Theo van Doesburg/Godenkultuur

Uit Wikisource
Ga naar: navigatie, zoeken
Godenkultuur
Auteur(s) Theo van Doesburg
Datum april 1919
Titel ‘Godenkultuur’
Tijdschrift Het Getij
Jg, nr, pg 4, 4, 93-94
Genre(s) Fictie
Brontaal Nederlands
Bron Els Hoek (redactie; 2000) Theo van Doesburg. Oeuvrecatalogus, Bussum: Uitgeverij Thot, p. 683. ISBN 9068682555
Auteursrecht Publiek domein

Godenkultuur

Aan den tijdgenoot.

Achterblijven beteekent: onder den voet geraken. Waartoe ook te aarzelen? Zijt ge bang voor het gedruisch en gezwiep der machines? Beangstigt u de ijzeren greep van ons leven? Zijt ge bevreesd de bevelen van den engel in u op te volgen? Denzelfden engel die de steden gebouwd heeft? Hoe? Is deze stad u niet een wonder! Gestold sprookje uit uw soezerige jeugd? Wat? Ge schuwt kultuur? Schoorsteenpijpen? Ge zijt bevreesd op te stijgen tot de top van uw jeugdverlangens? Loert achter a naar het donkere bosch van het verleden? Maar wat zijt gij zonder het vernuftig geweven kleed, om ons slumperig naakt lichaam tegen kou en wind te beschutten? Hoe gemakkelijk kunt gij, vadsig in uw club-fauteuil hangend, schimpen op die vervloekte „kultuur”.
      Gij zijt haar slaaf, nestelt u in hare weldadige schaduw en zegt: ik vervloek u!

Gij verlangt naar wildernissen en sprookjes? Ik toon u de orde der machinekamers en het sprookje der moderne productiewijze. Elk product is ’n reëel wonder. Ge verlangt naar den hemel? Ik toon u de hemelvaart der aeroplane met haar rustigen bestuurder.

Ge verlangt terug naar de natuur?
      Haar lijk ligt aan uw voeten. Ge hebt haar zelf verslagen. Uw hooge bergen zijn in scyscrapers veranderd.
      Uw molen draait niet meer — er staat nu een schoorsteenpijp. Over de plek waar eens uw dilligence stond, snort thans ’n automobiel.
      „Natuur” bestaat nog slechts in uw droomen, in uw zwakke oogenblikken of op de eenzame schilderijen in verlaten museumhoeken. In de werkelijkheid bestaat slechts Kultuur d.i. gijzelf, uw geest en zijn consequenties.

En nog is uw inhoud niet uitgeput.

Ge vraagt naar het „gevoel”. Ik toon u de resultaten van het bewustzijn:

De verovering op de werkelijkheid van een nieuwe afmeting.

In de oude diemensies beweegt ge u reeds automatisch. Door kultuur van uw geest zijt ge tot de automatische levenswijze gedwongen.
      Uw geest heeft de vrouw met haar „romantisch stilzwijgen”, haar „sprookjes”, „liefdesverlangen” en „schemerlamplicht” IN U vernietigd. De man realiseert zich in u en met hem het Wonder.
      Water in wijn veranderen is geen wonder meer, maar wel: boomen in deuren, modder in huizen, natuur in kunst, kunst in stijl, stijl in leven.

De middeneeuwsche stilte is in machinegeraas veranderd. Het lawaai der steden is u even lief geworden als het zingen van den ketel boven het vuur van uw grootmoeder.
      Het nieuwe leven doordringt u. Gij bemerkt het niet, want uw geest heeft een nieuwe afmeting voortgebracht, waarin ge zelf het middelpunt zijt en waarvan uit ge eens hoonlachend neer zult zien op de armzalige, sterfelijke bewoners eener drie-dimensionale wereld.

Uw hand beeft niet meer. Uw geest, deze demonische engel, die de natuur overwon, ordende en omschiep, trekt thans te velde tegen het sentiment. Gij zijt u bewust: dit krachtverspillende monster moet overwonnen worden, alvorens de atmosfeer geschikt is om goden voort te brengen. Want ook die vormden den inhoud van uw jeugdverlangens. Doch hoe verachtelijk en spottend zult ge neerzien op de naïeve, steenen creaturen, waarin uw goden-verlangens bevroren, wanneer eenmaal levende, vrije goden de plaats der menschen zullen innemen...

Januari 1919.