Naar inhoud springen

Algemeen Handelsblad/Jaargang 108/Nummer 35436/Avondblad/Soc. Phil. Lugd.-Traiectina

Uit Wikisource
‘Soc. Phil. Lugd.-Traiectina. Voordracht over „Duivel-Fortuna”’ door een anonieme schrijver
Afkomstig uit het Algemeen Handelsblad, dinsdag 1 oktober 1935, Avondblad, vierde blad, p. 14. Publiek domein.
[ vierde blad, 14 ]

SOC. PHIL. LUGD.-TRAIECTINA

Voordracht over „Duivel—Fortuna”.

In de 96ste bijeenkomst van de Societas Philologica Lugduno-Traiectina te Utrecht gehouden, gaf dr. M. R. J. Brinkgreve het vervolg van zijn voordracht over Aristoteles’ „De Anima”.
Dr. K. H. E. de Jong sprak over „Duivel Fortuna”, en behandelde in het bijzonder de Fortuna-beschouwing van Seneca. Deze veelzijdige rhetorische wijsgeer is optimist, maar ziet ook de schaduwzijden van het leven. Het woord Fortuna heeft bij hem meestal ongunstigen zin; Fortuna is ongestadig, zij drijft een spel met den mensch. In het geschrift „Over de Voorzienigheid” wordt geleerd, dat de mensch aan den invloed van Fortuna moet blootgesteld worden om gehard te worden. Zij is een macht boven den mensch, die hem altijd kwelt: daarin ziet spr. het duivelsche van deze figuur. Spr. wees op een merkwaardige overeenkomst met de satan-conceptie bij Schelling, volgens wien de duivel een macht is, die het booze in den mensch aan den dag brengt. De mensch moet op de proef gesteld worden; mislukt dat, dan ligt de schuld bij den mensch, niet bij den satan. De overeenkomst met Seneca’s fortuna-voorstelling springt in het oog.