Eduard Douwes Dekker
Uit Wikisource
|
Eduard Douwes Dekker |
|
| * Amsterdam, 2 maart 1820 |
† Nieder-Ingelheim, 19 februari 1887 |
| Pseudoniem(en) | Multatuli |
| Nationaliteit | Nederlands |
| Genre(s) | Toneel, literatuur |
| Taal of talen | Nederlands |
| Belangrijkste werk(en) | Max Havelaar |
Eduard Douwes Dekker (Amsterdam, 2 maart 1820 - Nieder-Ingelheim, 19 februari 1887) was een Nederlands schrijver, bekend onder het pseudoniem Multatuli.
Eduard Douwes Dekker werkte als ambtenaar in Nederlands Indië, het tegenwoordige Indonesië waar hij veel misstanden zag. Zijn bekendste werk is Max Havelaar, waarin hij de behandeling van de plaatselijke bevolking door Nederlandse bestuurders aan de kaak stelde. Het pseudoniem Multatuli is Latijn voor 'ik heb veel (leed) gedragen' (multa tuli) en een verwijzing naar een beroemde passage uit de Tristia van Ovidius.
Multatuli overleed in Nieder-Ingelheim (Duitsland), en werd als eerste Nederlander gecremeerd.
Inhoud |
[bewerken] Biografie
Douwes Dekker werd geboren in de Korsjespoortsteeg als zoon van een scheepskapitein. In 1838 reisde hij aan boord van het schip waarover zijn vader het commando voerde naar Nederlands-Indië, waar ze in 1839 in Batavia aankwamen. Vanaf zijn aankomst in Nederlands-Indië ging het met zijn ambtelijke carrière snel bergopwaarts. In 1840 kreeg Douwes Dekker zijn eerste baantje bij de Algemene Rekenkamer en in 1851 had hij het al tot assistent-resident van Ambon geschopt.
Douwes Dekker werd in 1843 controleur in het district Natal aan de Westkust van Sumatra. Daar had hij grootse plannen om de haven te verbeteren, maar die leidden tot een kastekort, waarover hij een ernstige berisping kreeg van de gouverneur van Sumatra's Westkust, generaal [Michiels. Deze noemde hem bij die gelegenheid "eerloos", een kwalificatie waardoor Douwes Dekker zich diep gegriefd voelde.
In 1846 trouwde Douwes Dekker met Tine baronesse van Wijnbergen. Uit dit huwelijk zouden twee kinderen geboren worden: zoon Edu in 1854 en dochter Nonnie in 1857.
In 1856 werd Douwes Dekker benoemd tot assistent-resident van Lebak. Hij nam datzelfde jaar ontslag toen gouverneur-generaal Duymaer van Twist hem niet wil ontvangen om zijn klachten over het optreden van de regent (inlandse hoofdman) van het district Lebak aan te horen. Na dit ontslag was hij werkloos en zwierf hij enkele jaren alleen door Europa, onder andere door Nederland, België, Duitsland en Frankrijk. In 1859 keerden ook Tine en de kinderen naar Europa terug.
In 1859 besloot Dekker zich voortaan te wijden aan het schrijversschap, en in 1860 verscheen zijn meest bekende boek Max Havelaar of de koffieveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappij dat werd gepubliceerd onder het pseudoniem ‘Multatuli’ wat -in het Latijn- ‘ik heb veel gedragen’ of 'ik heb veel geleden' betekent. Max Havelaar is een directe aanval op de Nederlandse regering in Nederlands-Indië. In zijn boek probeerde Dekker alle schandalen en misstanden in Nederlands-Indië die hij daar had aanschouwd openbaar te maken aan de mensheid. Er werd geschokt op het boek gereageerd en er werd nog een poging ondernomen om het boek te negeren. Dit was tevergeefs; Max Havelaar werd door heel Europa een bestseller.
