redeneeringen van de voorstanders der slavernye schynen te versterken; maar wat valt daar uit te besluiten, dan alleen dit, dat de ontwerpen der menschelykheid ten voordeele der zwarten, overëenkomstig eene goede staatkunde, niet behooren uitgevoerd te worden, dan door den tyd en trapsgewyze? dat eene overylde en onbepaalde vrylating, zonder uitzondering of mitsen, aan het voorgesteld oogmerk zeer slecht voldoet, en zelfs groote ongelegenheden veröorzaakt? In de daad, men moet toestemmen, dat de nieuwe Negers, die aan de taal en gebruiken der Europeanen nog niet gewoon zyn, zonder gevaar voor de Plantagiën, noch zonder benadeeling van hun zelven, niet allen op eenmaal, zonder tusschenpoozing of voorzorgen, in vryheid gesteld kunnen worden. Het is 'er mede gelegen, als met het gezicht, dat door eene lange duisternis verzwakt is, en niet met overyling het licht weder kan aanschouwen, zonder 'er door verbysterd te worden: men moet hun het licht by trappen en met beleid te rug geven.

Intusschen is het geenzints onmogelyk, maar het is zelfs nuttig en staatkundig, om de middelen tot afschaffing der slavernye voor te bereiden. Men kan dit oogmerk bereiken, terwyl men te[ 162 ]vens het belang van den Staat, en de staatkunde der volken in het oog houdt, de Volkplantingen, die nog geene veranderingen ondergaan hebben, bewaart, zonder de eigendommen der ingezetenen te bederven, noch hunne inkomsten te verminderen. Het tydperk, binnen het welk men trapsgewyze aan de Negers de vryheid zoude kunnen schenken, zoude niet verre af zyn; en de goede geneigdheid van verscheiden Planters zoude het zelve meerder verkorten, dan men denkt. 'Er zyn 'er veelen, die, om wel te doen, slechts verlangen omtrent hunne waare belangen te worden ingeligt; dit kan men door tyd en ondervinding te weeg brengen; en de Regeeringen behooren, overëenkomstig dien regelmaat, de gebrekkige inrigting, die nog in zwang is, en tot hier toe door de wet gehandhaafd is geworden, te verbeteren.

Alle eerlyke, gevoelige en belanglooze harten zyn van de zaak zelve wel overreed; maar men moet aan de Regeering betogen, en aan de eigenaars der slaven bewyzen, dat men deeze veranderingen bewerken kan door middelen, die geene beweging maken, en aan de veiligheid, noch aan het voordeel der Planters geen leed toebrengen. Het is tot dit einde noodig, om alle vooröordeelen aan een zyde te stellen, en met onpartydigheid de mid[ 163 ]delen te overwegen, door welken men langzamerhand in de verbetering van de gebrekkige inrichting der Volkplantingen kan slagen, zonder de Plantagiën en derzelver bebouwing te bederven.

Het eerste middel moet zyn de afschaffing van den slaven-handel.

Deeze handel is met de slavernye op 't naauwst verbonden, om dat zy aan dezelve voedzel verschaft, en de Planters in 't begrip staan, dat, indien de slaven-handel ophield, het getal van de bewoners der Volkplanting wel dra tot niet zoude loopen, en derzelver bebouwing ook in evenredigheid verminderen, en dat, vermits de slavernye eene geöorloofde zaak is, de slaven-handel het insgelyks behoort te zyn: edoch niets dan de verfoeijelykste heerszucht is in staat, om deezen hatelyken handel, die een zamenweefzel van barbaarsheden is, te willen laten stand houden.

Wat doet het 'er toe, of wy onrechtvaardig en wreed zyn, mits wy maar rykdommen vergaderen. Zie daar in korte woorden, waar toe men alle de redeneeringen brengen kan, die ten voordeele van deezen handel worden aangevoerd. Maar indien dit niet alleen eene onrechtvaardigheid, maar zelfs eene mistasting is; indien deeze handel, verre van voordeelig te zyn, voor de belangen van het volk, dat denzelven dryft, hoogst nadeelig is; wat moet [ 164 ]'er dan worden van den eenigen grond, waar mede men deszelfs voortduuring wil goed maken?

