Naar inhoud springen

Sumatra-Courant/Jaargang 14/Nummer 59/Afrika’s Westkust

Uit Wikisource
‘Afrika’s Westkust’ door een anonieme schrijver
Afkomstig uit de Sumatra-Courant, woensdag 23 juli 1873, [p. 4]. Publiek domein.
[ 4 ]

Afrika’s Westkust.

Ter kust van Guinea, aldus schrijft de Haagsche korrespondent van de Samarangsche Ct., beleven de Engelschen thans ook geen onvermengd genoegen. De koning der Ashantijnen rukt op naar Elmina, dat, naar hij beweert, Nederland niet aan Engeland had mogen afstaan, daar hij er aanspraak op had. Als erkenning van zijn recht op Elmina, zegt hij, betaalden de Nederlanders hem een jaarlijksche schatting van 400 dollars. Ook gaven zij hem 40 dollars voor iederen man dien hij voor het Nederlandsch-Indisch leger bezorgde. De Ashantijnen, wier macht op 30 à 40,000 man wordt geschat, hebben de Fantijnen, die onder bescherming der Britsche vlag staan, nu reeds driemalen geslagen, en zij rukken steeds voorwaarts. Twee Engelsche oorlogsstoombooten met een veldbatterij en marine-artillerie zijn er heengezonden. Er liggen reeds 4 oorlogschepen met 850 man.
De Engelsche Regeering heeft van de onze opheldering verzocht, en de Nederlandsche heeft zich gehaast te verklaren, dat zij op de overgedragen forten een onbetwistbaar recht had. De uitkeering strekte alleen ter bevordering van den handel. De manschappen, die wij voor het Oost-Indisch leger wierven, waren krijgsgevangenen, die anders toch zouden gedood zijn.
Het is evenwel niet weg te nemen dat, als wij 40 dollars voor zulk een krijgsgevangene betaalden, dit even goed was als het uitloven van een premie op het oorlogvoeren tusschen de inlandsche stammen onderling. Ook schijnt er in Engeland over den waren aard van onze uitkeering aan den koning van Ashantee nog eenigen twijfel te bestaan.
Intusschen kan men onder onze verspreide berichten lezen, dat de Ashantijnen geslagen zijn en met groot verlies naar het binnenland teruggetrokken.