Verdrag van Parijs/Titel IV
| ← Derde titel. - Economische en sociale bepalingen | Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (1951) door Overheid, vertaald door Nederlandse Overheid | Bijlagen → |
| Uitgegeven in 's Gravenhage door Sdu uitgevers. |
[ 91 ]
VIERDE TITEL
Algemene bepalingen
Artikel 76
De Gemeenschap geniet op het grondgebied der deelnemende Staten de voor de uitoefening van haar taken nodige immuniteiten en voorrechten, overeenkomstig de bepalingen, die in een bij dit Verdrag gevoegd Protocol zijn omschreven.
Artikel 77
De zetel van de instellingen der Gemeenschap wordt in onderlinge overeenstemming door de Regeringen der deelnemende Staten vastgesteld.
Artikel 78
1. Het boekjaar van de Gemeenschap loopt van 1 Juli tot 30 Juni.
2. De administratieve uitgaven van de Gemeenschap omvatten de uitgaven van de Hoge Autoriteit met inbegrip van die, welke de werkzaamheden van het Raadgevend Comité, het Hof, het Secretariaat van de Vergadering en het Secretariaat van de Raad met zich medebrengen.
3. Elk der instellingen van de Gemeenschap stelt een begroting op van haar administratieve uitgaven, ingedeeld naar artikelen en hoofdstukken.
Het aantal functionarissen, de schalen voor salarissen, vergoedingen en pensioenen, voorzover niet vastgesteld op grond van een andere bepaling van het Verdrag of van de uitvoeringsvoorschriften, evenals de buitengewone uitgaven, worden echter van tevoren vastgesteld door een Commissie, waarin de voorzitter van het Hof, de voorzitter van de Hoge Autoriteit, de voorzitter van de Vergadering en de voorzitter [ 94 ]van de Raad zitting hebben. Deze Commissie wordt voorgezeten door de voorzitter van het Hof.
De afzonderlijke begrotingen worden samengevoegd tot een algemene begroting, waarin voor de uitgaven van elk van deze instellingen een afdeling voorkomt; de algemene begroting wordt vastgesteld door de Commissie van Voorzitters, welke in de voorafgaande alinea is voorzien.
De vaststelling van de algemene begroting geldt als machtiging en verplichting voor de Hoge Autoriteit om zich het bedrag der daarmede overeenkomende inkomsten te verschaffen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 49.
De Hoge Autoriteit stelt de middelen, voorzien voor het uitvoeren van de werkzaamheden van elk der instellingen, ter beschikking van de bevoegde voorzitter, die kan overgaan of doen overgaan tot het aangaan van geldelijke verplichtingen of het doen van uitgaven.
De Commissie van Voorzitters kan machtiging verlenen tot het doen van overboekingen binnen elk hoofdstuk en tussen de hoofdstukken onderling.
4. De algemene begroting maakt deel uit van het jaarverslag, dat door de Hoge Autoriteit aan de Vergadering overeenkomstig artikel 17 wordt aangeboden.
5. Indien de werkzaamheden van de Hoge Autoriteit of van het Hof zulks vereisen, kan haar voorzitter bij de Commissie van Voorzitters een aanvullende begroting indienen, waarvoor dezelfde voorschriften gelden als voor de algemene begroting.
6. De Raad benoemt voor een tijd van drie jaar een financieel commissaris, wiens benoeming kan worden hernieuwd en die zijn werkzaamheden geheel onafhankelijk uitvoert. De positie van financieel commissaris is onverenigbaar met enige andere werkzaamheid bij een instelling of dienst van de Gemeenschap. [ 95 ]
De financiële commissaris is belast met het jaarlijks uitbrengen van een verslag over de juistheid der rekenplichtige handelingen en over het financieel beleid der verschillende instellingen. Hij stelt dit verslag samen uiterlijk zes maanden na het einde van het boekjaar waarop het betrekking heeft, en brengt het uit aan de Commissie van Voorzitters.
De Hoge Autoriteit legt dit verslag, tegelijk met het verslag bedoeld in artikel 17, aan de Vergadering over.
Artikel 79
Dit Verdrag is van toepassing op de grondgebieden in Europa van de Hoge Verdragsluitende Partijen. Het is eveneens van toepassing op de grondgebieden in Europa waarvoor een ondertekenende Staat de buitenlandse betrekkingen behartigt; met betrekking tot het Saargebied is een briefwisseling tussen de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland en de Regering van de Franse Republiek aan dit Verdrag toegevoegd.
Iedere Hoge Verdragsluitende Partij verbindt zich echter preferenties, die zij voor kolen en staal in de aan haar rechtsmacht onderworpen gebiedsdelen buiten Europa geniet, mede toe te kennen aan de andere deelnemende Staten.
