Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/De heer Ruys op krukken
| ‘De heer Ruys op krukken’ door een anonieme schrijver |
| Afkomstig uit het Venloosch Weekblad, [zaterdag] 20 maart 1886, [p. 1]. Publiek domein. |
De heer Ruys op krukken
is de held van den dag, de redder uit den nood, de dooder van het doode punt.
Verleden Woensdag, de dag waarop de antiliberalen gezamenlijk weer goed zouden maken, wat eenige hunner acht dagen te voren bedorven hadden, verleden Woensdag vóor de pauze hadden 84 leden de presentielijst geteekend, 42 van de rechter-, 42 van de linkerzijde.
De Kamer stond op het doode punt.
Geen besluit mogelijk. Staking van stemmen onvermijdelijk. Immers de heer Van Wassenaer had (getrouw aan zijne belofte) het voorstel Haffmans opnieuw gedaan en het was volkomen zeker, dat zoowel de andere antirevolutionnairen, die vroeger tegenstemden, alsook dr. Schaepman, ditmaal vóor zouden stemmen.
Ware er dus voor de pauze gestemd, de uitslag der stemming zou geweest zijn: 42 vóor en 42 tegen.
Maar ziet! gedurende de pauze komt de heer Ruys op krukken aangesukkeld; toen was het pleit ten voordeele der rechterzijde beslecht. Deze was nu zeker van haar zaak, terwijl den liberalen allen moed ontzonk. Maar zij hadden nu eenmaal besloten tegen te stemmen en dat deden zij dan ook, behalve de heer Heldt, die er van door ging (hetgeen weinig heldhaftig was) en de heer Van Houten, die omliep (hetgeen weinig edelmoedig was). Ware de heer Ruys niet gekomen, waarschijnlijk zouden beiden pal gestaan hebben. Nu dachten zij: „De slag is toch verloren, het doet er weinig toe, of en hoe wij stemmen”. Het komt ons echter voor, dat zij in de gegeven omstandigheden minder dan ooit mochten uit het gelid treden, ten einde niet te gelijken op ratten, die een zinkend schip verlaten.
Dr. Schaepman zeide voor het voorstel Wassenaer te zullen stemmen, ofschoon ook op andere wijze dan door de prioriteit het doel der onderteekenaars der nota’s kon bereikt worden. Maar nu er geen voorstel was gedaan, om die andere wijze toe te passen, bleef hem niets over dan voor de prioriteit te stemmen. Hiermede was zijn vroeger tegenstemmen verklaard en alles in orde.
Wat die andere wijze betreft, er liep een gerucht dat de heer Gleichman plan had een voorstel te doen alle hoofdstukken, te beginnen met no. 1, achtereenvolgens te behandelen zonder te stemmen en dan ten slotte over alle te gelijk te stemmen. Eene heerlijke vondst voor de liefhebbers van discussie quand même! Intusschen viel dit plan niet in den smaak van den Voorzitter, die te recht begreep dat de liberalen daardoor den schijn op zich zouden laden, van alleen te durven wanneer de heer Van Wassenaer vooropging en dat zij er anders langs zochten te draaien. Wij weten dit niet stellig, maar maakten zulks op uit de gebaren van den Voorzitter, terwijl hij met den heer Gleichman sprak.
Hoe het zij, deze vernedering bleef den liberalen gespaard en alles liep ten beste af. Tout est pour le mieux dans le meilleur des mondes. De verdeeldheid der rechterzijde is gebleken slechts schijnbaar geweest te zijn.
Wij hadden dus volkomen gelijk toen wij verleden week ons artikel „Louter misverstand” schreven. Het eenige verschil dat er werkelijk bestond was, dat de doctor meende dat er nog een ander middel dan de prioriteit van hoofdstuk x bestond, om te zorgen dat wij niet gefopt werden, terwijl alle andere katholieken en de meeste antirevolutionnairen overtuigd waren, dat prioriteit het eenige middel was.
