Algemeen Handelsblad/Jaargang 84/Nummer 26652/Avondblad/Groninger Maatschappij van Landbouw en Nijverheid

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
‘Groninger Maatschappij van Landbouw en Nijverheid’ door een anonieme schrijver
Afkomstig uit het Algemeen Handelsblad, dinsdag 27 juni 1911, tweede blad, p. 7. Publiek domein.


[ tweede blad, 7 ]

Groninger Maatschappij van Landbouw en Nijverheid.

 In het café Prins te Groningen werd heden de jaarl. alg. vergadering gehouden van deze maatschappij onder voorzitterschap van den heer R. Dojes te Meeden.
 In zijn openingswoord bracht deze in herinnering, de duitengewone werkzaamheid en het krachtig optreden van de regeering en den veeartsenijkundjgen dienst ter bestrijding van mond- en klauwzoer, waardoor de voortgang dezer ziekte na eenige weken in de noordelijke provinciën werd gestuit. Met voldoening wees spr. daarbij op de samenwerking die de landbouwers hebben betracht, door de regeering tot doortastend optreden aan te moedigen.
 De algemeene secretaris, de heer H. D. Ebbens, bracht het jaarverslag uit, waarin o.a. hulde wordt gebracht aan de nagedachtenis van den heer H. J. Mansholt, in leven adviseerend lid van het hoofdbestuur.
 Daarna kwamen in behandeling de conclusies der resumé’s van de rapporten over de vraagpunten.
 1o. Omtrent de wenschelijkheid van de oprichting van een provinciale of nationale permanente tentoonstelling van landbouw- en zuivelbereidingswerktuigen, waaraan verbonden een bureau van onderzoek en verkoop.
 2o. Omtrent de ervaring met het uitwinteren van roode klaver en middelen ter voorkoming.
 De oonclusie van het resumé omtrent het eerste vraagstuk luidt:
 „In overleg met den Groninger Landbouwbond moet worden getracht een voorloopig klein magazijn te doen inrichten als etalagemagazijn; er moet samenwerking met het Centraal Bureau voor het aanschaffen van landbouwbenoodigdheden te Enschedé worden gezocht, dat op de beste wijze de zorg voor den coöperatieven aankoop op zich kan nemen en moet trachten contracten met agenten en fabrikanten af te sluiten;
 het onderzoek der machines wordt in overleg met het Instituut voor landbouwwerktuigen en gebouwen te Wageningen uitgevoerd;
 men trachte zich van de medewerking van den Fed. Ned. Zuivelbond te verzekeren.”
 Het hoofdbestuur stelt voor deze conclusie aan te nemen en gecommitteerden in overleg te doen treden met het dagelijksch bestuur van den G. L. ter benoeming van eene commissie ter verdere uitwerking van de door de commissie voorgestelde plannen, hieronder begrepen een persoonlijk onderzoek omtrent de inrichting en wijze van werken van de Centaal-Ankaufstelle te Halle a.S.
 Aldus wordt besloten.
 Betreffende het tweede vraagpunt luidt de conclusie van het resumé:
 1o. Het uitwinteren van roode klaver is in vele gevallen het gevolg van atmosferische invloeden;
 2o. De middelen welke daartegen kunnen worden aangewend zijn zooveel mogelijk to zorgen voor krachtige goed ontwikkelde klaverplanten;
 3o. Met volle ingenomenheid wordt de bereidverklaring der Regeering begroet om de veredeling der roode klaver te bevorderen in die richting, dat het weerstandsvermogen tegen klimatologische en andere invloeden wordt vergroot zonder dat de productiviteit er onder zal lijden.
 Het hoofdbestuur stelde voor dit resumé voor kennisgeving aan te nemen.
 De vergadering vereenigde zich met dit voorstel nadat aan het résumé was toegevoegd de conclusie der minderheid, die meent dat de vorstschade te veel op den voorgrond, de parasitaire ziekte te veel op den achtergrond zijn geplaatst.
 Vervolgens werden de nieuwe vraagpunten ingeleid.
 1o. Van de afd. Groningen: Wat is de meest rationeele kweekwijze van aardappelen?
 De afdeeling wil o.a. antwoord op de vragen: wat is de meest gewenschte dikte of zwaarte van de poters van dit algemeen verbouwd landbouwproduct; de meest gewenschte afstand der poters; is aanaarden aan te bevelen; is besproeiing wenschelijk; hoe diep dient gepoot; wat is de voordeeligste bemesting, enz.
 2o. van de afd. Loppersum: Is het wenschelijk, dat de tuberculose onder het rundvee in de prov. Groningen meer en beter wordt bestreden dan tot dusver het geval is? Zoo ja, welke middelen staan hiervoor ten dienste en hoe zijn met die middelen, op zooveel mogelijk practische wijze toegepast, de beste resultaten te verkrijgen?
 Er wordt, naar de afdeeling meent, nog betrekkelijk weinig gedaan aan de bestrijding van tuberculose onder het rundvee. Zij geeft verder tot leiddraad een aantal punten op. Gevraagd wordt o.a. of het voor den Groningschen veehouder wenschelijk is dat hij de hulp, thans van overheidswege aangeboden, aanvaardt, of is het voor hem verkieslijker met behulp van den veearts den strijd zelf aan te binden of voort te zetten? Is het wenschelijk dat van regeeringswege dwangmaatregelen worden ingevoerd ten opzichte van zuivelfabrieken en van dieren, die voor hun omgeving gevaarlijk zijn?
 3o. Van den heer R. Dojs: Welke methoden zijn aan te bevelen bij do teelt van karwij?
 Deze vraagpunten werden naar de afdeeling gezonden ter behandeling.
 De rekening over 1910 werd goedgekeurd.
 De begrooting voof 1912, aanwijzende een bedrag aan ontvangsten en uitgaven, een bedrag van ƒ 2856.45, werd vastgesteld.