Gezelle/Dat wilde ik weten
| Ego vigilabo * 128 | Dat wilde ik weten van Guido Gezelle |
Jacht * 130 |
| Uit Rijmsnoer om en om het jaar |
Wanneer ben ik U naast, o God,
of verst, dat wilde ik weten:
wanner ik mij, in ‘t donker kot,
vernibbele, aan de keten;
of dan, wanneer ik henentie
en vliege, schier vermeten,
naar ‘t licht, dat ik zoo geren zie?
o God, dat wilde ik weten.
‘k Heb overal mij zelven meê,
omhooge en aan de keten!
Die los mij van mij zelven deê,
diens woonsteê wilde ik weten;
diens hulpe hiet ik duizendvoud
mij wilkom, onvermeten!
Wat is ‘t nu, dat mij tegenhoudt?
o God, dat wilde ik weten!
Bedwingen zulk een vrage zal
uw menschelijk vermeten,
die levende, altijd, overal,
gevangen in de keten,
zult zoeken, om ‘t geheeme van
Gods wetenschap te weten...
Wie, buiten U, die ‘t wijzen kan?
o God, dat wilde ik weten.
10/2/1897