Naar inhoud springen

Sumatra-Courant/Jaargang 14/Nummer 62/Vereenigde Staten

Uit Wikisource
‘Vereenigde Staten’ door een anonieme schrijver
Afkomstig uit de Sumatra-Courant, zaterdag 2 augustus 1873, [p. 4]. Publiek domein.
[ 4 ]

Vereenigde Staten.

Als oorzaak van den oorlog met de Modok-Indianen deelt de San Francisco Chronicle de volgende gruweldaden mede:
In de lente van 1852 werd te Yreka een vereeniging opgericht, onder leiding van een man, genaamd Benjamin Wright, die ten doel had het bevechten der Modok Indianen. De mannen van Wright verlieten wel gewapend en uitgerust Yreka, en trokken zonder verzuim op naar het land der Indianen om het meer Tula en de Lawabeddingen. Het bleek dat de Modoks toen even dapper waren als zij zich laatstelijk beloonden; want men zegt, dat bij verschillende ontmoetingen met het gezelschap van Wright, dit laatste er minder goed afkwam. Kapitein Wright zag weldra in, dat zijn macht niet sterk genoeg was, om de Indianen tot onderwerping te brengen, zelfs niet om hen te tuchtigen. Hij keerde dus terug naar Yreka, hoewel niet met het doel om de onderneming op te geven, maar eenig en alleen om een verraderlijk plan, dat hij gesmeed had, ten uitvoer te kunnen leggen. Dit was niets minder dan een ontwerp van een algemeene vergiftiging. Te Yreka kocht hij een groote massa strichnine, en deelde zijn plan om dit te gebruiken ter vergiftiging van de Indianen onverbloemd aan verschillende personen mede. In Yreka bevond zich toen een groot aantal dienstdoende Indianen, waarvan de meesten inderdaad als slaven beschouwd werden door de blanken. Een hunner, bekend bij den beteekenisvollen naam „Swill”, behoorde toe aan den rechter Snelling, tegenwoordig president van Kelroy. Op de een of andere wijze vernam Swill het vergiftigingsplan, en maakte het zoo algemeen bekend, dat Wright het moest opgeven. Tegen het eind van den zomer voerde Wright zijn manschappen weer naar de streek der Indianen schijnbaar met het doel om vrede te sluiten. Het was bekend, dat de Indianen ge[n]e[i]gd waren tot staking der vijandelijkheden. De winter toch was in aantocht, en hun voorraad dekens, ammunitie en voedsel was zeer beperkt. Daarom werden de voorslagen van kapitein Wright met belangstelling ontvangen, en werd overeengekomen omtrent een vredes-bijeenkomst. De plaats daarvoor aangewezen was niet ver verwijderd van de plek, waar generaal Ganby en dr. Thomas vermoord zijn.
Op den bepaalden tijd waren beide partijen aanwezig, de Indianen gewapend met pijl en boog, de blanken met geladen revolvers. De vredespijp werd gerookt, en de beraadslaging over de voorwaarden, die door ieder der partijen zouden in het oog moeten worden, waren aan den gang, toen Wright zijn mannen plotseling een van te voren afgesproken teeken gaf, en zijn revolver uithalende, à bout portant op den naast bij hem staanden Indiaan loste, en dezen doodde. Onmiddelijk op den knal van het pistool van Wright volgde die van twinting andere revolvers, en in minder dan een minuut lagen achttien slachtoffers van der blanken verraad in doodstrijd op den grond. Verscheiden Indianen, die of bij toeval of omdat zij verraad vreesden op eenigen afstand van de plaats, waar de „vredeskommissie” zich bevond, waren, ontkwamen, doch niet dan nadat zij eenige wrekende pijlen op hun vijanden afgeschoten hadden, waarvan er twee ernstig gewond werden. Zoo kwamen zij om, die wellicht de vaders, ooms en andere verwanten waren van de mannen, die onlangs het plan ontwierpen en uitvoerden van de bloedige daad, die een kreet van verontwaardiging in ieder beschaafd land en om de vernietiging van den stam der Modoks deed slaken. Kapitein Jack was toen een jongen van slechts negen jaren, John Schonchin was 19, Boston Charley was een kind van slechts een jaar en Hooka Jim ongeveer van dienzelfden leeftijd.
Maar waarschijnlijk was het verhaal van dit lage verraad, waarvan hun nabestaanden de slachtoffers geweest waren, en de plicht om het te wreken in hun harten opgeteekend; het verlangen naar wraak zal met hen gewassen en in kracht toegenomen zijn; en de moord aan Camby en Thomas zal de volvoering geweest zijn van de wraak, waarnaar hun wilde inborst dorstte. Nadat kapitein Wright en zijn manschappen het te Yreka beraamde plan alzoo uitgevoerd hadden, skalpeerden zij de Modoks en keerden naar Yreka terug, de bloedige trofeeën in triomf medevoerende en zich verheffende op hun lafhartige en verraderlijke handeling. Hun gewonde kameraden werden op draagstoelen te paard medegevoerd. Het volk liep in menigte uit om de dappere krijgers bij hun terugkomst te verwelkomen.
Van den dag van den moord op de Modoks gepleegd af verkeerde Wright steeds in vrees, dat hij zijn loon daarvoor zou vinden door de wrekende handen der stamgenooten. Zijn vrees bleek wel gegrond te zijn. Op zekeren nacht, terwijl de deuren van zijn huis goed gesloten en versperd waren, zooals hij geloofde, legde hij zich met zijn wapenen naast zich te slapen. Terwijl hij in slaap verzonken was, kwamen de wrekende Modoks op hem af. Het hoofd Enos wist zich met eenige weinige medgezellen toegang te verschaffen in zijn hut, en Wright ontwaakte nimmer uit zijn slaap. Zijn lijk werd door de Modoks zoo verminkt dat het nauwelijks herkenbaar was. Het hoofd Enos en eenige andere Indianen, die ondersteld werden met hem geweest te zijn en deel gehad te hebben aan den noord van Wright, werden gevangen genomen en opgehangen, maar zij stierven, zich er op verheffende wraak genomen te hebben op den leiden vanden lagen moord, gepleegd op hun aanverwanten.