Naar inhoud springen

Verdrag van Parijs/Titel I

Uit Wikisource

[ 13 ]

EERSTE TITEL



Van de Europese Gemeenschap
voor Kolen en Staal

[ 15 ]

Artikel 1

De Hoge Verdragsluitende Partijen komen bij dit Verdrag onderling overeen op te richten een EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR KOLEN EN STAAL, gebaseerd op een gemeenschappelijke markt, gemeenschappelijke doelstellingen en gemeenschappelijke instellingen.

Artikel 2

De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal heeft ten doel in harmonie met de algemene economie 'der deelnemende Staten, en daartoe in staat gesteld door de instelling van een gemeenschappelijke markt overeenkomstig de bepalingen van artikel 4, bij te dragen tot de economische ontwikkeling, de uitbreiding van de werkgelegenheid en de verhoging van het levenspeil in de deelnemende Staten.

De Gemeenschap moet in toenemende mate de omstandigheden scheppen, die uit zichzelf de meest rationele verdeling van de productie op een zo hoog mogelijk peil verzekeren en daarbij zowel de continuïteit van de werkgelegenheid waarborgen als vermijden, dat in de economie van de deelnemende Staten fundamentele en duurzame moeilijkheden worden veroorzaakt.

Artikel 3

De instellingen van de Gemeenschap moeten in het kader van hun onderscheidene bevoegdheden en in het gemeenschappelijk belang:

a) waken voor een regelmatige voorziening van de gemeenschappelijke markt, rekening houdende met de behoeften van derde landen; [ 16 ]
b) aan allen, die in het gemeenschappelijk marktgebied als verbruiker optreden en in vergelijkbare omstandigheden verkeren, op voet van gelijkheid de toegang tot de productiebronnen waarborgen;
c) waken voor een zo laag mogelijke prijsstelling, mits daaruit geen verhoging voortvloeit van de door dezelfde ondernemingen bij andere transacties berekende prijzen, noch van het prijspeil in een ander tijdvak, terwijl ruimte gelaten moet worden voor de noodzakelijke afschrijvingen en voor een normale beloning van de geïnvesteerde kapitalen;
d) waken voor het handhaven van omstandigheden, welke de ondernemingen aansporen tot bet vergroten en verbeteren van hun productiemogelijkheden en tot het bevorderen van een rationeel beleid bij het ontginnen van de natuurlijke hulpbronnen, waardoor een niet verantwoorde uitputting daarvan wordt voorkomen;
e) de verbetering bevorderen van het levenspeil en van de arbeidsvoorwaarden der werknemers, zodat een geleidelijke egalisatie daarvan in elk der industrieën, welke aan haar zorg zijn toevertrouwd, mogelijk wordt;
f) de ontwikkeling van het internationale ruilverkeer bevorderen en waken voor het in acht nemen van billijke grenzen ten aanzien van de op buitenlandse markten berekende prijzen;
g) een regelmatige uitbreiding en modernisering van de productie, alsmede een verbetering;van de kwaliteit bevorderen, met dien verstande, dat elke bescherming tegen concurrerende industrieën, die niet zou­ zijn gerechtvaardigd door een ongeoorloofde handeling hunnerzijds of te hunnen gunste verricht, is uitgeschakeld. [ 17 ]

Artikel 4

Als zijnde onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt voor kolen en staal worden afgeschaft en zijn verboden binnen de Gemeenschap overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag:

a) in- of uitvoerrechten of heffingen met daaraan gelijke werking en kwantitatieve beperkingen van het goederenverkeer;
b) maatregelen of practijken, die een discriminatie tussen producenten, tussen kopers of tussen verbruikers inhouden, met name die, welke betrekking hebben op prijzen of leveringsvoorwaarden en vervoerstarieven, alsmede maatregelen of practijken, die de koper belemmeren in de vrije keus van zijn leverancier;
c) door de Staten verleende subsidies of hulp, of door deze opgelegde bijzondere lasten, in welke vorm ook;
d) beperkende practijken, die strekken tot verdeling of uitbuiting van markten.

Artikel 5

Bij het vervullen van haar taak overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag grijpt de Gemeenschap zo weinig mogelijk rechtstreeks in.

Te dien einde:
— licht zij de belanghebbenden bij hun optreden voor en vergemakkelijkt zij dit door het verzamelen van gegevens, door het organiseren van overleg en door het omschrijven van algemene doelstellingen; [ 18 ]
— stelt zij financieringsmiddelen ter beschikking van de ondernemingen voor hun investeringen en draagt zij bij in de kosten van wederaanpassing;
— verzekert zij de vestiging, de handhaving en de inachtneming van normale concurrentieverhoudingen en gaat zij slechts dan over tot een rechtstreekse beïnvloeding van de productie en de markt, wanneer de omstandigheden zulks vereisen;
— maakt zij de beweegredenen voor haar handelingen openbaar en neemt zij de nodige maatregelen ter verzekering van de naleving van de bepalingen van dit Verdrag.

De instellingen van de Gemeenschap verrichten deze taak met een beperkt administratief apparaat in nauwe samenwerking met de belanghebbenden.

Artikel 6

De Gemeenschap bezit rechtspersoonlijkheid.

In het internationale verkeer bezit de Gemeenschap de handelingsbevoegdheid die nodig is voor het uitoefenen van haar taak en voor het bereiken van haar doelstellingen.

In elk der deelnemende Staten bezit de Gemeenschap de meest omvattende handelingsbevoegdheid, die aan nationale rechtspersonen is toegekend; met name kan zij roerende en onroerende goederen verworven en vervreemden en in rechten optreden.

De Gemeenschap wordt vertegenwoordigd door haar instellingen, elk in het kader van haar bevoegdheden.