Da Costa/Aan Willem de Clercq

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

AAN WILLEM DE CLERCQ,
BY GELEGENHEID ONZER VERJAARDAGEN (Jan. 13 en 14) IN 1843.

De hand van God
verbond ons lot.
Wie zal het rukken van elkaêr?
Wat eenmaal stond,
door Hem gegrond,
blijft eeuwig vast, blijft eeuwig waar.
Eens Heilands trouw
kent geen berouw.
Wie zal ons scheiden van dien Heer?
Geen tegenspoed,
geen overvloed,
geen smaad, geen haat, geen gunst of eer.
Geen volksgedruisch,
geen Ridderkruis,
geen leed, geen nood, geen dood of graf
staat Hy naby
en ons ter zij,
die zich voor ons ten losprijs gaf.
„Dat Hy bewaar!”
blijf voor elkaêr
’t gebed des harten tot aan ’t end;
’t gebed tot Hem,
die naar de stem
des toevlucht zoekenden zich wendt.
Wy hebben ’t Woord!
Het word’ gehoord,
geloofd, bewaard, doorzocht, onthuld.
en in genâ,
’t zij vroeg of spâ,
aan ’t geen ons hart bemint, Zijn Naam ter eer, vervuld!

1843.