Constantinus Augustus aan Chrestus

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De inhoud van de brief die keizer Constantijn stuurde aan Chrestus, bisschop van Syracuse. De bron is Eusebius van Caesarea, Historia Ecclesia, boek 10, hoofdstuk 5:21.

Meer brieven met een soortgelijke inhoud zijn bekend. Het betreft een oproep aan bisschoppen zich naar Arles te begeven, waar in augustus 314 een concilie gehouden zal worden naar aanleiding van het ontstaan van het Donatisme in Noord-Africa, culminerend in strijd om de bisschopszetel van Carthago, metropolitaanse zetel van Africa Proconsularis.

De brief[bewerken]

Constantinus Augustus aan Chrestus,

Toen sommigen op een zeer lage en perverse manier hebben geprobeerd om tweestrijd te zaaien ten opzichte van de aanbidding van het heilige en hemelse gezag en de Katholieke religie, heb ik reeds, in mijn verlangen deze onenigheden te stoppen, tijdens een eerdere gelegenheid bevolen dat die bepaalde bisschoppen uit Gallië, en zelfs verder weg, en die bisschoppen uit Africa die volhardend bleven in hun koppigheid, ontboden dienden te worden zodat dit vraagstuk onderworpen zou worden aan een zorgvuldig onderzoek in de aanwezigheid van de bisschop van Rome.

Het komt ons echter toe dat sommigen, vanwege hun vergeetachtigheid als het gaat om hun verlossing en de verering die zij schuldig zijn aan hun meest heilige religie, maar niet stoppen met het blijven voortzetten van hun persoonlijke vetes en daarbij onwillig zijn om zich neer te leggen bij het oordeel dat reeds geveld is omdat, volgens hen, dit een oordeel was van slechts weinigen die zonder zorgvuldig onderzoek te snel oordeelden. Als gevolg hiervan is het nu zo dat juist die personen, die broederlijk eensgezind zouden moeten zijn, van elkaar gescheiden zijn op een schandelijke, nee, abominabele manier en zo die mensen, die vreemden zijn voor deze meest heilige religie, een reden geven om het belachelijk te maken.

En zo kwam de taak op mij om te voorzien in datgene, dat eigenlijk na het reeds gevelde oordeel door vrijwillige onderwerping had moeten ophouden te bestaan, te laten verdwijnen in de aanwezigheid van vele personen.

Wij hebben daarom bevolen dat vele bisschoppen van verschillende en ontelbare plaatsen zich naar Arles moeten begeven, en wel voor 1 augustus aanstaande.