Verdrag van Lissabon/Deel II/Zesde deel/Titel I/Hoofdstuk 4

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
ZESDE DEEL, TITEL I, Hoofdstuk 3 De adviesorganen van de Europese Unie DEEL II - VERDRAG BETREFFENDE DE WERKING VAN DE EUROPESE UNIE van Europese Unie

ZESDE DEEL INSTITUTIONELE EN FINANCIËLE BEPALINGEN, TITEL I BEPALINGEN INZAKE DE INSTELLINGEN, Hoofdstuk 4 De Europese Investeringsbank

ZESDE DEEL, TITEL II FINANCIËLE BEPALINGEN


HOOFDSTUK 4 DE EUROPESE INVESTERINGSBANK[bewerken]

Artikel 308
(oud artikel 266 VEG)
De Europese Investeringsbank bezit rechtspersoonlijkheid.
De leden van de Europese Investeringsbank zijn de lidstaten.
De statuten van de Europese Investeringsbank zijn opgenomen in een protocol dat aan de Verdragen is gehecht. De Raad kan, op verzoek van de Europese Investeringsbank en na raadpleging van het Europees Parlement en de Commissie, of op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement en de Europese Investeringsbank, de statuten volgens een bijzondere wetgevingsprocedure met eenparigheid van stemmen wijzigen.

Artikel 309
(oud artikel 267 VEG)
De Europese Investeringsbank heeft tot taak, met een beroep op de kapitaalmarkten en op haar eigen middelen bij te dragen tot een evenwichtige en ongestoorde ontwikkeling van de interne markt in het belang van de Unie. Te dien einde vergemakkelijkt zij, door zonder winstoogmerk leningen en waarborgen te verstrekken, de financiering van de volgende projecten in alle sectoren van het economische leven:

a) projecten tot ontwikkeling van minder ontwikkelde gebieden;
b) projecten tot modernisering of overschakeling van ondernemingen of voor het scheppen van nieuwe bedrijvigheid, teweeggebracht door de instelling of de werking van de interne markt, welke projecten door hun omvang of hun aard niet geheel kunnen worden gefinancierd uit de verschillende middelen welke in ieder van de lidstaten voorhanden zijn;
c) projecten welke voor verscheidene lidstaten van gemeenschappelijk belang zijn en die door hun omvang of aard niet geheel kunnen worden gefinancierd uit de verschillende middelen welke in ieder van de lidstaten voorhanden zijn.

Bij de vervulling van haar taak vergemakkelijkt de Bank de financiering van investeringsprogramma's in samenhang met bijstandsverlening van de structuurfondsen en van de andere financieringsinstrumenten van de Unie.