Deeze handel, staatkundig beschouwd, brengt niet dan nadeel te weeg. Dezelve bederft de zeden van elk volk, het welk zig daar aan overgeeft, door hun eene geneigdheid tot wreede daden in te boezemen; door dezelven eindelyk by veele persoonen als wettige daden te doen beschouwen; door een aantal lieden te gewennen, om hun fortuin door de vernieling van het menschdom te beproeven; want het is eene bewezene waarheid, dat de oorlogen, gevoerd om slaven te hebben, de onaangenaame overtochten, de mishandelingen, en de wanhoop, veel meer Negers doen sneven, dan 'er in de Volkplantingen aankomen. Deeze handel is schadelyk voor de zeevaart, uit hoofde van het verlies van een groot aantal matroozen, veröorzaakt door de kwade lucht, het slecht voedzel, en andere vernielende omstandigheden, die op de schepen, tot de overvoering der Negers bestemd, noodwendig plaats hebben. De slavenhandel is, in één woord, een schande voor het menschdom, een vlak op elk volk, die denzelven gedoogt, eene openbaare strydigheid met de grondbeginzels en inrigting van alle Gemeenebesten.

Maar, werpt men ons tegen, hoe zal men eene bevolking in stand houden, die geduurig afneemt, [ 165 ]en hoe zult gy Volkplantingen hebben, indien gy den slaven-handel op de kust van Africa laat varen?

Het getal der Neger-slaven neemt in eene verbazende meenigte af by de Planters, die weinig menschelykheid of gevoel bezitten; maar het vermeerdert langzamerhand by hun, die de noodige zorgen aanwenden tot behoud van hunne slaven, en om, zoo veel in hun is, de wet der slavernye te matigen. Mitsdien is het, onder het bestuur van eene wel geregelde vryheid, buiten allen twyffel, dat de volkrykheid schielyk zal vermeerderen, gelyk de ondervinding dit bewyst in alle Landen, alwaar de mensch gelukkig is, en wel geregeerd wordt.

In deeze vooronderstelling zal de veiligheid en goede regeerings-orde in de Volkplantingen grooter zyn; haar onderhoud zal minder kostbaar worden, uit hoofde van eene sterke vermindering, zoo al niet eene volkomene vernietiging van de kosten, op de uitöeffening der Politie en Justitie, het houden van krygsvolk, het straffen van misdadige, en het vervolgen van weggeloopene Negers, het onderhoud van gevangenissen, enz, vallende.

Na alzoo den slaven-handel te hebben afgeschaft, zal men de noodige beschikkingen maken tot hand[ 166 ]having van de goede orde in de Volkplantingen, tot derzelver veiligheid, en tot aanwas der bevolking. Voorzeker, wanneer men alle de Plantagiën in haare tegenwoordige werkzaamheden laat blyven, gelyk ook de regeling van goede orde, die op elk derzelven past, zal men niemand van de eigenaars iets doen verliezen.

Dan zal het noodig zyn, dat men zig ernstig bezig houde, om overal, op eene éénstemmige wyze, wel beredeneerde wetten te maken, die niets willekeurigs meer in zig bevatten, en waar by men de geregelde orde in den arbeid, en de behoorlyke tucht zal handhaven. Zonder de wet te willen stellen aan die Volkplantingen, alwaar de slavernye nog heerscht, is het geen herssenschimmig denkbeeld, dat wel zaamgestelde vergaderingen, uit den bloem der Colonisten verkozen, zelve die Reglementen van Politie, en die geschikte en éénstemmige wetten zouden voorstellen, die op alle Plantagiën passen zouden, en waar naar ieder verpligt zoude zyn zig te gedragen; en hier uit zoude de grootste voorspoed voor elk in 't byzonder, en voor de geheele Volkplanting in 't algemeen, voortvloeijen.

