Anoniem/Allernieuwste poëzie

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Allernieuwste poëzie
Auteur(s) Anoniem
Datum Vrijdag 11 juni 1920
Titel Allernieuwste poëzie
Krant Het Centrum
Jg, nr 37, 10.922
Editie, pg [Dag, 3]
Centrum vol 37 nr 10922 p 03.jpg
Opmerkingen Bevat gedicht van I.K. Bonset
Genre(s) Proza
Brontaal Nederlands
Bron kranten.kb.nl
Auteursrecht Publiek domein

      Allernieuwste poëzie. — „De Stijl” heeft het volgende „gedicht” van een moderneling. De man, die de letters in deze volgorde op het papier heeft gezet, heet Bonset.
„’k word doordrongen van de kamer waar de tram doorglijdt
                  IK HEB ’N PET OP
orgelklanken
van buitendoormijheen
vallen achter mij kapot
                  kleine scherven
                  BLIK BLIK BLIK
                  en glas
kleine zwarte fietsers
glijden en verdwijnen in mijn beeltenis
                              LICHT
de ritsigzieke trilkruin van den boom versnippert het buitenmij
tot bontgekleurde stof
de zwartewitte waterpalen
                  4 × HORIZONTAAL
ontelbare verticale palen
en ook de hooge
gekromde blauwe
                  RUIMTE
                  BEN IK”.