Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1619/19 juni/VVt Prage, den 2. dito

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
‘VVt Prage, den 2. dito [= 2 juni 1619]’ door een anonieme schrijver
Afkomstig uit de Courante uyt Italien, Duytslandt, &c., [woensdag] 19 juni 1619. Publiek domein.
[ 1 ]

VVt Prage, den 2. dito.

 Die Hongersche Standen hebben uyt Cassauw den 18. May, aende Heeren Dierecteurs alhier geschreven, dat sy van weghen op den 3. Junij, naer Presburg uytgeschreven Lant dach, een t’samencomste tot Cassauw gehouden, ende die Evanghelische standen in over ende neder Hongaryen, eendrachtelijck den Pallatino antwoorde gegeven, dat den Turck alle sijne Fortressen seer sterc met Proviant, ammunitie ende Crijchsvolck voorsien laet, te bevresen stont hy mochte by dese occasie, zijnen voordeel waernemen, ende wat op die Hongersche Frontierplaetsen, dewelcke Keyser Matthias seer ontbloot heeft, om alles tegen Bohemen te ghebruycken, attenteren, daeromme die standen de Fortressen selve, dewyl het Pallatinas niet en doet, met aller nootdruft versien moeten. Soo en conden sy oock op den Lant-dach niet verschijnen, dewijle hun wel bekent, dat Coninck Ferdinand anders niet dan hulpe aen ghelt ende volck teghen die Evangelische standen in Bohemen begheeren souden ende alsoo sy in vreese stonden, dat sy oock met schaden mochten versoecken, het quaet dat die Jesuwyten by hun ghebueren ende vrienden ghesticht hebben. So hadden sy voor alle dingen tot Confirmatie der liefde ende eenicheyt, tusschen den Evangelischen in Hongaryen, eer sy eeninghe wichtige des Coninckrijcx saecken te tracteren voor die handt ghenomen: Die Jesuwyten als een Fonteyne van al het quaet, uyt hun Coninckrijck Hongaryen, dat selve binnen 4. dagen te myden, voor eeuwich verwesen, ende soude teghen die ophouders van alsulcke, als verraders des Vaderlants gheprocedeert werden.
 Sedert Jongst en is in onsen veldt-Legher voor Budweys niet sonderlings voorghevallen, alleen dat alles wel is beset, ende de Grave van Mansvelt met eenige duysent Mannen, de passagie tussche Cromauw ende Budweis, als oock op Passauw starck beset heeft.

Overige vindplaatsen[bewerken]