Anoniem/Hieronymus Bosch/2

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Hieronymus Bosch
Auteur(s) Anoniem
Datum Dinsdag 22 januari 1935
Titel Hieronymus Bosch
Krant Het Vaderland
Jg 66
Editie, pg Avondblad C, 1
Opmerkingen Jheronimus Bosch vermeld als Hieronymus Bosch, Charles de Tolnay als Ch. v. Tolnay
Brontaal Nederlands
Bron kranten.kb.nl
Auteursrecht Publiek domein
Hieronymus Bosch


      Men meldt ons uit Amsterdam:
      Gisteravond heeft de heer Ch. v. Tolnay voor het Oudheidkundig Genootschap een lezing gehouden, waarin hij aan de hand van de werken van Hieronymus Bosch een analyse gaf van zijn geestelijke persoonlijkheid.
      Bosch, uit ’s Hertogenbosch afkomstig, vond zijn oorsprong in de plaatselijke traditie van de stad zijner inwoning. Dit lijkt een tegenspraak met het universalisme van dezen kunstenaar, doch is dit inderdaad geenszins. Immers de provinciale kunst is dichter gebleven bij de Gotische traditie, welke nergens levendiger was.
      Spr. illustreerde met lichtbeelden van fresken in de Sint Janskerk te ’s Hertogenbosch dezen schijnbaren paradox, die zich het duidelijkst openbaart in het jeugdwerk van Hieronymus Bosch. Hierin knoopt deze aan bij de locale traditie. Deze fresken hangen samen met de bijbelsche voorstellingen en profane beelden van den kunstenaar in deze periode, doch feitelijk zijn de eerste niet anders dan vermomde profane uitbeeldingen, toonen ze de werkelijkheid van die dagen, geven ze een voorstelling der ketterij. De volgende periode brengt de groote vleugelaltaren met hun kleine figuren, die niet anders zijn dan de verwereldlijking van het Laatste oordeel. Dan volgen de composities van kleine figuren, de ascetenuitbeeldingen, de bijbelsche altaarvoorstellingen. En in zijn laatste periode is Bosch volkomen klassiek geworden, zijn inhoud is in evenwicht met den vorm. In dit tijdperk komen zijn droomlandschappen, visionnair.
      Voor Bosch, die tegelijk universalistisch en plaatselijk gebonden, geloovig en critisch is, die verlokt wordt door de wereld en haar bespot, voor hem is de zichtbare wereld een schepping der ziel.
Een reeks lichtbeelden liet zien hoe de kunstenaar zijn gevoels- en gedachtenleven verwezenlijkte: de heer von Tolnay verklaarde de symbolen en de droomuitleggingen, welke een uitlegging behoeven om Bosch in al zijn grootheid, in al zijn schoonheid te kunnen bevatten.
      Hij heeft de hoorders, zooals prof. Hudig, voorzitter van het Kon. Oudheidkundig Genootschap, in zljn dankwoord zeide, misschien meer nog nader gebracht tot de beteekenis van Bosch’ werk dan tot zijn persoon.