Samuel Senior Coronel/Nog iets over het systeem-Levoir-Van Bemmelen ter ventileering van schoollokalen

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Nog iets over het systeem-Levoir-Van Bemmelen ter ventileering van schoollokalen
Auteur(s) Dr. Coronel
Datum Zondag 1 november 1874
Titel Nog iets over het systeem-Levoir-Van Bemmelen ter ventileering van schoollokalen
Tijdschrift De Opmerker
Jg, nr, pg 9, 44, [1]
Brontaal Nederlands
Bron tresor.tudelft.nl
Auteursrecht Publiek domein

NOG IETS OVER HET SYSTEEM-LEVOIR-VAN BEMMELEN TER VENTILEERING VAN SCHOOLLOKALEN.


      Ik heb in no. 40 van dezen jaargang (Weekblad van 4 October j.l.) eenige bijzonderheden medegedeeld, omtrent de inrichting en werking van den ventilatietoestel, door de heeren Levoir en Van Bemmelen in eenige schoollokalen te Delft, te Arnhem en elders toegepast. Die bijzonderheden waren ontleend aan eenige mondelinge mededeelingen, mij door den heer Van Bemmelen verstrekt en aan hetgeen ik door de goedheid van Zed.hooggel. in loco heb waargenomen. Ik mocht bij die gelegenheid ook enkele cijfers uit den mond van dien geleerde opvangen, die ik zoo goed mogelijk in mijn geheugen prentte. Na het publiceeren van mijne beschouwingen over schoolventilatie in dit Weekblad is echter van de hand van den heer Van Bemmelen een zeer uitvoerig opstel in De Schoolbode (October 1874) verschenen, waarin zoo nauwkeurig mogelijk het geheele procedé wordt uiteengezet en de verkregene uitkomsten worden medegedeeld. Het blijkt mij na de lezing daarvan, dat ik omtrent enkele afmetingen minder juiste cijfers heb gegeven. Dit, en de belangrijke uitkomsten in dit stuk nader bekendgemaakt, doen mij de vrijheid nemen, van de redactie van dit Weekblad nog eenige ruimte te vragen, teneinde den hoofdinhoud van dit belangrijk artikel hier terug te geven.
      Nadat eene nauwkeurige beschrijving is gegeven van die inrichting in onderscheidene scholen aanwezig, en van de uitkomsten der koolzuurbepalingen onder het gebruik van die toestellen gedaan, komt de schrijver tot de volgende conclusie: »dat in.... sterkbevolkte scholen, waar vroeger de lucht zeer bedorven was en het koolzuurgehalte 3 tot 5 per mille bedroeg, door het eenvoudige stelsel van eene kachel voor eene opening in den muur en een trekschoorsteen met ingebrachte rookpijp eene zoo groote verbetering is verkregen, dat het koolzuurgehalte der lucht (tusschen de banken) is gedaald tot 1.5 à 1.2 per mille, ofschoon het volumen lucht in het vertrek niet meer dan 3 à 5 M3 per aanwezig kind bedraagt. De schoollucht was òf zeer gering òf niet te bemerken.”
