Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1872/Nummer 256/Frankrijk
| ‘Frankrijk’ door een anonieme schrijver |
| Afkomstig uit het Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad, maandag 16 september 1872, [p. 3]. Publiek domein. |
Frankrijk.
Het Journ. de Déb. deelt omtrent de vierde zitting der permanente kommissie, op 12 Sept. onder voorzitterschap van den heer Martel gehouden het volgende mede: De minister Lefranc zeide, dat de toestand des lands dezelfde gebleven was. De heer de Rainneville wilde weten, of de geruchten van de mindere opbrengst der belastingen gegrond waren; onder het keizerrijk, voegde hij er bij, werd de opbrengst der belastingen geregeld bekend gemaakt. De heer Lefranc antwoordde eenigszins scherp, dat hij geen aanmoediging noodig had om liberaal te zijn, en dat men de cijfers verdraaid heeft, met strafbare indiskretie. De heer Pagès-Duport zeide, dat de opbrengst in de eerste zes maanden aanmerkelijk minder was dan in het vorige jaar, maar dat zij sedert iedere week toeneemt, zoodat men einde 1872 op een goed dienstjaar hopen mag. De heer Laboulaye kwam tegen de woorden des ministers op; hij geloofde, dat men in een vrij land zich niet ongerust moet maken over indiskretiën der pers. Beter ware het, indien de regeering een officieele nota openbaar maakte. De heer d’Aboville vraagt inlichtingen omtrent de mijnen aan den Mont-Cénis-tuunel. Hij keurde het af, dat de regeering dat werk gestaakt heeft, omdat het Italiaansche ministerie er zich tegen verzette. De heer Lefranc beweerde, dat de werken werden gestaakt, zonder dat eenige vreemde regeering daartoe aangespoord had. Frankrijk nam geheel zelfstandig een besluit. Op een vraag van den beer Pagès-Duport om inlichting betreffende den staat der onderhandelingen tusschen Frankrijk, België en Engeland, in zake het handelstraktaat, kon de regeering geen antwoord geven, dan alleen dit, dat de onderhandelingen een goeden voortgang hadden.
De vestingwerken van Soissons zullen op groote schaal uitgebreid worden. De stad ligt aan den grooten weg naar het noorden en is uitnemend geschikt om als basis voor de bewegingen van een leger te dienen. Een der spoorwegen, die zich te Soissons vereenigen, vereenigt die plaats met Kamerijk en de andere vestingen van het noorden, en de andere spoorweg loopt langs de Belgische grenzen over Sédan, Montmédy, Thionville enz. In den laatsten oorlog was Soissons niet in staat van tegenweer gebracht en kapituleerde het zonder een beleg af te wachten.
Daar de gezondheidstoestand van Rochefort zeer achteruit gaat, hebben zijn vrienden weder bij den president der republiek, op vermindering van straf voor hem aangedrongen. De heer Thiers heeft hen naar de kommissie van gratie verwezen, die juist dezer dagen hare werkzaamheden heeft hervat.