De Planters van Jamaica en Grenada hebben zedert lang het ontwerpen van Reglementen voor hunne Volkplantingen in den zin gehad. Een van [ 167 ]hun laat zig in dit opzigt in deeze merkwaardige woorden uit. "Het staat in onze macht, om den welvaart van tweemaal honderd duizend menschen, wier arbeid ons het dagelyks middel van bestaan verschaft, te bevorderen; wy hebben het vermogen van, om zoo te spreken, eene nieuwe schepping te vormen. Welk edeler voorwerp kan immer onzen yver aanvuuren, en de natuurlyke neiging, die ons tot weldadigheid heen leidt, opwekken? Wanneer men de zaak uit het oogpunt van ons persoonlyk belang beschouwt, is het zeer zeker, dat hoe meerder menschelykheid iemand bezit, hoe beter staatkundige hy is: dus zullen wy door de neiging van ons hart te volgen, den welvaart van onze bezittingen, met der menschen goedkeuring, en des Hemels zegen zamen paaren."

De Planters van Grenada hebben in hunne Volksvergadering Reglementen van inwendige Politie, en wetten ten voordeele der slaven, vast gesteld, waar by zy, in hunne Acte van 4 November 1788, deeze verstandige inleiding laten voorafgaan.

"Overwegende, dat de noodzakelykheid van den invoer van Negers zal ophouden op het oogenblik, dat zy met menschlievenheid behandeld, en niet meer met onmatigen arbeid bezwaard zullen worden, en men dus op de wet[ 168 ]ten der natuur in de vereeniging der kunnen acht zal geven;

Gemerkt, dat de wetten, die tot hier toe tot handhaving der slaven zyn afgekondigd, onvoldoende bevonden zyn; en de menschelykheid, zoo wel als het belang der Volkplanting, vordert, dat men de slavernye zoo dragelyk make, als mogelyk is, om de volkrykheid der Negers te bevorderen, het eenig middel, om de noodzakelykheid hunner invoering van de Americaansche kusten door den tyd geheel te vernietigen;

En gelet, dat men zulk een heilzaam oogmerk niet kan bereiken, dan door aan de magt der meesters, en van de geenen, die met het opzicht over de slaven belast zyn, palen te stellen; het zy door hen te verpligten, om hun op eene gepaste wyze van huisvesting, voedzel en kleeding te voorzien, het zy door hun onderwys en goede zeden te beschikken, hen aan te zetten tot het aangaan van huwelyken, tevens deeze wettige verbintenissen eerbiedigende en beschermende: om alle deeze redenen", enz.

Zonder van stuk tot stuk de Reglementen op te geven, die het gevolg van deeze Acte zyn, noch ook alhier te ontvouwen, wat men van dien aart het best zoude kunnen doen, indien men, met re[ 169 ]den en menschlievendheid, de hier boven uitgedrukte gevoelens ter uitvoer trachte te brengen, is het genoeg door deeze twee voorbeelden aan te toonen, dat de Planters zedert lang gevoeld hebben, dat hun eigen belang dergelyke wetten vorderde, dat deeze wetten noodig waren tot in stand houding en aanwas der bevolking, om den invoer der zwarten van de Africaansche kust te vernietigen, als mede tot groot voordeel der inwooners.

Het Reglement op het bestuur der Plantagie vast gesteld en in schrift gebragt zynde, zoude op de werkplaatsen gelezen en afgekondigd, en van tyd tot tyd vernieuwd worden: men zoude daar by voorziening doen omtrent het voedzel, de kleeding, en de woning der Negers: men zoude hun den eigendom van hunne tuinen, vogelaryen, en beesten-kwekeryen verzekeren: men zoude daar by melding maken van het bezorgen van oppassing aan de zieken, oude lieden en verzwakten; aan de zwangere vrouwen, aan de zoogsters en kinderen: dat de noodige voorzorgen gebruikt zouden worden tot handhaving der goede zeden, tot onderwys der jeugd, en de goede orde in de huisgezinnen, enz.

Te gelyker tyd zouden de uuren van arbeid daar by worden aangewezen, als mede het geregeld bestuur en onderwerping. De geringe missla[ 170 ]gen zouden gestraft worden, na dat de beschuldigde in tegenwoordigheid der verstandigsten en oudsten van de Plantagie zoude zyn gehoord: de misdaden zouden aan de gewoone Rechters verwezen, en volgens de wet gestraft worden. Voor deugdryke en uitmuntende daden zouden belooningen plaats hebben.

