De Wereldtaal Volapük

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Wereldtaal Volapük

Auteur J. G. M. Reijnders Sr.
Genre(s) propaganda
Brontaal Nederlands
Datering 1939, in Utrecht
Bron fotokopie van het origineel
gescande tekst hier
Auteursrecht Publiek domein
Volapük Symbol.jpg



DE WERELDTAAL

VOLAPÜK
Eén algemeen erkende wereldtaal voor het internatio-
nale verkeer der volkeren is een behoefte des tijds.
Mogen allen, die wenschen, dat dit ideaal tot stand
kome, zich bij de Volapükbeweging aansluiten om het
door haar beoogde doel: „Eén taal nevens de be-
staande nationale talen“ te helpen bevorderen!


DOOR

J. G. M. REIJNDERS Sr.


Lid der Volapük-academie
geschreven in opdracht van de
Algemeene Nederlandsche Wereldtaalvereeniging.


UITG. N.V. v.h. KEMINK - UTRECHT
1939.












EEN WOORD VOORAF[bewerken]

Geachte lezer, lezeres! Kent gij de wereldtaal Volapük? Zoo niet, lees dan dit boekje; mogelijk zal het uw belangstelling voor deze taal wekken. Zoo ja, dan verzoek ik U met dit boekje propaganda te willen maken onder Uw vrienden en bekenden.

Indien U geen belang stelt in het wereldtaalvraagstuk, werp dan dit geschrift niet in de papiermand, doch geef het aan een ander, die wel eenige belangstelling hiervoor heeft. U verricht daarmede een goede daad.

Dit boekje is geschreven in opdracht van de Algemeene Nederlandsche Wereldtaalvereeniging om propaganda te maken voor Volapük, de door Schleyer uitgedachte wereldtaal. Moge het ertoe bijdragen, dat deze taal wederom algemeen bekend en beoefend worde.

Bij de samenstelling van dit werkje mocht ik de zeer gewaardeerde medewerking van Dr. Arie De Jong ondervinden, waarvoor ik hem hier openlijk mijn dank betuig.


Den Haag, December 1937.

De Schrijver.

VOLAPÜK
De meest neutrale wereldtaal.
[bewerken]

Eén algemeen erkende wereldtaal voor het inter-
nationale verkeer der volkeren is een behoefte des
tijds. Mogen allen, die wenschen, dat dit ideaal tot
stand kome, zich bij de Volapükbeweging aansluiten,
om het door haar beoogde doel: „Eén taal nevens de
bestaande talen“ te helpen bevorderen!


Er was eens een tijd, waarin de menschheid zich niet om het bestaan van een wereldtaal bekommerde, omdat de behoefte daaraan niet gevoeld werd. Langzamerhand evenwel, toen de volkeren meer en meer met elkander in aanraking kwamen, trad ook de behoefte aan een algemeen verstaandbare verkeerstaal meer en meer op de voorgrond.

Onder een wereldtaal verstond men eertijds de taal van het volk, dat in het wereldgebeuren een gewichtige rol vervulde. Zoo was er een tijd, dat het Grieksch als internationale taal het meest beoefend werd. Toen het Romeinsche rijk zijn plaats in de wereld veroverd had, werd het Grieksch als handels- en verkeerstaal door de Romeinsche taal: het latijn verdrongen. Na het uiteenvallen van het Romeinsche rijk, kwamen de Fransche taal en later de Engelsche taal haar gewichtige plaats als handels- en verkeerstaal innemen, en werden het Grieksch en het latijn alleen nog in de wetenschappelijke wereld gebruikt, terwijl het latijn zich ook nog in de R.K. kerk heeft kunnen handhaven. Heden ten dage worden in het internationale verkeer door de wetenschap, den handel en de industrie het Engelsch, het Fransch, het Duitsch en het Spaansch gebruikt. Wanneer men in het algemeen over wereldtalen spreekt, bedoelt men dan ook voornamelijk de vier hier genomede talen. Onwillekeurig dringt zich de meening aan ons op, of het niet voor de hand zou liggen om te trachten één dezer talen - bijvoorbeeld het Engelsch, omdat dit de meest verbreide taal is, - als de eenige internationale taal aan te wijzen. Zoo natuurlijk deze meening ook moge schijnen, zoo bezwaarlijk zou het in de practijk blijken te zijn, dit idee te verwezenlijken. Want niet één dezer talen zou door alle volkeren als de eenige algemeene verkeerstaal aangenomen worden. Daarvoor zijn zij ook inderdaad ongeschikt; immers elk dezer talen vereischt jarenlange studie, en bezit een nationaal karakter, terwijl bovendien het land (of de landen), welks taal algemeen als wereldtaal zou aangenomen worden, daardoor een te groot overwicht op de andere landen zou krijgen.

