Naar inhoud springen

Rotterdamsche Courant/1825/Nummer 144/Exploiteurs-kanoor, Berbice

Uit Wikisource
‘Exploiteurs-kanoor, Berbice. – Edictale citatie [advertentie]’ door een anonieme schrijver
Afkomstig uit de Rotterdamsche Courant, donderdag 1 december 1825, [p. 4]. Publiek domein.
[ 4 ]

EXPLOITEURS-KANTOOR, BERBICE. — EDICTALE CITATIE.

Uit krachte van Appointement, door den Edelen Hove van Civiele Justitie van de kolonie Berbice verleend, op Maandag den 18 Julij 1825, op eene Memorie, door de Wees- en Onbeheede Boedelkamer aan welgemelden Hove gepresenteerd:
Zoo worden, bij deze, door mij Ondergeteekende, ten verzoeke van voorzeide Collegie, voor de eerste en laatste male, bij Edicte, gedagvaard: Alle de bekende en onbekende Crediteuren, lasten de hierna te meldene Boedels, als: Van J. H. GROHMULLER, Wm. PRENTICE, JAMES WILSON, H HOFMEESTER, N. J. JOBEL, ALEXr. Mc. KENZIE, IJ. R. HOEKSEMA, CHARLES WITHIJMAN, C. R. VAN OMMEREN, THOMAS RICHTER, JAMES SMITH, D. B. DIJKEN, A. Mc. NICOL, F. SCHWANER, GEORGE SUTERLAND, ROBERT JONES en PATRICK QUIN.
Omme te compareren voor den Edelen Hove van Civiele Justitie dezer Kolonie, te hunne gewone Sessie, in de maand Januarij 1826, ten fine, omme alsdan hunne Pretentiën met de daartoe betrekkelijke verificatoiren, tot laste van voorzeide Boedels, in behoorlijke forma en tijd, intedienen; terwijl, bij faute van dien en na het afloopen van deze eerste en laatste Edicte, tegen de non-comparanten zal worden geprocedeerd, als naar regten. Deze eerste en laatste Edictale Citatie afgekondigd, volgens gewoonte.
Berbice den 25 Julij 1825. K. FRANCKEN, Eerste Exploiteur.