Dekker bleef de rest van zijn leven boeken schrijven en werd een populaire schrijver. In 1874 overleed zijn vrouw Tine en in 1875 hertrouwde hij met Maria Hamminck Schepel (ook wel bekend als Mimi). In 1877 besloot hij wegens zijn slechte gezondheidstoestand definitief te stoppen met schrijven. Hij overleed op 66-jarige leeftijd te Nieder-Ingelheim (Duitsland).
[bewerken] Eerste zin
De eerste zin uit Max Havelaar is een van de bekendste uit Multatuli's oeuvre:
Ik ben makelaar in koffie, en woon op de Lauriergracht No. 37.
Het 'ik' waarmee het boek begint zegt ook iets over het egoïsme wat in het boek aan de kaak wordt gesteld, je begint nooit met 'ik', maar in dit boek heeft dat ook een betekenis.
De Max Havelaar besluit met een indringend appèl.
Dit boek is een inleiding ...
Ik zal toenemen in kracht en scherpte van wapenen, naarmate het nodig zal wezen ...
God geve dat het niet nodig zij!
Nee, 't zal niet nodig zijn! Want aan U draag ik mijn boek op, Willem de Derde, Koning, Groothertog, Prins ... meer dan Prins, Groothertog en Koning ... KEIZER van 't prachtig rijk van INSULINDE dat zich daar slingert om de evenaar, als een gordel van smaragd ...
Aan U durf ik met vertrouwen vragen of 't Uw keizerlijke wil is:
Dat Havelaar wordt bespat met de modder van Slijmeringen en Droogstoppels?
En dat daarginds Uw meer dan dertig miljoenen onderdanen worden MISHANDELD EN UITGEZOGEN IN UW NAAM!
[bewerken] Bibliografie
- 1843 - De eerloze (toneelstuk, later uitgegeven als De bruid daarboven (1864))
- 1859 - Geloofsbelydenis (verschenen in het vrijdenkerstijdschrift De Dageraad)
- 1860 - Indrukken van den dag
- 1860 - Max Havelaar of de koffiveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappy
- 1860 - Brief aan Ds. W. Francken z.
- 1860 - Brief aan den Gouverneur-Generaal in ruste
- 1860 - Aan de stemgerechtigden in het kiesdistrikt Tiel
- 1860 - Max Havelaar aan Multatuli
- 1861 - Het gebed van den onwetende
- 1861 - Wys my de plaats waar ik gezaaid heb
- 1861 - Minnebrieven
- 1862 - Over vrijen arbeid in Nederlandsch Indië en de tegenwoordige koloniale agitatie (brochure)
- 1862 - Brief aan Quintillianus
- 1862 - Ideën I (bevat o.a. de roman De geschiedenis van Woutertje Pieterse)
- 1862 - Japansche gesprekken
- 1863 - De school des levens
- 1864-1865 - Ideën II
- 1864 - De bruid daarboven. Tooneelspel in vijf bedrijven (toneelstuk)
- 1865 - De zegen Gods door Waterloo
- 1865 - Franse rymen
- 1865 - Herdrukken
- 1865 - Verspreide stukken (overgenomen uit de Herdrukken)
- 1866-1869 - Mainzer Beobachter
- 1867 - Een en ander naar aanleiding van Bosscha's Pruisen en Nederland
- 1869-1870 - Causerieën
- 1869 - De maatschappij tot Nut van den Javaan
- 1870-1871 - Ideën III
- 1870-1873 - Millioenen-studiën
- 1870 - Divagatiën over zeker soort van Liberalismus
- 1870 - Nog eens: Vrye arbeid in Nederlandsch Indië
- 1871 - Duizend en eenige hoofdstukken over specialiteiten (satirische verhandeling)
- 1872 - Brief aan den koning
- 1872 - Ideën IV (bevat o.a. het toneelstuk Vorstenschool)
