Staatkundig Dagblad van het Departement der Zuiderzee/1811/Nummer 15/Vlugge blik over verscheidene omwentelingen in de wijsbegeerte voorgevallen
| ‘Vlugge blik over verscheidene omwentelingen in de wijsbegeerte voorgevallen’ door een anonieme schrijver |
| Afkomstig uit de Feuille politique du département du Zuiderzée = Staatkundig Dagblad van het Departement der Zuiderzee, zondag 15 december 1811, p. 6-8. Publiek domein. |
Vlugge blik over verscheidene omwentelingen, in de wijsbegeerte voorgevallen.
(Extract uit den Mercure de France.)
(Derde vervolg; zie no. 10, 12 en 14.)
Montagne en Charron hadden reeds de goede smaak in de wijsbegeerte ingevoerd, en het nut van den twijfel doen gevoelen. De ontdekking der nieuwe wereld, de reformatie, de uitvinding der drukpers, hadden in alle hoofden eene werkzaamheid gebragt, die zich door niets liet tegenhouden. Er was slechts eene vurige en sterke verbeelding noodig, om, zelfs in den boezem van den roomschen godsdienst, eene omwenteling uit te werken. Descartes verschijnt, bestrijdt de schoolgeleerdheid, verandert het aanzien der wetenschappen, en, om den voortgang derzelve te verhaasten, stelde hij dikmaals grondbeginselen, die hij niet altoos volgde. Hij bewees der wiskunde wezenlijke diensten; maar bijna alle zijne schreden in de wijsgeerige wetenschappen werden door dwalingen gekenschetst. In plaats van met daadzaken te beginnen, nam hij zijne toevlugt tot afgetrokkenheden en tot grondbeginselen.
Descartes had alle diegenen in Frankrijk tot aanhangers, die geen belang hadden, om de meeningen der schoolgeleerden aan te kleven; de allervermaardste waren de kluizenaars van Port-Royal; zij alleen waren gennoegzaam in staat geweest, om eene omwenteling in de wetenschappen te weeg te brengen, maar ten minsten bragten zij veel tot derzelver vorderingen toe. Aan hen is men eene menigte schriften verschuldigd , die de fransche taal bepaald hebben, en die even zoo lang als deze zullen blijven bestaan; die zoo zuiver geschreven Provinciales, alwaar alle soorten van welsprekendheid zich vereenigen; die grieksche en latijnsche grammaires, waarin de grondbeginselen der beide talen zoo grondig zijn behandeld; die logika, welke zoo zeer van de schoolsche verschilde, en waarin al wat Aristoteles het best over de uitdrukking, en Descartes het meest juiste over de methode gezegd heeft, vereenigd is; die algemeene grammatika, waarin de ware bovennatuurkunde voor het eerst verscheen, eindelijk alle die verhandelingen over de zedekunde, waarin de beginselen van de christelijke wijsbegeerte, zoo krachtig en zoo juist zijn ontvouwen. Zij waren hun wel slagen aan de juistheid hunner leerwijze en aan de bekwaamheid, waarmede zij de fransche taal behandelden, verschuldigd. Zoo vele verdiensten moest den toenmaals heerschende jesuiten, die bijna overal met het onderwijs der jeugd belast waren, onrust baren; zij zwoeren den ondergang van die mededingende school, alwaar Racine gevormd werd. Het was onmogelijk de kluizenaars van Port-Royal van de zijde der wetenschap aan te vallen; maar het viel gemakkelijk hen in hunne godsdienstige gevoelens aart te grijpen. Toen men hen niet voor onwetend kon uitkrijten, toen legde men hun ten laste, dat zij jansenisten waren; maar de jesuiten wonnen daar bij niets. Om zich van de misdaad van ketterij te zuiveren, en bij voortduring hunne tegenpartij te vervolgen, bestreden die van Port-Royal vinnig de protestanten; van den anderen kant, zonder
[ 7 ]de eenheid [t]e willen verbreken, onderwierpen zij de regten der pausen aan de regelen eener gezonde critiek en bragten de beginselen voort, die de vier beruchte artikelen der gallikaansche kerk ten grondslag dienden. Den jesuiten, die het regt van den sterkste aan hunne zijde hadden, gelukte het eindelijk, in 1708, Port-Royal te vernietigen, maar minder dan zestig jaren daarna waren zij zelve verdwenen.
