Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/Jaargang 136/Nummer 77/Ochtendblad/Coöp. Boerenleenbank te Linschoten
| ‘Coöp. Boerenleenbank te Linschoten’ door een anonieme schrijver |
| Afkomstig uit het Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad, zaterdag 2 april 1932, Ochtendblad, [1e blad], [p. 3]. Publiek domein. |
COöP. BOERENLEENBANK TE LINSCHOTEN
Linschoten. — De Coöperatieve Boerenleenbank alhier, hield in „De Oude Raadkamer” van den heer Baars haar algemeene Ledenvergadering.
Nadat de voorzitter, de heer P. de Haan, de vergadering geopend had, werden de Notulen der vorige vergadering gelezen en vastgesteld.
Het verslag over het boekjaar 1931 werd daarna door den Voorzitter uitgesproken. De Rekening en de Balansen werden vervolgens voorgelezen en daarna door een commissie van 3 leden onderzocht en goedgekeurd.
Aan het verslag Rekening en Balansen ontleenen we het volgende:
Ingelegd aan Spaargelden ƒ 193.084,78½. Dit is bijna 34000 gulden meer dan in 1929.
In loopende rekening is:
gestort ƒ 31.568,14, zoodat de schuld der bank bedraagt ƒ 224.652,92½.
Er stond uit in loopende rekening ƒ 174.169,59 en aan voorschotten met hypotheek ƒ 45.100,— zoodat de bank te vorderen had een bedrag van ƒ 220.269,59.
Uit de winst, die ƒ 371,39½ bedraagt, blijkt wel duidelijk dat het niet de bedoeling van de bank is groote winst te maken maar wél om de leden een crediet te verstrekken tegen matige rente en de Spaarders een behoorlijke vergoeding voor de ingelegde gelden.
De Voorzitter deelde vervolgens mede, dat bij zijn bezoek op de Algemeene Vergadering der Coöp. Centrale Raiffeisenbank te Utrecht het voornaamste was het voorstel tot vorming van een kapitaal ter tegemoetkoming aan boerenleenbanken in de schade, ontstaan door de bijzondere tijdsomstandigheden. In ’t kort wordt dit genoemd: „Kapitaal voor bijzondere doeleinden”. Inmiddels werd door iedere hoerenleenbank reeds een bedrag hiervoor betaald.
Op duidelijke, maar korte wijze, wordt uiteengezet de oorzaak, doel en de wijze van stichting van dit kapitaal. Mocht het geheele of een gedeelte van het kapitaal eventueel voorhanden blijven zoo zal dit weer aan de banken, met de gekweekte rente, worden terugbetaald.
Hierover werd nog door enkele leden vragen gesteld die door den Voorzitter tot genoegen werden beantwoord.
Voorts werd het aftredende bestuurslid, de heer I. D. Vroege, wederom voor den tijd van vijf jaren herkozen. De heer G. de Heer werd wederom tot lid van den Raad van Toezicht herkozen.
Na de mededeeling, dat aan het woonhuis van den Kassier een „Sirene” is aangebracht geworden, welk toestel eenige weken terug bewezen heeft geheel aan de gestelde eischen te voldoen daar dit o.a. op ruim 4 kilometer afstand is gehoord geworden, sluit de voorzitter deze geanimeerde vergadering.