Geene Plantagie zoude door deeze beschikkingen in wanorde geraken: integendeel zouden de Planters by deeze verbetering in het bestieren der zwarten onëindig veel winnen, uit hoofde van derzelver gehechtheid aan hunne meesters en hunne gewilligheid tot den arbeid.

Dit ontwerp tot stand gebragt zynde, zal men, van dien tyd af aan, de benaming van slaven en slavernye veranderen: het waare anders te vergeefs de zaak zelve te hervormen; zy zoude altyd een hatelyk voorkomen blyven behouden; zy zoude weder tot den vorigen stand vervallen, indien men een gehaten naam liet blyven. In de daad, in den redelyken en gematigden staat, aan de Planters voorgeschreven door verstandige Reglementen, geene willekeurige, geene wreede behandeling gedogende, zouden hunne verpligtingen, zoo wel als hunne rechten, door vaste wetten volkomen bekend, en zy geene eigentlyk gezegde slaven meer zyn. [ 171 ]

'Er blyft dan niets meer overig, dan een enkelen stap te doen in den loopbaan der weldadigheid en goede bestiering, ten einde deeze gelukkige verandering te volmaken, de overgang namelyk van slavernye tot vryheid: gy zult my uwen aandacht nog een oogenblik niet weigeren.

Na dat men dus op eene wyze, die geen zweem van willekeurigheid meer overlaat, de werkzaamheden der arbeiders zal geregeld hebben, behoort men hun eene belooning toe te zeggen, om hen tot een goed gedrag en yverigen arbeid aan te moedigen; dit zoude moeten bestaan in een gedeelte van de inkomsten der Plantagie, in het begin een klein gedeelte, en alleenlyk een tiende van de zuivere voortbrengzels.

Het is meer dan waarschynlyk, dat deeze uiterlyke opöffering van een gedeelte der inkomsten, door den eigenaar aan zyne arbeiders overgelaten, ten minsten deeze inkomsten op dezelfde waarde zal houden; naardien het belang, het welk de zwarten zelve daar by hebben, hen zal aanzetten, om met den meesten yver te arbeiden, om met lust mede te werken tot bevordering van den welvaart der Plantagiën, en de inzameling der vruchten, tot het beletten der diefstallen, tyd verspillingen, en verscheidene misbruiken, welken de al [ 172 ]te strenge bestiering der slaven doet vermeenigvuldigen.

Wie is 'er, hy moge nog zoo veel bezet zyn met vooröordeelen, welke thans nog eenige Colonisten, voorstanders der slavernye, verblinden, die gelooven kan, dat de Plantagiën in het byzonder, en de Volkplantingen in het algemeen, den trap van geluk, die aan haare volkrykheid geëvenredigd is, bereiken kunnen, zoo lang de arbeiders, by de vruchten van hunnen eigen arbeid, en de vermeerdering van den oogst, zelve belang hebbende, daar toe geenen yver aanwenden, die men onmogelyk verwagten kan van een zoort van beesten, die door zweepslagen geregeerd worden, en wier eenige hope bestaat in eenige uuren rust te genieten, en kastydingen te ontduiken.

Wanneer men door de ondervinding van één of twee jaren gezien zal hebben, dat de arbeiders zig onder dit nieuw ontwerp wel gedragen hebben; dat dit tiende gedeelte der vrugten, tot eene belooning aan de zwarten gegeven, de uitwerking gehad heeft, welke men 'er zig van had voorgesteld; dat deeze Plantagiën 'er niet door geleden hebben, maar veel eer door bevoordeeld zyn, zal men deeze belooning vermeerderen, en, in het volgende jaar, tot een negende gedeelte der zuivere vrugten brengen, ten einde als nog te [ 173 ]beproeven, of, door deeze opoffering, de inkomsten op dezelfde waarde voor den eigenaar blyven zullen.

