Lieve Moeder van den Heer,
Zie een arme moeder weenen!
Stort, ei stort één troostdrop neêr,
En haar angsten zijn verdwenen.
Alles, wat ik heb en hoû,
Goed en bloed, 'k wil alles geven;
Maar mijn wichtjen, och Lieve Vrouw,
Laat mijn dierbaar wichtjen leven.
Vind ik toch bij U geen baat,
Om zijn krankheid te genezen,
Die van erg tot erger gaat,
Wat moet hier dan 't einde wezen?
Moeder, denk eens aan uw smart,
Toen ge uw lieven Zoon zaagt sterven —
Neen, mijn zwakker moederhart
Kan zijn eenigst kind niet derven…
Slechts één woord, en Jesus' hand
Weert van ons den dood en 't lijden;
Spreekt ge 't? … U zal ik mijn pand,
U en uwen Jesus wijden !