Boutens/Invocatio amoris

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Invocatio amoris

Dien de blinden blinde smaden,
  Daar uw glans hun schemer dooft
Waar de kroon van uw genaden
  Weêrlicht om éen sterflijk hoofd:

Door de duizenden verloornen
  Aangebeden noch vermoed:
God dien enkel uw verkoornen
  Loven voor het hoogste goed. . .

Door de kleurgebroken bogen
  Van de tranen die gij zondt,
Worden ziende weêr mijn oogen
  Als in nieuwen morgenstond:

Zien de matelooze wereld
  Stralen nog van zoom tot zoom:
Heel de matelooze wereld
  Bleef uw ongerepte droom!

Laat mij onder uw beminden,
  't Zij gij zegent of kastijdt:
Blijf mij eeuwiglijk verblinden
  Tot het kind dat u belijdt.

Lust en smart in uwe banden
  Werd hetzelfde hemelsch brood:
Eindloos zoet uit uwe handen
  Laav' de laatste teug, de dood.