Ik twyffele ann den goeden uitslag niet, daar ik zelf in de gelegenheid geweest ben, om 'er eenige proeve van te nemen, en ik verzekere u, dat deeze belooning, of dit aandeel in de inkomsten, aan de arbeidende Negers toegestaan, van jaar tot jaar kan vermeerderd worden. Men zal het van tyd tot tyd tot een agtste, een zevende, een zesde, een vyfde, een vierde, en eindelyk tot een derde der zuivere inkomsten brengen, zonder dat daar door de eigenaar zelf eenige vermindering ondervindt. Dit derde der inkomsten, door den Planter aan de arbeiders afgestaan, zal zyne eigene inkomsten nog des te meer verzekeren; en de uitvoer van koopwaren uit de Volkplanting zal vermeerderd worden met dit derde, het welk mede onder de voorwerpen van den koophandel komen zal. De invoer van koopwaren zal in gelyke evenredigheid vermeerderen door de verteeringen, welken de Negers, thans eene zekere zoort van levens-gemak genietende, maken zullen; en deeze menschen, tot hier toe toe zoo mishandeld, zullen allengskens hun geluk beginnen te zien, en hunne meesters beminnen.

Ik begryp, dat de trapswyze voortgang in dit [ 174 ]ontwerp, dien men noodzakelyk behoort te volgen, een tydvak ten minsten van negen jaaren noodig heeft. In het tiende jaar (of zoo dra deeze ondervinding zal gevestigd zyn, en de goede uitwerkzels van deeze huishouding zullen zyn gebleeken,) zal men deeze schikking tot eene vaste wet maken, die de rechten der eigenaars en arbeiders met billykheid zal regelen; tot eene wet der Volkplanting, waar in niet meer gesproken zal worden van slavernye, maar van een wederkeerig verdrag tusschen de arbeiders en de eigenaars van den grond.

Het is gemakkelyk te bezeffen, dat door deeze maatregelen, welken ik hier in het ruwe schetse, langzamerhand in werking te brengen, geen groote eigendom in wanorde geraken zal; maar dat de volkrykheid der Negers onder een menschlievender bestuur zal aanwassen. Deeze gelukkige verandering zal bewerkt worden, zonder eenigen schok of beweging te veroorzaken. Deeze arbeiders zullen zig, langzamerhand, en als ongevoelig, aan eene zekere gemakkelykheid en aan eene betere levens-manier gewennen, die hun goed gedrag, hunne werkzaamheid en vlyt ten grondslag hebben zal. 'Er zal in hunne denkbeelden geene overylde omwenteling plaats hebben, waar door men eenig kwaad gevolg te vreezen heeft, [ 175 ]dewyl de eerste aanbiedingen slegts voorwaardelyke gunstbewyzen zyn zullen, welken de meesters altyd zullen kunnen intrekken, in geval de Negers zig dezelven onwaardig maken mogten.

Huisgezinnen, die zig toeleggen om hunne inkomsten een weinig te besparen, ten einde kleine afzonderlyke eigendommen te verkrygen, zullen gelegenheid vinden, om het bezit daar van te bekomen: zy zullen daar door een bewys van hunne bekwaamheid ten toon gespreid, en een waarborg voor hun toekomend goed gedrag gegeven hebben. Deeze verhuizingen van zommige huisgezinnen der arbeiders, die van tyd tot tyd groote Plantagiën verlaten zullen om kleine op te rigten, zullen op de eerstgemelden door den ontwyffelbaaren aanwas hunner volkrykheid rykelyk vervuld worden.

Naar mate de Colonisten tot deeze oogmerken van menschlievendheid en goede orde de hand zullen leenen, door voor het uiterlyke de edelste opöffering te doen, zullen zy hun eigen voordeel behartigen; men zal de Volkplantingen en den koophandel meerder zien bloeijen: men zal aldaar meerder gerustheid, meerder veiligheid, een aanhoudende aanwas der bevolking ondervinden, zonder eenig middel van geweld, of het welk met goede grondbeginzelen strydig is, te bezigen. Om hier [ 176 ]van overtuigd te zyn, behoeft men zig slechts deeze alöm bekende waarheid voor oogen te stellen, dat de bevolking overal zigtbaar aanwast, waar voorspoed en middelen van bestaan gevonden worden.

