Naar inhoud springen

Rotterdamsche Courant/1828/Nummer 82/Berlijn den 2 julij

Uit Wikisource
‘Berlijn den 2 julij’ door een anonieme schrijver
Afkomstig uit de Rotterdamsche Courant, dinsdag 8 juli 1828, [p. 1]. Publiek domein.
[ 1 ]

BERLIJN den 2 julij.

Volgens de laatste regtstreeksche berigten uit het russisch leger heeft de kolonel Bibikow, adjudant van den grootvorst Michael, den 20sten der vorige maand aan Zijne Majesteit den Keizer, in het hoofdkwartier bij den ouden wal van Trajanus, de sleutels van Brahilof gebragt, welke vesting overgaan is ten gevolge van een wapenstilstand door den Grootvorst aan haar garnizoen ingewilligd. Deze tijding moet den Keizer des te aangenamer geweest zijn, daar hij daags te voren berigt ontvangen had van eene mislukte bestorming dier plaats, waarvan de omstandigheden hierop neerkomen:
Toen de belegering zoo ver gevorderd was, dat er alleen overbleef om bres te schieten, werden er onder de wallen van Brahilof drie mijnen aangelegd, eene aan den regter- en eene aan den linkervleugel, ten einde de werken op die punten te vernielen en eene in het centrum, die de gracht moest dempen, om het beklimmen van de bres gemakkelijk te maken. Die mijnen moesten den 15 junij, des ochtends ten drie ure, gelijktijdig springen en wel op een gegeven sein, bestaande in het afsteken van drie vuurpijlen, hebbende de troepen, die in twee colonnes verdeeld waren, last om op hetzelfde teeken naar de twee bressen voort te rukken, die door deze mijnen moesten gemaakt worden, en storm te loopen; terwijl voorts order was gegeven, dat eene divisie, zoodra de bressen bezet ronden zijn, de wal moest innemen, twee anderen in het binnenste van de vesting doordringen en eene vierde de reserve formeren. Alles was wel beraamd; doch ongelukkig sprong de regtermijn twee minuten te vroeg en begroef den officier, die de middelmijn aansteken moest, onder het puin, zoo dat die mijn niet werkte; de linkermijn sprong op het gegeven sein. Dadelijk begonnen de twee colonnes den storm, met alle de generaals en officieren en vele vrijwilligers aan hun hoofd, maar door de wolken van stof en rook, die aan alle kanten opgingen, konde men niet zien dat er geene bressen gemaakt waren, zoo dat de moedige pogingen van de soldaten heheel vruchteloos waren, en de vrijwilligers van de regtercolonne, ten getale van 120, die zich in de grachten wierpen en de wal beklommen, alle omkwamen, doordien geene andere troepen hen konden volgen of ondersteunen; slechts een onderofficier ontsnapte den dood door in den Donau te springen. De linkercolonne ontmoette dezelfde hinderpalen en, na alles beproefd te hebben wat moed en beleid vorderden, bleek het, dat de storm onmogelijk was en moest men tot den aftogt besluiten, die met veel orde geschiedde onder bedekking van het regiment van Casan, dat op de uiterste punten der russische werken post vatte en, ondanks het veel door ’s vijands vuur leed, zes uitvallen der Turken, die van den aftogt gebruik zochten te maken om de werken der belegeraars te bezetten of te vernielen, krachtdadig en met het beste gevolg weerstond. Deze dag, waarop generaals, officieren en soldaten eene buitengewone dapperheid hebben getoond, is noodlottig voor het russisch leger geweest. De generaal-majoor Wolff, die de 18de divisie aanvoerde, eb de generaal majoor Timroth zijn gesneuveld; een generaal, drie oversten en 16 stafofficieren zijn gewond, terwijl het getal der gedoodde Russen 640 man bedraagt en dat der gekwetste onderofficieren en soldaten 1340 man. De Turken hebben dapper gevochten en ook veel volks verloren. Den volgenden dag deed de grootvorst Michael de middelmijn springen en den 17den zonden de Turken parlementairen om een wapenstilstand van tien dagen te vragen, verklarende, dat de vesting bereid was zich over te geven, zoo zijn binnen dien tijd geen hulp ontving. De Grootvorst wilde echter slechts eene wapenschorsing van 24 uren toestaan en dit werd aangenomen.
Het keizerlijk hoofdkwartier stond den 20sten bij den wal van Trajanus, waar ook het corps van den generaal Rudzewicz post had gevat en waar de troepen gewacht werden, die de vorstendommen bezetteden, alsmede die gedeelten van het leger, welke langs den regter donau-oever komen. De Keizer was den 15den van het kamp bij Babadagh opgebroken en over Beydaont en Tachaoul naar zijne tegenwoordige legerplaats getrokken, op welken togt zich de vijand niet heeft laten zien, die zich eerst onder de muren der versterkte stad Kustendzia vertoond heeft. Daar hebben den 17 en 18den eenige schermutselingen tusschen de Turken en de voorposten van den generaal Rudzewicz plaats gehad, waarbij het den Turken niet gelukt is die voorposten terug te drijven. Den 19den heeft de generaal Rudiger de eerste batterijen tegenover de vesting doen opwerpen en denzelfden dag heeft de Keizer die in oogenschouw genomen.
In het hoofdkwartier heeft men ook tijding gekregen van de overgaaf van Matchin.