Al wat er verder in katholieke bladen gestaan heeft omtrent de bedoelingen en inzichten van dr. Schaepman is uit de lucht gegrepen. Wij weten waarlijk niet, hoe zij er aan komen.
Daar heb je b. v. De Nieuwe IJselbode, die Zaterdag 13. Maart een hoofdartikel bracht met het opschrift: Eene gewichtige beslissing.
Na de beroemde verklaring van den doctor op 1. Dec. v. j. meegedeeld te hebben, zegt de redactie:
Hoe kan en zal aan deze bedreiging door de rechterzijde gevolg worden gegeven?
Er staan twee wegen open. Wil men zich de verklaring van dr. Schaepman zóo opvatten dat men de bedreiging reeds bij de eerste lezing ten uitvoer legt, dan is de zaak in zekeren zin eenvoudig genoeg.
Heemskerk verkiest nu eenmaal niet — om welke redenen is ons voor het oogenblik onverschillig — art. 194 het eerste aan de orde te stellen.
Men kan beproeven den minister door eene motie te noodzaken.
Maar eene motie om hoofdstuk x (art. 194) voor alle andere hoofdstukken te behandelen, wordt waarschijnlijk verworpen. Wij gelooven, dat de geheele rechterzijde er voor zal stemmen, en hoogstens mag men staking der stemmen dus verwerping der motie verwachten.
Dit nu vinden wij juist geene ernstige ten uitvoerlegging van eene ernstige bedreiging.
Zooals elke krachtsinspanning die geen doel treft, zou ook deze krachtsinspanning juist niet de kracht en het zelfvertrouwen der rechterzijde verhoogen. Daarbij zou eene afwijking van een der conservatieve Kamerleden b. v. eene zeer ongewenschte scheuring brengen in de rechterzijde en een ongewenscht wantrouwen wekken.
En verder:
Wij hopen, dat de verklaring, neen, dat de bedreiging van 1. December haar vol effect moge hebben. Maar dat kan zij eerst bij de tweede lezing. Dat kan zij eerst wanneer er met eene meerderheid van twee derden der uitgebrachte stemmen definitief over de nieuwe Grondwetsartikelen moet beslist worden.
Met welk een zelfvertrouwen, met welk eene autoriteit wordt dat alles geproclameerd. En nu blijkt het dat er niets van aan is. Niet bij de tweede, maar bij de eerste lezing reeds heeft de doctor door zijne stem voor het voorstel Wassenaer de conditio sine qua non doen gelden.
Ook De Grondwet van Rozendaal weet er alles van en schrijft met een aplomb, dat het een lust is om te lezen.
Na de houding aller katholieke kamerleden (behalve dr. Schaepman) scherp gehekeld te hebben, vervolgt de redactie:
Het Venloosch Weekblad, dat algemeen bekend staat de denkbeelden van den afgevaardigde Haffmans volkomen juist uit te drukken, heeft in zijn nummer van Zondag ll. beproefd, de prioriteitsstelling van hoofdstuk x in de eerste instantie als eene bij de kath. kamerclub uitgemaakte zaak voor te stellen. Deze had zich daartoe in hare nota verbonden, zij kon niet meer terug al zou zij willen, heette het. Het blad beriep zich ook op het door dr. Schaepman gesprokene in de Kamerzitting van 1. December ll.
Het viel laatstgenoemde zeer gemakkelijk, in een brief aan De Tijd te bewijzen, dat die Nota hare onderteekenaars op dit stuk volkomen vrijheid laat. In een ander briefje protesteerde hij tegen den beperkten zin aan het door hem op 1. Dec. ll. gesprokene gegeven en alzoo ook tegen te toelichting daarvan van De Tijd, die ronduit gezegd, ons wel wat Rabbijnsch voorkwam.