Deeze regelmaat, op reden, rechtvaardigheid en goede Staatkunde gegrondvest, is in de Fransche Volkplantingen, die deeze omwending ondergaan hebben, niet gevolgd geworden. Alles is by deeze volken aan het gisten en in wanorde geraakt. Geene der partyen, van welke classe ook, wilde opregtelyk de vryheid, noch den algemeenen voorspoed; geene derzelven wierd door oprechte oogmerken gedreeven, maar allen wierden zy aangezet door haat, door het een of ander denkbeeld van haatlyke beschuldiging, en voor al door een lust tot plundering, die door wanorde zoo wonderbaarlyk geholpen word. De Regeering, die opzettelyk de Volkplantingen kwalyk bestierde, om 'er de omwenteling te doen vervloeken, en het Koningschap te doen beminnen, heeft de wanorde vermeerderd door een zoort van lieden, welken zy met haar gezag bekleed heeft. De Nationale Conventie, die over 't algemeen de zaken der Volkplantingen met een onverschillig oog beschouwde, heeft zig door die partye, welke de vryheid naar het hart stak, door [ 177 ]tegenstrydige besluiten, die met de grondbeginzels niet strookten, laten wegslepen.

Vervolgens is het stelzel van ROBESPIERRE gekomen, welke zeide: Laaten de Volkplantingen verloren gaan, liever dan dat men een oogenblik de grondbeginzels zoude doen wankelen. Men heeft de vryheid in de Volkplantingen verspreid, niet als een weldaad, maar als een middel van oorlog en verdediging tegen de bestryders der omwenteling, en de vyanden van het Gemeenebest. De regeeringloosheid en ongebondenheid hebben 'er zig meester van gemaakt, en men heeft 'er alle misdaden en driften toomloos zien woeden; deerniswaardige gesteldheid, waar in de slechtste menschen de teugels van 't gezag in handen krygen, en de brave en vreedzame lieden vermoord of verjaagd worden. De wanorde is ten hoogsten top gestegen, vooral in verscheiden gedeelten van St. Domingo, tot dat een wyzer bestuur, zig op de grondslagen van deeze vryheid vestigende, maar dezelve volgens de wetten en de Constitutie regelende, eindelyk deeze schoone bezittingen weder in orde gebragt heeft.

In onze arme Volkplanting van Caijenne is de oprigting der vryheid niet vergezeld geweest van eenige afschuwelykheid, in vergelyking van die van St. Domingo; maar de landbouw heeft 'er [ 178 ]veel geleden: laten wy de oorzaken en de omstandigheden in overweging nemen, en wy zullen zien, dat men den gepasten weg niet betreden heeft, dien ik hier boven aan de Volkplantingen heb aangeraden, die de noodzaakelyk gewordene verandering van slavernye in vryheid nog niet ondergaan hebben.

Men heeft de vryheid der Negers, te Caijenne, zonder voorzorg en zonder bepaaling afgekondigd. Deeze schielyke en onverwagte overgang van onderdrukking tot toomloosheid is minder verderffelyk geweest, dan zy natuurlyk zyn moest, niet alleen, om dat deeze bevolking zeer klein en verstrooid is, maar ook om dat, zedert verscheiden jaaren, een menschlievend bestuur, het welk alle de onheilen der slavernye gevoelde, den weg tot deeze verandering gebaand had, door de wreedheden en het onredelyk gedrag der meesters in te toomen, en door aan de Negers jegens de blanken goedhartigheid en vertrouwen in te boezemen, door het wegloopen en zwerven uit te roeijen, en door de Negers te gewennen, om van hunnen arbeid een zeker voordeel te trekken, en zig zelven als menschen te beschouwen. De onderdrukking aldaar minder zynde, is de gisting ook minder geweest, op het oogenbik dat de oude orde van zaken vernietigd wierd: maar het was onmo[ 179 ]gelyk, dat menschen, verpligt voor anderen te werken, zonder eenig nut voor hun zelven, eensklaps vry en meesters van hunne daden zyn zouden, bekwaam om van gezagvoerende posten voorzien te worden, even als de geenen, die te vooren hunne meesters waren, en voor wien men hun tot hier toe eenen Godsdienstigen eerbied had ingeboezemd; het was onmogelyk, zeg ik, dat zy zig met aan eene onbezonnen vreugde zouden overgeven, en dat de Plantagiën, en dezelver bebouwing, niet in zekeren zin verlaten zouden worden, zoodanig zelfs, dat hunne zorgeloosheid hen noodwendig in gevaar moest brengen, om van honger te vergaan.