Niettegenstaande hun doorzigt, hadden noch Descartes, noch de kluizenaars van Port-Roijal, de ware logika noch den natuurlijken gang van den menschelijken geest ontdekt; zij hadden de duisternis, die den gezigteinder door wetenschappen omgaf, slechts voor een gedeelte verdreven; deze eer bleef voor Baco bewaard. Zes-en-dertig jaren vóór Descartes geboren zijnde, een’ juisten en diepzinnigen bik over alle menschelijke kennis werpende, had hij begonnen, den chaos, door denwelken zij omgeven waren, te ontwarren; hij had de ijdelheid en het onnutte der voormalige leerwijzen aangetoond en had de ontdekking met de zekerheid der ondervinding en der opmerking tot eenige grondslagen daarvan aangenomen. Al te verlicht voor zijne eeuw zijnde, werd hij niet genoeg verstaan; maar een zijner landslieden, zes-en-dertig jaren na hem geboren, moest de eer hebben, die grondbeginselen te ontwikkelen. Locke van de bedoelingen van Baco en van die van Descartes gebruik makende, paste de opmerking op de werkingen van het begrip toe, ontdekte den oorsprong en de opvolging der denkbeelden, bepaalde naauwkeurig de magt en de grenzen van den geest, toonde den invloed van de taal op de denkbeelden aan, onderscheidde de afgetrokken voorwerpen van de wezenlijke, en was alzoo de stichter der ware wijsbegeerte.
Gassendi, het voetspoor van Baco volgende, had, vóór Descartes en Locke, eene logika gegeven, waarvan het eenvoudig plan vervolgens tot model diende aan de schrijvers van die van Port-Royal. Hij stelt den oorsprong der denkbeelden in de zintuigen, en drukt sterk aan op het gevaar van het misbruik der woorden. Buffier heeft, in zijn Cours des Sciences, dezelfde leerwijze gevolgd, en een waarlijk wijsgeerigen geest betoond. Voltaire, eindelijk, wien de wetenschappen, de letteren en de wijsbegeerte bijna eene gelijke verpligting hebben, Voltaire voltooide, de gevoelens van Locke geloof bij te zetten, zoo als hij aan de natuur en aan de sterrekunde eenen heilzamen indruk had gegeven, door zijne Elémens de la philosophie de Newton (grondbeginselen van de filozofie van Newton); doch weldra moest Frankrijk den vreemden niets meer te benijden hebben. Hetzelve bezat in deszelfs boezem eene leerling van Locke, die niet toefde, zijn’ meester gelijk te worden en zelfs te overtreffen. Condillac, een juiste geest, diepdenkend, methodiek, vol duidelijkheid, onveranderlijk in zijn’ loop, stelde binnen het bereik van alle verstanden, hetgeen het verborgendst is de diepzinnigheden der wijsbegeerte is. Hij had vele voorstanders, en vormde geene geestdrijvers. Hij sprak slechts tot de reden, en het is door de inbeelding, dat men de gemoederen ontvlamt. Hij bezat alleen gezond verstand, en men verleidt slechts door schitterende [ 8 ]
dwalingen. Een uitmuntend waarnemer zijnde, was zijn stelsel, dat van de natuur. In hetzelfde oogenblik, dat deze beroemde schrijver, in een zijner beste geschriften, een standbeeld bezielde, om de denkbeelden te ontdekken, die wij aan elk onzer zintuigen te danken hebben, ontwierp Bonnet, te Geneve, een dergelijk werk, en voerde het ten naastenbij uit volgens een gelijksoortig plan. Dezelfde grondbeginselen van wijsbegeerte, die slechts een’ eenigen schrijver in Spanje en in Portugal en een klein getal in Italie vonden, vermenigvuldigden zich in Duitschland, Schotland, Engeland en andere streken van Europa, door talrijke geschriften.
In Frankrijk drong deze wijsbegeerte in alle de akademien door, en werd door alle geleerde lieden aangenomen. Zij bragt het hare toe, om meer order, zamenhang en duidelijkheid in alle de werken in te voeren; maar zij werd altoos uit de openbare scholen uitgesloten. De leerwijze der schoolgeleerden, onder eenige wijzigingen en met een weinig cartesiaansche wijsbegeerte vermengd, bleef bij voortduring den grondslag der wijsgeerige onderwijzing in alle kollegien en in alle universiteiten.
(Wij laten den schrijver alle de wisselvalligheden beschrijven, welke het openbaar onderwijs, gedurende onze staatkundige onlusten onderging, zooals ook de verschillende systemas, die elkander opvolgden; wij zullen in een volgend nommer zijn handschrift hervatten, daar hij het afschaffen der centrale scholen vermeldt.)
(Het vervolg hierna.)