Naar inhoud springen

Rotterdamsche Courant/1867/Nummer 16/Parijs 16 Januarij

Uit Wikisource
‘Parijs 16 Januarij’ door een anonieme schrijver
Afkomstig uit de Rotterdamsche Courant, vrijdag 18 januari 1867, [p. 1]. Publiek domein.
[ 1 ]

PARIJS 16 Januarij.

(Particuliere Correspondentie.)

In eene depêche uit St. Nazaire wordt ons de aankomst van de Florida met 536 militairen in die haven gemeld. Dit is het eerste convooi van onze uit Mexico terugkeerende soldaten. Men zegt dat alle middelen van vervoer voor het repatriëren onzer soldaten door het Gouvernement zullen aangewend worden.
Uit Marseille wordt ons per telegraaf gemeld, dat de heer de Sartiges heeft gereed gemaakt, of, zoo men wil, dat onder de bescherming van den heer de Sartiges is gereed gemaakt een ontwerp van een tolverdrag tusschen Rome en Florence. Daar Frankrijk de bemiddelaar der onderhandeling geweest is, waardoor reeds verscheidene millioenen in de Pauselijke schatkist gebragt zijn, behoeft het feit niet de minste verwondering te verwekken.
Meermalen heb ik u gezegd dat het plan der militaire reorganisatie door het Gouvernement niet zou ingetrokken worden. Ik weet niet, of het zelfs noodig is om de geruchten betrekkelijk de opheffing van het regt van adres, en der groote militaire kommandementen, behalve dat van Lyon, te wederleggen.
Het door den Koning van Italië aan zijne Staatslieden aangeboden drievoudig geschenk heeft hier nog al stof tot lagchen gegeven. Aan den baron Ricasoli, een paard van groote waarde; aan den heer Minghetti, een hond; aan den heer Ratazzi, eene pendule, waarop een hert prijkt. Naar aanleiding daarvan worden vele meer of min pikante zinspelingen gemaakt.
Heden namiddag is er, onder het voorzitterschap des Keizers, Ministerraad geweest. Heden avond heeft het eerste groote bal op de Tuileriën plaats.
Sedert den morgen valt er sneeuw, maar in kleine hoeveelheid. In verschillende streken van Frankrijk hebben sneeuwstormen gewoed.
Zal de heer Favre in de Akademie komen, of niet? — Deze vraag is in zekere kringen aan de orde van den dag. Het schijnt dat er zich onder de Akademie-leden eene partij vormt, aan welker hoofd de heer Thiers zou staan met den heer P. Paradol tot aide-de-camp. Hij zou monseigneur Dupanloup op zijne zijde wenschen te hebben. Ten einde zijne stem en die zijner aanhangers te verkrijgen, zou men zich op zekere redevoering beroepen, in welke de Afgevaardigde der oppositie de bewijzen van een zeer verheven godsdienstig gevoel gaf. Indien wij geroepen waren om ten aanzien der kandidatuur van den heer J. Favre onzen nederigen raad te geven, dan zouden wij dit zeggen: »De achtingswaardige advocaat spreekt een Fransch, hetwelk de Akademie-leden niet in staat zouden zijn te schrijven; met terzijdestelling van zijne politieke beginselen, is hij een der vijf of zes redenaars, waarop Frankrijk roem draagt; al mishage het aan zekere democraten, die zich verbijtende uitroepen dat de heer Jules Favre zich zou verlagen met de traditionele bezoeken af te leggen, is hij in alle opzigten waardig om in de Akademie te komen.”
Het Journal des Débats meldt heden morgen dat de heer E. Légouvé de vergunning erlangd heeft om gedurende twee maanden in het Collège de France conférences te houden over dit onderwerp: »De vaders en de kinderen in de 19de eeuw.”