Artikel 80
Ondernemingen in de zin yan dit Verdrag zijn die, welke zich binnen de gebieden, bedoeld in de eerste alinea van artikel 79, bezig houden met de productie van kolen en staal, en voorts wat betreft de toepassing van de artikelen 65 en 66, alsmede het verschaffen van inlichtingen, noodzakelijk voor de toepassing van de genoemde bepalingen en [ 96 ]het beroep naar aanleiding van deze bepalingen ingesteld: de ondernemingen of instellingen, die hun bedrijf maken van de distributie, anders dan in de vorm van verkoop voor huishoudelijk verbruik of aan het ambacht.
Artikel 81
De termen kolen en staal zijn omschreven in de bij dit Verdrag behorende bijlage I.
De in deze bijlage opgenomen lijsten kunnen worden aangevuld bij eenstemmig besluit van de Raad.
Artikel 82
Als omzet, dienende tot grondslag voor de berekening van boeten en dwangsommen, welke de ondernemingen overeenkomstig dit Verdrag kunnen worden opgelegd, geldt de omzet in die producten, welke aan de rechtsmacht van de Hoge Autoriteit zijn onderworpen.
Artikel 83
De oprichting van de Gemeenschap raakt in geen enkel opzicht de regeling van de eigendom van ondernemingen, welke aan de bepalingen van dit Verdrag zijn onderworpen.
Artikel 84
In de bepalingen van dit Verdrag moet onder de woorden «dit Verdrag» worden verstaan: de inhoud van het Verdrag en de bijlagen daarvan, van de bijgevoegde protocollen en van de Overeenkomst met betrekking tot de overgangsbepalingen. [ 97 ]
Artikel 85
De maatregelen in verband met het in werking treden van het Verdrag en met betrekking tot de overgangsperiode, die tussen de Hoge Verdragsluitende Partijen zijn overeengekomen teneinde de toepassing van dit Verdrag mogelijk te maken, zijn in een bijgevoegde Overeenkomst vastgesteld.
Artikel 86
De deelnemende Staten verbinden zich alle algemene of bijzondere maatregelen te treffen, welke dienen tot het verzekeren van de nakoming der verplichtingen, die voor hen uit de beschikkingen en aanbevelingen der instellingen van de Gemeenschap voortvloeien en om de Gemeenschap de vervulling van haar taak te vergemakkelijken.
De deelnemende Staten verbinden zich, zich te onthouden van alle maatregelen welke onverenigbaar zijn met het bestaan van de in de artikelen 1 en 4 bedoelde gemeenschappelijke markt.
Zij nemen, binnen de grenzen van hun bevoegdheid, alle maatregelen, nodig voor de internationale betalingen verband houdende met het verkeer van kolen en staal op de gemeenschappelijke markt, en verlenen elkaar wederzijdse bijstand teneinde deze betalingen te vergemakkelijken.
De functionarissen van de Hoge Autoriteit, die door haar mot controlewerkzaamheden zijn belast, beschikken in het gebied der deelnemende Staten on naar de mate, waarin dit nodig is voor de vervulling van hun taak, over dezelfde rechten en bevoegdheden, als door de wetevingen van deze Staten aan ambtenaren van de belastingdiensten zijn verleend. De controletaken en de hoedanigheid der met de controlewerkzaamheden belaste functionarissen, worden officieel ter kennis gebracht van de belanghebbende Staat. [ 98 ]Ambtenaren van de desbetreffende Staat kunnen op verzoek van deze of van de Hoge Autoriteit de functionarissen van de Hoge Autoriteit in de vervulling van hun taak bijstaan.
Artikel 87
De Hoge Verdragsluitende Partijen verbinden zich geen beroep te doen op verdragen, overeenkomsten of verklaringen, welke tussen hen van kracht zijn met het doel om een geschil betreffende de uitleg of toepassing van dit Verdrag te onderwerpen aan een andere wijze van regeling dan die, welke bij dit Verdrag zijn voorzien.
Artikel 88
Indien de Hoge Autoriteit van oordeel is, dat een Staat een voor hem uit dit Verdrag voortvloeiende verplichting niet heeft nagekomen, stelt zij, nadat zij deze Staat de gelegenheid heeft gegeven zijn opmerkingen te maken, bij een met redenen omklede beschikking dit verzuim vast. Zij stelt de desbetreffende Staat een termijn om aan zijn verplichting te voldoen.
Deze Staat kan, binnen oen termijn van twee maanden, te rekenen van de kennisgeving van de beschikking, in de volle omvang beroep aantekenen bij het Hof.