Deze bezwaren zijn reeds lang gevoeld, want vele geleerden hebben sinds eeuwen getracht een kunstmatige taal te scheppen, welke in het het onderlinge verkeer tusschen de vele volkeren gebruikt zou kunnen worden. De behoefte aan een dusdanige taal wordt voortdurend grooter. Hoe intensiever het verkeer wordt, hoe meer men een internationale taal noodig heeft. In enkele beperkte gebieden bestaan reeds dergelijke internationale talen: zoo wordt de „Lingua franca“ gebruikt langs de kusten van de Middellandsche Zee, het „Pidgin-English“ in de Chineesche wateren, het „Papiamento“ om de Caribische Zee, het „Maleisch“ in den Indischen archipel.

Thans leven wij in een wereld, waarin de meest verschillende volken voortdurend met elkander in aanraking komen. De afstanden tusschen de verschillende rijken zijn weggevallen door de groote snelheid, waarmede de spoorwegen, de auto's, de mailbooten, de vliegtuigen de menschen over den aarbol voeren. Nog sneller brengen de telegraaf, de telefoon, de radio de volkeren met elkaar in contact. Bij herhaling worden internationale congressen, bijeenkomsten, tentoonstellingen gehouden, waarbij men veeltijds van tolken moet gebruik maken. Bij dergelijke omstandigheden verkeeren wij, Hollanders, nog in een gunstigen toestand, daar wij door de ligging van ons land tusschen de groote rijken Duitschland, Engeland en Frankrijk op school reeds met de talen dier landen, als wereldtalen, kennis hebben moeten maken, zoodat de doorsnee Hollander die talen meer of minder vlot kan spreken en verstaan. Van de meeste andere volkeren kan dit echter niet gezegd worden.

De eenige belemmering in dit zoo intens geworden verkeer is de veelheid der talen; zij zou echter met één slag opgeheven zijn, als wij zoowel in het mondeling als het schriftelijk verkeer over één internationaal gemeenschapsmiddel konden beschikken. Een gemakkelijk aan te leren, algemeen aangenomen wereldtaal is dan ook in den tegenwoordigen tijd een noodzakelijke behoefte geworden.

Maar kan een zoodanige taal gemaakt worden? zal men vragen. Welnu, dit is geen vraag meer. Dit probleem is reeds schitterend opgelost.

In dit verband wil ik hier wijzen op verschillende zaken, die reeds algemeen bekend of internationaal geregeld zijn. Ik denk hierbij aan het notenschrift, de latijnsche letterteekens, de Arabische cijfers en de wiskundige formules, de Morse-teekens in de telegrafie, de vlag- en lichtsignalen met de internationale sein- en codeboeken, enz.

Zoo hebben wij voor het onderling verkeer der volkeren naast de bestaande nationale talen óók een internationaal hulpmiddel, een wereldtaal, noodig. Het spreekt van zelf, dat zoo'n taal de nationale talen nooit kan, en ook nooit mag, verdringen.

Reeds voor een paar eewuen heeft men getracht een internationale taal te scheppen. Voor zoover mij bekend, zijn de eerste pogingen reeds in 1603 gedaan door Alex Top in Engeland in zijn „The olive Leaf“. Van af dien tijd tot het gewichtige jaar 1879 hebben zeer vele personen zich met het wereldtaalvraagstuk bezig gehouden, doch te vergeefs getracht het op te lossen. Van hen wil ik de volgende noemen: in de 17de eeuw: Herman Hugo in Antwerpen (1617), R. Descartes in Frankrijk (1629), Wilkins in Londen (1641), A. Kircher in Duitschland (1655), J. J. Becker in Frankfort (1661), J. Vossius in Oxford (1663), G. Leibniz in Leipzig (1679), G. Besnier in Oxford (1684); in de 18de eeuw: D'Alembert in Frankrijk (1770), G. Kalmar in Berlijn (1772), C. G. Berger in Berlijn: Allgemeine Rede- und Schriftsprache für alle Nationen (1779), J. P. De Ria in St. Petersburg: Palais des 64 fenêtres (1788), J. S. Vater in Weiszenfels (17905), Delormel in Frankrijk (1796), De Maimieux in Frankrijk (1797), Sicard in Parijs (1799); in de 19de eeuw: E. Budet in Frankrijk (1801), J. Z. Näther in Görlitz (1805), F. L. Niethammer in Neurenberg (1808), Stein in München (1810), Rosenheim in Koningsbergen: Allgemeine Sprache (1815), J. F. Sudre: Solrésol (1817), J. Schipfer in Leipzig: Communicationssprache (1839), C. L. A. Letellier in Caen (1852), Sotos Ochando in Madrid (1855), M. Paic in Agram (1859), Von Gabelenz in Leipzig (1859), S. P. Andrews in New-York: Alevato (1862), Sinibaldo de Mas in Madrid (1863), A. Caumont in Le Hâvre (1867), Fr. Stafler (1860), Holmar in Graz (1871), J. W. Dyer in Londen (1875).

