Annales/Boek XIII

Uit Wikisource
Ga naar: navigatie, zoeken
< Annales
Dit is een overzicht van de (vertaalde) paragrafen van boek XII

16

XVI[bewerken]

Er werd de gewoonte gehouden om de kinderen van de vorst met andere nobelen van dezelfde leeftijd de maaltijd te laten gebruiken, zittend in het zicht van de ouderen, aan een kleinere en minder rijkbedeelde tafel. Terwijl Britannicus hier zat, omdat zijn eten en drinken werd verkend door een uitverkoren uit de helpers met zijn smaak, en opdat er niet werd afgeweken van die gewoonte of de dood van beiden de misdaad zou verraden, is de volgende list bedacht. Een nog onschuldig en gloeiend heet drankje, en waarvan genipt was met de smaak, werd aan Britannicus gegeven, daarna, nadat hij het had geweigerd vanwege de hitte, is er gif in ijskoud water bijgegoten, dat doordrong in al zijn ledematen zodat zijn stem en geest tegelijkertijd werden weggeroofd. Er werd gebeefd door de omstanders, en de onverstandigen vluchtten: maar zij aan wie een hoger intellect was, bleven zitten, aan de grond genageld, en keken naar Nero. Die bleef zoals hij was, achterovergeleund, en terwijl hij deed alsof hij van niets wist, zei hij dat dit gewoon was vanwege de epilepsie, die Britannicus vanaf zijn eerste jeugd had gekweld, en dat hij snel zijn zicht en gevoel terug zou krijgen. Maar door Agrippina is zo'n angst uitgestraald, zo'n ontsteltenis van geest, hoewel zij het probeerde te onderdrukken in haar gezicht, dat vaststond dat zij, evenzeer als Octavia, de zus van Britannicus, van niets wist: zij begreep dat voor haar het laatste redmiddel was weggerukt en dat dit een voorbeeld was van verwantenmoord. Ook Octavia, hoewel van een onervaren leeftijd, had geleerd pijn, liefde, alle emoties te verbergen. En zo is, na een korte stilte, de vrolijkheid van de maaltijd hervat.

XXV[bewerken]

Gedurende het consulaat van Quintus Volusius en Publius Scipio heerste er rust buiten Rome. In Rome een gemene brooddronkenheid, waarmee Nero vermomd in slavenkledij opdat men hem niet zou herkennen, zwierf langs de wegen van de stad, langs de bordelen en kroegen. Hij was met gezellen die hetgeen tentoongesteld werd voor verkoop moesten roven en die voorbijgangers moesten molesteren, waarbij men slaags geraakte met lieden die zo onwetend waren tegenover een keizerlijk persoon te staan, zodat Nero zelf ook klappen kreeg en er in het gelaat sporen waren. Vervolgens toen het algemeen bekend was dat het de keizer was die rondhing, werden de beledigingen jegens de mannen en vrouwen uit de hoogste kringen talrijker en wanneer zodra sommigen eenmaal hadden toegelaten met een vergunning dat onder de naam Nero ze ongestraft dezelfde misdaden konden begaan met privéknokploegen, werden de nachten beleefd als bij de inneming van een stad. Een jonge man uit de senatorenstand, maar die nog geen ereambt had bekleed liep bij toeval in het duister Nero op het lijf. Omdat hij Nero, die hem met geweld trachtte aan te randen, hardhandig had afgeslagen en vervolgens weliswaar, toen hij de keizer had erkent, excuses had gevraagd, werd hij tot zelfmoord gedwongen, als zou in dit excuus een verwijt hebben gelegen. Nero echter, bevreesder geworden liet zich in het vervolg escorteren door talrijke zwaardvechters en soldaten die de opdracht hadden de dingen op hun beloop te laten als het 1ste treffen van de straatrellen er gematigd uitzag en meer het allure had van een straatruzie. Maar indien er door de mishandelden krachtdadiger tegenweer werd geboden, grepen ze in met de wapens.  

Afkomstig van Wikisource NL, de Vrije Bron. "http://nl.wikisource.org/w/index.php?title=Annales/Boek_XIII&oldid=38351"