Indien de Staat niet hoeft voorzien in het nakomen van zijn verplichting binnen de door de Hoge Autoriteit gestelde termijn, of ingeval van beroep, indien dit is verworpen, kan de Hoge Autoriteit met instemming van de Raad, door deze bepaald met een meerderheid van 2/3:
- a) de betaling van gelden opschorten, die zij ten bate van de desbetreffende Staat krachtens dit Verdrag verschuldigd is; [ 99 ]
- b) maatregelen nemen, die afwijken van de bepalingen van artikel 4, of andere deelnemende Staten toestaan dergelijke maatregelen te nemen, teneinde de gevolgen van het vastgestelde verzuim te compenseren.
Een beroep in volle omvang tegen de beschikkingen, welke zijn gegeven ter toepassing van de alinea's a en b, staat open, gedurende twee maanden, gerekend van de kennisgeving.
Indien bovenbedoelde maatregelen geen resultaat opleveren, stelt de Hoge Autoriteit de Raad hiervan in kennis.
Artikel 89
Geschillen tussen deelnemende Staten met betrekking tot de toepassing van dit Verdrag, welke niet geregeld kunnen worden volgens een andere in dit Verdrag voorziene procedure, kunnen op verzoek van één der Staten, die partij zijn bij het geschil aan het Hof worden voorgelegd.
Het Hof is eveneens bevoegd een uitspraak te doen in elk geschil tussen deelnemende Staten, samenhangend met dit Verdrag, indien dit geschil aan hem wordt voorgelegd uit hoofde van een compromis.
Artikel 90
Indien een onderneming verzuimt te voldoen aan een uit dit Verdrag voortvloeiende verplichting en dit feit tevens een verzuim betekent met betrekking tot een verplichting, voortvloeiende uit de wetgeving van de Staat aan welks rechtsmacht zij is onderworpen, en indien een rechtsof administratieve vervolging op grond van deze wetgeving [ 100 ]tegen haar wordt ingesteld, is de belanghebbende Staat verplicht hiervan de Hoge Autoriteit in kennis te stellen; deze kan haar uitspraak opschorten.
Indien de Hoge Autoriteit haar uitspraak opschort, wordt zij op de hoogte gehouden van het verloop van de vervolging, en in de gelegenheid gesteld alle terzake dienende geschriften, deskundigen- en getuigenverklaringen over te leggen. Zij zal tevens in kennis worden gesteld van de uiteindelijke beslissing, die wordt genomen. Zij moet met deze uitspraak rekening houden bij het bepalen van de straf, die zij eventueel oplegt.
Artikel 91
Indien een onderneming een betaling, waartoe zij jegens de Hoge Autoriteit verplicht is, hetzij op grond van de bepalingen van dit Verdrag of van een uitvoeringsvoorschrift, hetzij op grond van een geldstraf of een door de Hoge Autoriteit opgelegde dwangsom, niet binnen de voorgeschreven termijn verricht, is de Hoge Autoriteit bevoegd de betaling van gelden, die zijzelve aan bedoelde ondernoming is verschuldigd, op te schorten tot ten hoogste het bedrag der door de onderneming verschuldigde betaling.
Artikel 92
De beschikkingen van de Hoge Autoriteit, die geldelijke verplichtingen voor een onderneming inhouden, vormen titel van tenuitvoerlegging.
De gedwongen tenuitvoerlegging op het grondgebied van de deelnemende Staten wordt voltrokken overeenkomstig de rechtsgang van kracht in elk der deelnemende Staten en nadat daarop, in de Staat op welks grondgebied de beschikking ten uitvoer moet worden gelegd, het gebruikelijke bevel tot tenuitvoerlegging is gesteld, zonder enige [ 101 ]andere contrôle dan de verificatie van de authenticiteit dezer beschikkingen. Het vervullen van deze formaliteit geschiedt door bemiddeling van de daartoe door elk der Regeringen aangewezen Minister.
De gedwongen tenuitvoerlegging kan slechts worden opgeschort op grond van een beslissing van het Hof.
Artikel 93
De Hoge Autoriteit onderhoudt alle dienstige betrekkingen met de Verenigde Naties en met de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking en houdt deze regelmatig op de hoogte van de werkzaamheden van de Gemeenschap.
Artikel 94
De betrekkingen tussen de instellingen van de Gemeenschap en de Raad van Europa worden onderhouden volgens de bepalingen van een bijgevoegd Protocol.
Artikel 95
In de gevallen, niet in dit Verdrag voorzien, waarin een beschikking of aanbeveling van de Hoge Autoriteit noodzakelijk blijkt tot het verwerkelijken, in de gemeenschappelijke markt voor kolen en staal en overeenkomstig de bepalingen van artikel 5, van een der doelstellingen van de Gemeenschap zoals deze zijn omschreven in de artikelen 2, 3 en 4, kan zij een dergelijke beschikking geven of aanbeveling doen met instemming van de Raad, bij eenstemmigheid bepaald en na raadpleging van het Raadgevend Comité.