Een en ander zal den heer Haffmans op het denkbeeld hebben gebracht, dat zijn collega Schaepman de prioriteit van behandeling voor hoofdstuk x, althans in de eerste instantie, niet verlangde. De eenige taktiek nu, waarvan zijn voorstel bij mogelijkheid getuigen kan, bestaat hierin, dat hij heeft willen voorkomen, dat gene aanhangers voor de hem toegedachte meening won. Van daar de haast, de voorbarigheid, waarmede hij met zijn voorstel als uit de lucht is komen vallen, men weet met welk gevolg. Voorwaar eene bedenkelijke taktiek.
Hoe de heer Schaepman over deze prioriteitsquaestie zelve denkt, hebben wij niet te onderzoeken. Dat zal wel aanst. Woensdag of een der daaropvolgende dagen blijken.
Wat ons betreft, wij zijn nog niet, evenals het Venl. Weekbl, De Tijd en andere geestverwante bladen, overtuigd dat ook bij de eerste instantie de prioriteit der behandeling van hoofdstuk x alleszins gewenscht is. Wij erkennen gaarne dat men, om die wenschelijkheid te betoogen, niet de halsbrekende toeren behoeft te verrichten, als welke eerstgenoemd blad gemeend heeft zich te kunnen veroorlooven. Daar pleiten argumenten voor, die ernstige aandacht verdienen, zooals die ontleend aan de waarde van den nationalen tijd, de waardigheid van ons parlement. Maar daar tegenover staat eene overweging, waarvan wij ons niet kunnen los maken en die ons vooralsnog belet, anderer overtuiging te deelen.
Daar waait nu eenmaal over ons land een hervormingswind, niet brekend, zelfs niet schokkend, maar toch drijvend.
Als men niet beter wist, men zou waarlijk gelooven den doctor zelven te hooren.
En toch is er nu gebleken dat dr. Schaepman over de prioriteitsquaestie precies zoo denkt als wij. Al die elucubraties over eerste en tweede instantie vallen in duigen.
Alleen het Centrum had het aan het rechte eind. Ook volgens zijn oordeel was het verschil van meening slechts schijnbaar.
Ziethier het snedig artikel:
⁂ Prioriteits-polemiek.
Er is een klein polemiekje ontstaan tusschen het Venloosch Weekblad en dr. Schaepman. Genoemd blad heeft zich, evenals De Tijd, verklaard voor het toekennen van de prioriteit aan hoofdstuk x in geval de grondwets-herziening aan de orde komt.
Beide bladen gronden hun verlangen op de waardigheid van het Parlement en het practisch nut. Het Venloosch Weekblad meent bovendien, dat de rechterzijde niet anders kan wegens de door haar ingezonden nota’s en de door dr. Schaepman in de zitting van 1. December afgelegde verklaring.
Hiertegen nu voert dr. Schaepman heden in De Tijd eenige bedenkingen aan. Hij acht de rechterzijde, die de nota’s inzond toen er van wijziging van hoofdstuk x bij de Regeering nog geen sprake was, volstrekt niet aan die prioriteit gebonden en schijnt te bedoelen, dat het door hem gesprokene in dien zin moet worden verklaard, dat waar hij de uitdrukking deze Kamer bezigde, het oog had op de behandeling in het algemeen, en dat hij aan prioriteit van hoofdstuk x bij de behandeling in eerste instantie niet gedacht heeft.
De Tijd blijft zich, na dit meenings-verschil, nu ook voor de prioriteit in eerste instantie verklaren, wat naar ons voorkomt ook de beste tactiek is.
Wijl dr. Schaepman zich echter over die prioriteit niet uitlaat, is wellicht het verschil van meening slechts schijnbaar.
Maar dan had de gansche polemiek best achterwege kunnen blijven.
Hiermede eindigen wij onze beschouwingen over dit geruchtmakend incident. Alleen willen wij nog uitdrukkelijk zeggen, ofschoon het herhaaldelijk is aangeduid, dat de heer Haffmans als oudste lid door de katholieke club was gelast, om het voorstel te doen, dit dus eigenlijk niet zijn voorstel is, maar dat der katholieke club. Anders had de doctor er ook wel een paar medegesleept.
Eere wien eere toekomt!
