Cats/Huis- en zede-lessen/Niemand is tevreden met zijn lot

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

NIEMAND IS TEVREDEN MET ZIJN LOT.

Als het visje leyt gevangen
Daer het noyt te voren lagh,
Stracx soo krijght’et groot verlangen,
Om te wesen daer het plagh;
Maer een ander, afgedreven
Van de Maes of van den Rijn,
Komt ontrent de fuycke sweven,
En begeert’er in te zijn.
Wie heeft vreemder dingh gelesen ?
Noyt en is de mensch gerust,
Is’et niet een selsaem wesen ?
Niemant heeft’er vollen lust:

Schoon men komt tot hooge staten,
Schoon men heeft geduchte macht,
Schoon men krijght oock groote baten,
Noch is ’t, dat men meerder wacht.
Vrienden, laet u vergenoegen
Met dat u den Hemel geeft,
Wilt u na de reden voegen,
Dat is ’t beste datmen heeft.
Waerom wenschen, hopen, schromen?
Waerom altijt weder aen ?
Schoon ghy mocht’et al bekomen,
’t Kond’ u dan oock slimmer gaen.