Anoniem/De jonge anarchisten krijgen Dada

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De jonge anarchisten krijgen Dada
Auteur(s) Anoniem
Datum Donderdag 29 maart 1923
Titel De jonge anarchisten krijgen Dada
Krant Het Vaderland
Jg 55
Editie, pg Ochtendblad, [1]
Opmerkingen Theo van Doesburg vermeld als Theo van Doesburgh
Genre(s) Proza
Brontaal Nederlands
Bron kranten.kb.nl
Auteursrecht Publiek domein
DE JONGE ANARCHISTEN KRIJGEN DADA.


      Naar het volk! Deze leuze der Russische intellectueelen hebben de Dadaïsten tot de hunne gemaakt. Na de bourgeoisie te hebben aangetast, deed Dada, socialisten en communisten met een stouten sprong overslaand, gisterenavond in het Volksgebouw een feestelijken intocht bij de Sociaal-Anarchistische Jeugdorganisatie. De heer Theo van Doesburgh had de vereerende taak op zich genomen de jonge anarchisten in de Dada-mysteries in te wijden.
      Het begin was ruim een half uur na het begin en werd voorafgegaan door een luid voetengeroffel. Wij merkten een heer op met een grijze kepi met het opschrift Dada, en nog een heer, die een Dadaïstische pop als een vaandel vóór zich had staan.
      De heer Van Doesburgh sprak over de kunsten, die Dada voorafgingen, im- en expressionisme, cubisme, futurisme. Hij betoogde, dat het proletariaat de burgerlijke kunst in stand houdt door die na te bootsen en gaf als voorbeeld mevr. Roland Holst, die radicaal is in de politiek, maar burgerlijk in de kunst. De oorlog heeft het Dadaïsme bevorderd, maar Nederland wil zich in zijn zelfgenoegzame rust niet laten storen, en kan Dada nog niet aanvaarden. Want het ideaal van den fatsoenlijken burger is het behagelijke. Het meest wezenlijke van Dada is echter niet opbouwen of vernietigen, maar aantoonen en ontmaskeren. Er valt niets te verbeteren, want er bestaat geen vooruitgang.
      De heer Van Doesburgh merkte op, dat het Dadaïsme het centraal-depot is van alle hersenen der wereld, dat het bijwonen van een Dada-soirée en van een processie op dezelfde instincten berust, en dat de logica een organische ziekte is.
      Ge ziet, we zijn al zóó vertrouwd met deze begrippen, dat we Dada al bijna weer een verouderde richtingloosheid kunnen noemen. Iets nieuws, heeren, iets nieuws.
      De heer Van Doesburgh deelde onder andere mede, dat de Dadaïst er maling aan heeft of hij geld heeft of niet. Toen de voorzitter vertelde, dat er een collecte zou worden gehouden om het tekort van den avond te dekken, gaven eenigen dan ook duidelijk te kennen, dat zij wel iets wilden geven voor de zaalkosten, maar niets voor den Dadaïst, die immers voor aardsche goederen onverschillig is.