Bijblad: Met stoom! (I)

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Oefenings-voorbeelden door PLAGAL.


Om u in staat te stellen, waarde lezer, zoo spoedig mogelijk volapük te verstaan, zullen wij in een tweetal artikelen u met de noodzakelijkste regelen bekend maken. Wij zullen dit doen langs eenvoudigen en geleidelijken weg. Lees en bestudeer aandachtig onze bespreking en gij zult tot de overtuiging komen, dat het aanleeren van volapük wezenlijk geen heksenwerk is. Voorwaarts!


Alphabet der volapük: a b c (dzjee) d e f g (khee) h i j (sjee) k l m n o p q (chee) r s t u (oe) v (wee) x (ksee) y (jee) z (tsee) ä (èè) ö (eu) ü (uu). Het tusschen haakjes geplaatsten is de uitspraak der voorlaatste letter: c (dzjee), a o e en i worden altijd lang uitgesproken, nooit kort. De klemtoon van een woord valt altijd op de laatste lettergreep.

stud, studie.     studön, studeeren.
pen, pen. penön, schrijven.
löf, liefde. löfön, beminnen.
löd, woning. lödön, wonen.


Gij ziet: door achtervoeging van ön worden de werkwoorden gevormd.


Laat ge van een werkwoord den uitgang ön weg, dan houdt ge den stam over.


Beschouw nu de volgende voorbeelden:


I.  Lödob in dom. Lödob in dom gletik. Lödob in dom obik. Lödob in dom at.
Ik woon in een huis. Ik woon in (een) huis groot. Ik woon in huis mijn. Ik woon in huis dit.
Lödob in dom obik. Lödob in dom at. Lödob in dom cemela.
Ik woon in huis mijn. Ik woon in huis dit. Ik woon in (het) huis van den timmerman.
Lödob in ledom. Lödob in ludom.
Ik woon in (een) paleis. Ik woon in (eene) hut.


Löd is de stam van lödön (wonen), ob beteekent ik en wordt achter den stam gevoegd. Dom kan zoo goed beteekenen een huis, als het huis. Gletik is een bijvoeglijk naamw. De bijvoeglijk naamw. worden achter de zelfst. n.w. geplaatst: dom gletik. Alle bijvoeglijke naamw. eindigen op ik: smalik = klein, lonedik = lang. Dom obik = mijn huis. Obik is afgeleid van ob, dat zooals gezegd is: ik beteekent. At is een anwijzend voornaamwoord. Dom at = dit huis. Cemel = timmerman, cemela = van den timmerman of des timmermans. De 2e naamval wordt alzoo gevormd door achtervoeging van de letter a. Door voorvoeging van le wordt iets fraaier en schooner, door voorvoeging van lu wordt iets geringer en verachtelijker: ledom = paleis; ludom = hut.


II.  Penol su pöp. Penom su glun. Penof ko stib.
Gij schrijft op papier. Hij schrijft op (den) grond. Zij schrijft met (een) potlood.
Penol in cem olik. Penom ko pen nöka omik.
Gij schrijft in kamer uwe. Hij schrijft met (de) pen van oom zijn.
Penof plo jiman pöfik. Penon nu.
Zij schrijft voor (de) vrouw arme. Men schrijft nu.


Pen is de stam van penön (schrijven), ol beteekent gij en wordt achter den stam gevoegd. Om = hij, of = zij. Lödom = hij woont, lödof = zij woont. Olik is afgeleid van ol. Op dezelfde wijze wordt omik = zijn, gevormd van om en ofik = haar gevormd van of. Nök = oom, nöka = van den oom: 2e naamval. Man = man, jiman = vrouw. Door voorvoeging van ji worden vrouwelijke persoonsnamen gevormd: Jinök = tante, jicenel = timmermansvrouw. Pöfik is een bijvoeglijk naamw., afgeleid van pöf = armoede. On = men, onik = iemands.


III.  Vobols la feles in gads. Vobogs egelo. Voboms in fluköp omsik.
Gij werkt bij (de) boeren in (de) tuinen. Wij werken altijd. Zij werken in schuur hunne.
Vobofs in kuk ofsik. Nifos deliko. Tötos delo.
Zij werken in keuken hare. Het sneeuwt dagelijks. Het dondert overdag.


Vob = werk (arbeid). Ols is het meervoud van ol. Het meervoud is steeds kenbaar aan den uitgang s. Lödols = gijlieden (jelui) woont. Fel = veld, felel = boer. Door den uitgang el worden mannelijke persoonsnamen gevormd. Obs is het meervoud van ob. Obs = wij. Egelo is een bijwoord. De meeste bijwoorden eindigen in volapük op o. Oms, meervoud van om (hij). Oms = zij (mannen). Ofs, meervoud van of (zij). Ofs = zij (vrouwen). Van oms wordt gevormd omsik = hunne. Van ofs wordt gevormd ofsik = hare. Van obs wordt gevormd obsik = onze. Van ols wordt gevormd olsik = uwe. Os beteekent het (er). Nif = sneeuw, töt = donder. Delik = dagelijksch (bijv. n.w.), deliko = dagelijks (bijwoord). Del = dag, delo = overdag. Van alle woorden kunnen door achtervoeging van o bijwoorden worden gevormd.


(Slot volgt.)