      Door de boven beschrevene inrichting nu is verkregen in schoollokalen, die 3.5 tot 5 M3 lucht per leerling bevatten, eene luchtvernieuwing (buiten de natuurlijke) in den winter van minstens 2 malen per uur, op dagen dat de wind niet medewerkte en het temperatuurverschil binnen en buiten gering is, welke luchtvernieuwing stijgt tot 4 à 6 malen, wanneer eenige wind op de aanvoeropening staat of het temperatuurverschil aanmerkelijk is. Daarbij is de snelheid der afgevoerde lucht niet lager geweest dan 0.5; onder gunstige omstandigheden bedroeg zij 1 M. per sec. en daarboven; die der aangevoerde gewoonlijk iets hooger, zoodat eene luchtverversching is verkregen per uur en per kind van 10–12 M3. De temperatuur is voldoende geweest. In den zomer hebben de zomerkleppen goeden dienst gedaan, als er eenige wind was en een raam kon opengezet worden. Sommige dagen, als het dompig weder was en geene ramen konden opengezet worden, is de luchtverversching geringer geweest, behalve in de scholen, waar een lokvuurtje aanwezig was. Daar was zij voldoende. Men zal de onkosten daarvan niet kunnen ontkomen, als men ook in warmere voor- en najaarsdagen of op regenachtige, windstille zomerdagen de luchtverversching onverzwakt wenscht. Over tocht is niet geklaagd, als de mantel om de kachel hoog genoeg is, als de opening van aanvoer niet benedenaan den vloer, maar op ± 1 M. is aangebracht, en als de kinderen niet al te dicht bij de afvoeropening zijn geplaatst.
      Aan de voorschriften betrekkelijk de inrichting ontleenen wij het volgende: Tot bepaling van de afmetingen der openingen en kanalen van aanvoer en afvoer kan in ’t algemeen de volgende formule gesteld worden: Het aantal kinderen te vermenigvuldigen met 20 (het aantal M3 per kind per uur). Het daardoor verkregen cijfer te deelen door de snelheid der lucht bij den afvoer. De daardoor verkregen ▭ oppervlakte geeft de doorsnede van den trekschoorsteen aan en dus ook vuu de openingen. Bijv.: stel, dat in het schoolvertrek 60 kinderen plaats nemen. Men verlange eene luchtverversching van 20 M3 per hoofd, dus 60 × 20 M3 = 1200 M3 per uur, dat is per secunde = ⅓ M3. De snelheid der lucht kan men aannemen op 1 M. bij den aanvoer, 0.8 M. bij den afvoer, dan moet de werkzame doorsnede van de aanvoeropening bedragen = ⅓ M2 of = 33 d.M2. De afvoeropening moet iets grooter zijn: = ± 40 d.M2. Daarmede is dus ook de werkzame doorsnede van den afvoerschoorsteen gegeven = 40 d.M2. De hoogte moet bedragen 10 M.
      De kachel kan een eenvoudige pot- of kolomkachel zijn. Beter is het echter een model te nemen, zooals wij in no. 40 van dit Weekblad bij de uiteenzetting van dien toestel hebben beschreven. Men moet haar plaatsen voor een buitenmuur; de rookpijp te leiden door den afvoerschoorsteen (zoodat deze daardoor verwarmd wordt) en 1 of 2 meters boven de afdekking uit te brengen. De gegoten-ijzeren pijpen moeten in den trekschoorsteen blijvend aangebracht worden. De mantel moet eenige decimeters boven de kachel uitsteken en op 1 à 2 decimeters van deze verwijderd zijn.
      De aanvoeropening voor versche lucht in den buitenmuur achter de kachel aan te brengen, op zulk eene hoogte, dat de onderrand een goed eind boven het heetste gedeelte van de kachel en de bovenrand beneden het bovenste gedeelte van de kachel zich bevindt. Het aanleggen van lange buizen onder den vloer, met bochten, heeft veel minder waarde, tenzij de zuiging in den trekschoorsteen zeer sterk wordt gemaakt door eeu lokvuur. Elke wijziging in de oorspronkelijke inrichting in dit opzicht brengt een ander resultaat teweeg.
      De trekschoorsteen of trekbuis recht, liefst niet buiten den muur, op te metselen, van binnen glad afgewerkt, en van boven zoodanig afgedekt, dat de winden er het minst schadelijk op werken. Eene enkele plaat op 4 stijlen en een schuins afhellende breede kraag om den mond voldoen vrij goed. Een Wolpertsche kop is zeer goed, mits er een gat in geboord worde, waardoor de rookpijp heen kan gaan en de werkzame opening niet nauwer is dan de doorsnede van den schoorsteen. Misschien is een draaiende gek aan te bevelen. ln het lokaal moet de schoorsteen voorzien zijn van twee openingen: de eene bij den vloer, de andere dichtbij den zolder. Deze openingen moeten dezelfde afmetingen hebben als de trekschoorsteen en voorzien zijn van eene eenvoudige, gemakkelijk beweegbare houten schuif.