- 1873 - Ideën V
- 1873 - Ideën VI
- 1874-1877 - Ideën VII
- 1887 - Onafgewerkte blaadjes
- 1891 - Aleid. Twee fragmenten uit een onafgewerkt blyspel (toneelstuk)
- 1987 - Max Havelaar of de Koffiveilingen der Nederlandsche Handelsmaatschappy (editie Willem Frederik Hermans)
[bewerken] Verzamelbundels
- 1876 - Bloemlezing door Heloize (door M. Douwes Dekker-Hamminck Schepel)
- 1900 - Verzamelde Werken (tien delen)
- 1919 - Bloemlezing uit Multatuli's werken (Een keur uit zijn werken, ingeleid door J. van den Berg)
- 1937 - Bloemlezing (verzameld en ingeleid door Julius Pée)
- 1950-1995 - Volledige Werken (25 delen)
- 1955 - Barbertje moet hangen, Verhalen, parabelen, aforismen (Verzameld en ingeleid door Garmt Stuiveling)
- 1973 - Bloemlezing uit de werken van Multatuli (Samengesteld en ingeleid door G.W.Huygens, gebaseerd op de bloemlezing door Heloïse uit 1876)
- 1974 - De roeping van de mens. Een keuze uit zijn gehele werk door C. Bij
[bewerken] Brieven en overige publicaties
- 1890 - Brieven van Multatuli, Het Ontstaan van Max Havelaar 1859 (gerangschikt door M. Douwes Dekker - Hamminck Schepel)
- 1890 - Brieven van Multatuli, Max Havelaar verschenen (gerangschikt en bewerkt door M. Douwes Dekker - Hamminck Schepel)
- 1891-1896 - Multatuli, Brieven. Bijdragen tot de Kennis van zijn Leven (onder redactie van M. Douwes Dekker -Hamminck Schepel) (tweede herziene druk in 1912)
- 1907 - Briefwisseling tusschen Multatuli en S.E.W. Roorda van Eysinga' (uitgegeven door M. Douwes Dekker - Hamminck Schepel)
- 1937 - Multatuli en zijn zoon: brieven van Multatuli aan J. van der Hoeven (uitgezocht en ingeleid door Menno ter Braak)
- 1941 - Multatuli, Reisbrieven aan Mimi en andere bescheiden (onder redactie van J. Pée)
- 1942 - Brieven van Multatuli aan Mr Carel Vosmaer, R.J.A. Kallenberg van den Bosch en Dr Vitus Bruinsma. Documenten (onder redactie van J. Pée)
- 1944 - Keur uit de brieven van Multatuli (onder redactie van J. Pée)
- 1947 - Briefwisseling tusschen Multatuli en G.L. Funke (onder redactie van G.L. Funke jr.)
- 1947 - Brieven aan J. Waltman Jr. (met een inleiding door en aantekeningen van Henri A. Ett)
- 1948 - Multatuli-literatuur. Lijst der geschriften van en over Eduard Douwes Dekker (door A.J. de Mare) (vergelijk ook Maatstaf, 1970, 677-773)
- 1948 - Twee brieven uit Menado (met een inleiding door en aantekeningen van Henri A. Ett)
- 1979 - Liefdesbrieven (bezorgd en van aantekeningen en een nawoord voorzien door Paul van 't Veer) (ISBN 902953205X)
- 1987 - Multatuli-literatuur 1948-1977. Lijst der geschriften van en over Eduard Douwes Dekker (door P.C. van der Plank)
- 2001 - "Men moet van myn gestreken lans, een vlaggestok maken": brieven van Multatuli en Tine Douwes Dekker aan de redersfamilie Smit (ingeleid en van aantekeningen voorzien door Chantal Keijspe et al.) (ISBN 9076314705)
[bewerken] Secundaire literatuur
Een overzicht van de secundaire literatuur over Multatuli is te vinden op de pagina Secundaire literatuur over Multatuli.
| Bronnen: |
|---|
|
