Akte van Garantie

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Presentatie van de Akte van Garantie aan prins Willem V van Oranje-Nassau op 10 juli 1788

Akte van 27 juni 1788:

De Heeren Staaten van de Provincien van Gelderland, Holland en West-Friesland, Zeeland, Utrecht, Friesland, Overysfel en Stad en Landen, nevens die van het Landfchap Drenthe, gereflecteerd hebbende op de oirzaaken van de inwendige verdeeldheden, waar door de geheele Republiek en ieder Provincie in 't byzonder onlangs is beroerd geworden; en bevonden hebbende, dat dezelve grootendeels ontftaan zyn uit de verkeerde en hoogstgevaarlyke denkbeelden by fommige Menfchen, het zy wezentlyk of in fchyn opgevat, en aan andere min kundige Ingezetenen ingeboezemd, aangaande de Conftitutie en Regeeringsform deezer Landen, en fpeciaal aangaande het gewicht en de noodzaakelykheid der hooge en erflyke waardigheden van Stadhouder, Kapitein- en Admiraal Generaalfchap; en daar en boven geconfidereerd hebbende, dat by de gelukkige herftelling van het Stadhouderfchap en de erflyke bevestiging van het zelve in den jaare 1747 en 1748, de Bondgenooten tot een groot voorrecht voor den Staat hebben gerekent, deeze hooge waardigheden, met betrekking tot alle de Provincien en de Generaliteits-Landen op één en denzelven Prins vereenigd te zien, en zich daar door een nieuwe kragt en vastigheid van een band der Unie hebben beloofd: dat mits dien dezelve waardigheden van toen af een naauwer en onmiddelyker betrekking ontfangen hebbende, by het geheele Bondgenoodfchap, niet alleen behooren befchouwd te worden als een esfentieel deel van de Conftitutie en Regeeringsform van ieder Provincie, maar van den geheelen Staat, en zodaanig verbonden met de Unie zelve, dat het één zonder het ander onmooglyk in bloei en welvaart ftaande kan blyven, en dat derhalven, gelyk de Bondgenooten verplicht zyn, malkander met goed en bloed by te ftaan, tot Confervatie van de band der Unie, hier uit noodwendig ook moet volgen de verplichting, om malkander gerust te ftellen omtrent de eerfte en voornaamfte middelen, door welke de Unie moet behouden blyven, en om met vereenigde kragten te waaken tegens allen indrang op dezelve; te meerder, daar de ondervinding in de laatfte beroerten geleerd heeft, hoe uit de geringfte beginfelen, die in het eerst kleine veranderingen fcheenen te bedoelen, nogthands een algemeene verwarring is ontftaan, welke het Bondgenoodfchap op het punt van een totaale flooping heeft gebragt.

Zo is 't, dat de Heeren Gedeputeerden van de hooggemelde Provincien, uit naam en op last van de Heeren Staaten hunne Principaalen, mits deezen plechtiglyk verklaaren: dat hooggemelde Heeren Staaten het Erf-Stadhouder-, Kapitein- en Admiraal-Generaalfchap met alle de Rechten en Preëminentien daar aan verknogt, zo en op dien voet als het zelve in de haaren refpectivelyk is opgedragen, en door den tegenwoordigen Heer Erf Stadhouder, in den jaare 1766 aanvaard, houden en confidereeren een esfentieel gedeelte van haare Conftitutie en Regeeringsform, en het zelve als een Grondwet van Staat onderling Bondgenoodfchaplyk aan malkander guarandeeren, aanneemende, niet te zullen gedoogen, dat in een der Provincien van het Bondgenoodfchap van deeze heilzaame en voor de rust en veiligheid van den Staat onontbeerlyke Grondwet, ooit of ooit werde afgeweeken.

(Was getekend)

A.R. van Heeckeren van Suideras,
W.F.H. van Wassenaer,
L.P. van de Spiegel,
W. van Citters,
W.N. Pesters,
M. van Scheltinga,
R. Sloet tot de Haar,
B.D.V. van Idsinga.

Bron[bewerken]

“Verzameling van placaaten, resolutien en andere authentyke stukken enz. betrekking hebbende tot de gewigtige gebeurtenissen, in de maand september MDCCLXXXVII en vervolgens, in het gemeenebest der Vereenigde Nederlanden voorgevallen”. Zevende deel, Pagina's 195/196/197, Uigeverij/drukkerij Jacques Alexandre de Chalmot, Kampen, 1778-1797