Anoniem/Het Bouwbedrijf/3

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het Bouwbedrijf
Auteur(s) Anoniem
Datum Woensdag 28 januari 1925
Titel Het Bouwbedrijf
Krant Het Vaderland
Jg 57
Editie, pg Abondblad B, 2
Opmerkingen Hendrik Petrus Berlage vermeld als H.P. Berlage, Willem Dudok als W.M. Dudok
Brontaal Nederlands
Bron kranten.kb.nl
Auteursrecht Publiek domein

HET BOUWBEDRIJF.


      Het Januari-nummer van het Bouwbedrijf ziet er bijzonder goed uit. Het opent met een artikel van ir. H. van der Kaa, hoofdinspecteur voor de Volkshuisvesting, die, naar aanleiding van een vroeger in dit blad verschenen artikel van mr. B. H. Vos, waarin over het woningtekort in 1930 geschreven werd, betoogt, dat mr. Vos te somber den toestand inzag. Aan de hand van grafieken laat hij dit zien.
      Mr. dr. H. J. Romeyn bespreekt het crediet voor woningbouw. Aan het slot betoogt hij:
      „Het is wel zeker, dat wanneer de voorziening in de credietbehoefte voor den woningbouw geheel aan het particulier initiatief wordt overgelaten, het kapitaal, dat jaarlijks noodig zal zijn om in de behoefte aan arbeiderswoningen te voorzien, niet beschikbaar zal worden gesteld.
      Mij staat aanvankelijk eén oplossing voor den geest, waarbij naar het Deensch voorbeeld coöperatieve credietvereenigingen worden opgericht, welke in secties worden verdeeld, eenerzijds gevormd door woningbouwvereenigingen, anderzijds door particuliere bouwers. Het voor haar werkzaamheden vereischte kapitaal zou, naar gelang van de behoefte, moeten worden versterkt door een centraal lichaam, dat den noodigen waarborg zou vinden in de aansprakelijkheid der credietvereenigingen, terwijl het bovendien zou moeten worden versterkt door een waarborgfonds, waarin zoowel het Rijk als de gemeenten, waar bouwplannen worden uitgevoerd, zouden behooren deel te nemen. Dit centrale lichaam zou het noodige kapitaal kunnen verkrijgen door uitgifte van obligaties.
      De op deze wijze gelegde band tusschen gemeenschapsbouw en particulieren bouw zou tevens een economische verdeeling der beschikbare gelden naar de behoeften van het land bevorderen.”
      De kapitein der genie G. F. E. Kiers behandelt de bouwwetgeving. Naar aanleiding van de eerepromotie van dr. H. P. Berlage heeft L. Sologoub den grijzen bouwmeester geteekend. De toespraak van prof. van der Steur, die bij de promotie gehouden is, wordt afgedrukt.
      Prof. ir. J. J. Wattjes bespreekt aan de hand van plattegronden en foto’s het belangrijk werk te Hilversum uitgevoerd, van den architect W. M. Dudok. Dr. W. Lulofs schrijft over Techniek en Architectuur, ir. M. E. H. Tjaden, directeur van het Bouw- en Woningtoezicht, over de Bouwbedrijvigheid te Amsterdam, en Theo van Doesburg over de vernieuwingspogingen in de Fransche architectuur.
      Alle artikelen zijn fraai geïllustrered.