      In den schoorsteen wordl een klein kacheltje, als lokvuur, geplaatst. Is de ruimte daartoe te gering, dan worde naast den schoorsteen een ruimte gebouwd, waarin dit kacheltje moet geplaatst worden; die uitbouw moet liefst niet in het lokaal plaats hebben, al verleent het deurtje van uit het lokaal toegang. Voor het kacheldeurtje bevinde zich een houten deurtje met luchtopeningen. Gas tot verwarming te branden zou wellicht op den duur te hoog in prijs komen. Het is echter wel zoo gemakkelijk. In dat geval neme men een krans met vele openingen, of een ronden patentbrander met ijzeren koker (in plaats van lampglas) er op, ter gelijkmatiger strooming der verwarmde lucht.
      Bij het aanleggen der kachel moeten de schuiven van aanvoer en afvoer gesloten worden. Eerst als de kachel genoegzaam heet is, moeten, even voor het aangaan der school, de schuiven geopend worden. Indien bij veel wind de trekking te sterk wordt, den sluite men de aan- en afvoeropeningen voor een deel. Wordt het te warm, dan moet de winterklep van afvoer (beneden) gesloten en de zomerklep (van boven) geopend worden. De temperatuur van het lokaal stijge niet boven 15° C.
      Tot luchtverversching des zomers kan men den kachelmantel laten staan of een houten beschot voor de aanvoeropening plaatsen, welk beschot eenige decimeters boven die opening moet reiken. Het is voor de zomerventilatie beter den aanvoer van versche lucht over verscheidene kleinere openingen in den buitenmuur te verdeelen, waarvan de som bijv. ⅓ meer oppervlakte bezit dan de aanvoeropening der winterventilatie, in den geest, zooals wij de constructie der plinten in no. 38 van De Opmerker hebben beschreven. De schuif van den trekschoorsteen aan den vloer worde gesloten, de klep aan de zoldering geopend, het lokvuur zoo noodig aangelegd. Desnoodig kunnen ook de ramen worden geopend. Waar men in de zoldering van het lokaal ruime openingen heeft aangebracht, die op de zolderruimte uitkomen en zich aldaar openingen bevinden, die met de buitenlucht gemeenschap hebben, dan werken deze met de opengestelde ramen in den regel, op heldere dagen, bij eenige windstrooming, voldoende. Het aanbrengen van ruime luchtkokers, zooals Muir’s vierrichtings-ventilator, kan daarbij uitstekende diensten doen.
      De voordeelen van deze inrichting worden genoemd, dat deze bij den aanleg weinig kostbaar is; zij vereischt geen algemeen toezicht. Zijn de schuiven goed gemaakt en op de eenvoudigste wijze beweegbaar, dan kan het niet voorkomen, dat er gedurig wat aan hapert. Van het temperatuurverschil binnen en buiten wordt het meest partij getrokken. De intredende lucht is voor het grootste gedeelte niet oververhit en blijft frisch, want slechts een kleiner gedeelte strijkt onmiddellijk langs de verhitte kachelvlakte. De bezwaren zijn alleen die, welke afhankelijk zijn van de eenvoudige toepassing, zonder aanwending van eenig mechanisme: een nauwlettend toezien op het sluiten of openen der aanvoeropeningen, het geregeld verwarmen der kachel, het onderhouden van een lokvuur op dompige en windstille dagen in het voor- en najaar. Indien men evenwel met die geringe bezwaren de schoollucht op den duur zuiver kan houden, vertrouwen wij van de humaniteit der onderwijzers wel, dat zij deze bezwaren niet te groot zullen achten.


Dr. Coronel.