De Génestet/De beste vriend

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

DE BESTE VRIEND

Ik heb een vriend met ijzren hand
   En koel gebiedend oog;
Met recht gevoel en kloek verstand,
   Doch vaak wel norsch en droog.

Zijn woord voor mij, zijn wil is wet,
   Zijn wenken is gebod;
Wee! zoo mijn ziele zich verzet –
   Hij rooft mij elk genot.

Hij stoort mij soms in ’t zaligst uur,
   Bij lust en feest en lied;
Als in de weelde der natuur
   Mijn droomend hart geniet.

Hij taagt mij van de liefste plek,
   Hoe zoet de morgen lacht,
En sluit Mij op in ’t eng vertrek,
   Daar lastige arbeid wacht.

Hij dwingt mij kalm te zijn en sterk,
   Terwijl mij ’t harte bloedt;
En als ik ween, dan zegt hij: werk!
   Als ik niet kan: gij moet!

Hij baart mij strijd, hij geeft mij rust
   In zorg of zweet verdiend;
Hij is mijn Last, hij is mijn Lust,
   Mijn Plaag en toch – mijn Vtiend.

Want volg ik hem, dan rondom mij
   Schept hij mij vrede en licht,
En stemt mij ’t hart zoo ruim, zoo vrij....
   Hoe is zijn naam? – De Plicht.