Toen men vervolgens deeze zwarigheid wilde afwenden, en deeze menschen door gezag tot den arbeid en landbouw te rug brengen, heeft men insgelyks verkeerde maatregelen genomen; men heeft de arbeiders willekeuriglyk op geheel andere Plantagiën geplaatst, dan op welken zy gewoon waren; men heeft het herstel van de eene begunstigd, en de andere laten verloren gaan, volgens den willekeur der bestuurders; men heeft de Negers op een daggeld van drie en vier stuivers gesteld, eene belooning, die geheel onvoldoende en bespottelyk was, die deeze menschen niet kon aanzetten, om met yver te arbeiden, en die tevens, [ 180 ]hoe klein zy ook wezen mogt, voor de eigenaars tot een' grooten last was, daar zy dikwils van het werk der arbeiders zoo veel niet trokken, als noodig was, om die onkosten op te diepen.

Te gelyker tyd heeft men een zeer overbodig aantal van deeze arbeiders gewapend, naar mate van de uitgestrektheid der Volkplanting, die nimmer is aangevallen geworden. Men heeft uitgestrekte landstreeken, maar in welken byna geene andere bewooners, dan Aapen en Papegaaijen zyn, in orde geregeld: men heeft aldaar een geheelen stoet van bedieningen en posten ingevoerd, zoo als die in de meest bevolkte Fransche Gewesten gebruikelyk zyn: men heeft rangen, geld, ampten en gezag verleend aan menschen, die nog lezen nog schryven konden, en welken men tegen alle reden aan den landbouw onttrokken heeft.

Hoe zoude, in zulke omstandigheden, eene zoo weinig gevorderde Volkplanting niet verminderd en verslimmerd zyn? Maar zoo dra een verstandig Regeerings-bestuur aldaar een goed Reglement, betreffende de bebouwing der Plantagiën, zal hebben vast gesteld, op de grondbeginzels der Staats-regeling gebouwd, en op de vryheid steunende, volgens welken de arbeidende Negers een behoorlyk aandeel trekken van de inkomsten, die [ 181 ]hunne arbeid aanbrengt, zullen de Plantagiën haaren aanwas spoedig hernemen.

Thans schiet nog overig eene zwarigheid op te lossen, die men tegenwerpt, betrekkelyk de groote uitschotten, die 'er noodig zyn, om de bebouwing der lage landen vol te houden: maar is 'er overal niet veel noodig, om nieuwe Plantagiën aan te leggen? en zyn de kosten, die men maken moet, met één, of twee jaaren, of zelfs iets langer, de arbeiders en bewerkers van den grond te betaalen, zonder voordeelen te trekken, in vergelyking te stellen met de kosten, die het aankoopen van Negers, en de sterfte onder dezelven, noodwendig moesten veröorzaken?

De zaak koomt my zoo klaar voor, dat ik, om dezelve duidelyker te bewyzen, niet oordeele noodig te hebben eene vergelykings-rekening tusschen den koop-prys der Negers, en de dag-gelden, die men eenigen tyd verpligt is te betalen, om het land tot het voortbrengen van gewassen, en het geven van eenen goeden oogst, toe te bereiden. Het is genoeg te hebben aangemerkt, dat men voor den prys, dien men voorheen tot verkryging van den eigendom van één mensch betaalde, een vry persoon drie jaaren lang kan huuren, zonder te rekenen het gevaar van sterfte, het wegloopen, den verloren tyd, de ziekten, het [ 182 ]onderhoud van vrouwen, kinderen, oude lieden, en gebrekkelyken, enz, enz.

Ik eindige eenen brief, die reeds vry lang geworden is, maar die door de schoonheid van het onderwerp, en myne wenschen tot bevordering van uw geluk breeder is uitgeloopen: laat ik den inhoud zakelyk by één trekken.