Dezelfde beschikking of aanbeveling, gegeven of gedaan volgens het hierboven gestolde, bepaalt de eventueel op te leggen straffen. [ 102 ]
Na afloop van de overgangsperiode, als voorzien in de Overeenkomst met betrekking tot de overgangsbepalingen, kunnen, indien onvoorziene moeilijkheden in de wijze van toepassing van dit Verdrag, door de ervaring aan het licht gekomen, of een ingrijpende wijziging van de economische of technische omstandigheden welke rechtstreeks de gemeenschappelijke markt voor kolen en staal beïnvloedt, een aanpassing noodzakelijk maken van de bepalingen met betrekking tot de uitoefening door de Hoge Autoriteit van de haar toegekende bevoegdheben, passende wijzigingen in deze bepalingen worden aangebracht; deze wijzigingen kunnen noch de bepalingen van de artikelen 2, 3 en 4 noch de verhouding tussen de bevoegdheden welke onderscheidenlijk zijn toegekend aan de Hoge Autoriteit en de andere instellingen van de Gemeenschap aantasten.
Deze wijzigingen vormen het voorwerp van voorstellen vastgesteld in overeenstemming tussen de Hoge Autoriteit enerzijds en de Raad besluitende bij meerderheid van 5/6 van zijn leden anderzijds en worden onderworpen aan de beoordeling van het Hof. Bij zijn onderzoek is het Hof volledig bevoegd alle feitelijke en rechtsoverwegingen bij de beoordeling te betrekken. Indien op grond van dit onderzoek het Hof vaststelt dat de voorstellen in overeenstemming zijn met de bepalingen van de voorafgaande alinea, worden deze voorstellen aan de Vergadering voorgelegd, en treden zij in werking indien zij aangenomen worden met een meerderheid van 3/4 van de uitgebrachte stemmen en een meerderheid van 2/3 van het aantal leden die zitting hebben in de Vergadering.
Artikel 96
Na afloop van de overgangsperiode kunnen de Regering van elke deelnemende Staat en de Hoge Autoriteit wijzigingen van dit Verdrag voorstellen. Dit voorstel wordt voorgelegd aan de Raad. Indien deze met een meerderheid van 2/3 zich uitspreekt ten gunste van de bijeenroeping van [ 103 ]een conferentie van de Vertegenwoordigers van de Regeringen der deelnemende Staten, wordt deze conferentie terstond bijeengeroepen door de voorzitter van de Raad, teneinde in onderlinge overeenstemming de in de bepalingen van het Verdrag aan te brengen wijzigingen vast te stellen.
Deze wijzigingen treden in werking nadat zij door alle deelnemende Staten zijn geratificeerd overeenkomstig hun onderscheidene grondwettelijke bepalingen.
Artikel 97
Dit Verdrag wordt gesloten voor en tijdsduur van vijftig jaren, te rekenen van het tijdstip van zijn in werking treding.
Artikel 98
Elke Europese Staat kan verzoeken tot dit Verdrag te mogen toetreden. Hij richt zijn verzoek tot de Raad, die na ingewonnen advies van de Hoge Autoriteit bij eenstemmigheid terzake een besluit neemt en eveneens bij eenstemmigheid de voorwaarden van toetreding vaststelt. De toetreding wordt van kracht met ingang van de dag, dat de acte van toetreding is ontvangen door de regering, bij welke de ratificatie-oorkonden moeten worden gedeponeerd.
Artikel 99
Dit Verdrag zal worden geratificeerd door alle deelnemende Staten overeenkomstig hun onderscheidene grondwettelijke bepalingen; de ratificatie-oorkonden worden gedeponeerd bij de Regering van de Franse Republiek.
Het Verdrag treedt in werking op de dag, dat die ondertekenende Staat, die het laatste de ratificatie-oorkonde deponeert, deze handeling verricht.
Indien alle ratificatie-oorkonden niet binnen een termijn van zes maanden te rekenen van de ondertekening [ 104 ]van dit Verdrag zijn gedeponeerd, zullen de Regeringen der Staten, die deze gedeponeerd hebben, zich beraden over de te nemen maatregelen.
Artikel 100
Dit Verdrag, opgesteld in één enkel exemplaar, zal worden nedergelegd in het archief van de Regering van de Franse Republiek, die daarvan een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift zendt aan elke andere Regering welke dit Verdrag heeft ondertekend.
Ten blijke waarvan de Ondertekenende Gevolmachtigden dit Verdrag hebben ondertekend en van hun zegel hebben voorzien.
negentienhonderd een en vijftig.
Adenauer
Paul van Zeeland
J. Meurice
Schuman
Sforza
Jos. Bech
Stikker