De slavernye is eene verkeerde en onrechtvaardige inrichting, die allen nayver en vlyt uitdooft. De Volkplantingen kunnen zeer wel zonder slaven bebouwd worden. Wy hebben het voorbeeld van veele landstreeken der Indianen en anderen, op dezelfde breedte, als wy, woonende, alwaar vrye volken aan den landbouw arbeiden, en alle zoorten van werk, waar toe vlyt verëischt wordt, bloeijen. Het is derhalven te wenschen, dat men die Volkplantingen, welke nog onder het juk der slavernye zuchten, tot den gelukkigen staat der vryheid te rug brenge; maar het is staatkundig, het is menschlievend, om deeze verandering trapsgewyze en met omzichtigheid te bewerken. Men moet aan deeze omwenteling verscheiden jaaren besteeden; het is noodig, dat de beschikkingen der Planters en eigenaars overéénstemmen, en zamenwerken met de daaden van het hoog gezag van hun moederland; en dat zy beiden, door de voorbeelden van tweedragt en wanorde, die op [ 183 ]andere plaatsen zoo veele onheilen berokkend hebben, voorgelicht, hun goed oogmerk door redelyke en vreedzaame middelen bereiken, in plaats van een stelzel van onderdrukking en onrechtvaardigheid, het welk nooit lang duuren kan, met overyling, en verbaazende verscheuringen, om verre te werpen.

Niemand neemt meer belang, dan ik, in uwen voorspoed, en die van uwe mede Colonisten in 't algemeen, van welken ik zoo veele blyken van vriendschap en achting ontfangen heb.

Het is met deeze gevoelens, dat ik u opregtelyk groete.

AANMERKINGEN.

De bovenstaande brieven, betrekkelyk de bebouwing der lage landen in Surinamen, en andere Hollandsche Volkplantingen van Guiana, met toepassing op het Fransche gedeelte van dit Land, alwaar men zelfs aan de oevers der Rivier Aprouago, en in andere streeken, eenige gelukkige proeven van dien aart gedaan heeft, zyn gedeeltelyk het werk van een uitmuntend inwooner van Demerary, nu wylen den Heer B. VAN DEN SANTHEUVEL, en aangevuld uit het geen ik, zoo in Fransch als in Hollandsch Guiana, zelf [ 184 ]gezien heb. Ik heb in dit opstel ook ingevlochten een groot gedeelte van verscheidene oordeelkundige aanmerkingen van den heer GUISAN, die door den Intendant MALOUET uit Surinamen ontboden, en geduurende een aantal jaaren, in Fransch Guiana, als Landbouw-kundige (Ingenieur agraire,) is gebruikt geworden. Ik heb ook gebruik gemaakt van verscheidene uitmuntende byzonderheden, vervat in eene Memorie, welke ik vermeene te zyn opgesteld door den Burger COUTURIER, inwooner van Cayenne; en die insgelyks tot den evengemelden post, onder GUISAN, gebruikt is.

Ik hope, dat de denkbeelden, begrepen in den vierden brief, tot oplossing der tegenwerpingen, en wegneming van de beduchtheid der Bataafsche en andere Planters, tegen de afschaffing der slaverneye, die echter noodzakelyk geworden is, voor het menschdom van nut zullen kunnen zyn, en dat men, door deeze of andere gelykzoortige, en op dezelfde grondbeginzels meerder uitgewerkte, doelëinden in het oog te houden, eindelyk (in de Volkplantingen van onze Bondgenooten, en zelfs in de onze, alwaar, uit hoofde van den oorlog, de Staats-regeling nog niet is ingevoerd,) een bestuur, op reden gevestigd, moge daar stellen, het welk met de gesteldheid van ons Land niet stry[ 185 ]dig is, en het ongeluk van deeze nuttige bezittingen kan voorkomen. Ik kan niet nalaten een ernstig belang te stellen in het lot van verscheiden Volkplantingen, alwaar ik de eer gehad heb den post van Gouverneur te bekleeden; een belang, het welk des te grooter wordt, om dat het de liefde tot het menschdom en myn Vaderland ten grondslag heeft.