Zooals reeds gemeld, hadden de wereldtaalprojecten van bovengenoemde geleerden geen of geen voldoende levensvatbaarheid. Eindelijk, in 1879 gelukte het Johann Martin Schleyer, den eenvoudigen R.K. pastoor - doch tevens uitstekenden kenner van vele talen - te Litzelstetten na twintigjarigen onvermoeiden arbeid het wereldtaalvraagstuk tot oplossing te brengen.

Schleyer heeft zijn kunsttaal den naam Volapük, d.i. „wereldtaal“ gegeven. Vol = wereld, pük = taal.

Volapük is de eerste kunsttaal, welke, blijkens de ervaring, aan alle eischen voldoet, welke aan een internationale taal gesteld kunnen worden. Het Volapük kenmerkt zich door zijn eenvoud, logischen bouw, duidelijkheid, kortheid en enutraal karakter. De spraakkunst bestaat slechts uit weinige vaste regels en kent geen uitzonderingen, terwijl de nationale talen daarvan krioelen.

Schleyer's Volapük verwekte overal groot opzien, vooral in de onderwijskringen; en ofschoon het in het begin met argwaan was ontvangen, baande het zich al meer en meer zijn weg door de wereld, zoodat het in weinige jaren de geheele wereld veroverd had. Vooral na 1. Januari 1881, toen eht ambstblad van het Volapük onder den titel „Volapükabled zenodik“ verscheen, maakte het Volapük groote vorderingen. Na een tienjarig bestaan telde het Volapük een zeer groot aantal aanhangers, die over de geheele wereld verspreid waren. Vele tijdschriften, werken en geschriften in en over Volapük verschenen. Ongeveer 15 jaar heeft deze periode van bloei geduurd. Toen kwam de inzinking als gevolg van de onheilvolle twisten onder de Volapükbeoefenaren. Waren deze twisten niet voorgevallen, dan zou het Volapük zeer zeker veel verder voortgeschreden zijn, en de kans ongetwijfeld zeer groot geweest zijn, dat het allerwege als eenig internationaal verkeersmiddel was aangenomen. Thans heeft het Volapük een zwaren strijd te voeren, tegen al zijn concurrenten, om weder de plaats in te nemen, die het eenmaal had, en waarop het wegens zijn superieure eingenschappen nog steeds recht heeft.

Na de verschijning van het Volapük was het voor een ieder duidelijk geworden, op welke eenvoudige wijze een kunsttaal gevormd kan worden. Het is dan ook niet te verwonderen, dat na Schleyer's Volapük velen zich geroepen voelden om ook hulptalen uit te denken. Geleidelijk zijn na 1879 meer dan 200 nieuwe ontwerpen en stelsels van wereldtalen uitgewerkt en verschenen. Ter illustreering mogen de volgende hier genoemd worden.

Weltsprache, A. Volk und R. Fuchs (1883); Pasilingua, P. Steiner (1885); Nal Bino, S. Verheggen (1886); La langue naturelle, E. Maldant (1887); Visona, Dr. Sivartka (1887); L'ixesoire, P. Brouchot (1887); Esperanto, Dr. L. L. Zamenhof (1887); Kosmos, E. Lauda (1888); El Mundolinco, J, Braakman (1888); World-English, Melville Bell (1888); Tutonic, E. Mallée (1888); Hellénique, A. Boltz (1888); La Central dialect, A. Nilson (1888); Lingua, G. J. Henderson (1888); Mundolingue, eine Compromiss-Sprache, J. Lott (1888); Veltspik, K. Lentze (1888); Spelin, G. Bauer (1889); Myrana, J. Stempfl (1889); Nov Latin, D. Rosa (1890); Lengua catholica, Dr. A. Lipstay (1890); Balta, E. Dormoy (1893); Idiom neutral, W. Rosenberger (1893-1898); Dil, A. Fieweger (1893); Universala, E. Heintzeler (1893); Parla, C. Rietmann (1894); Communia, J. Stempfl (1894); Novilatiin, Dr. E. Beermann (1895); Veltparl, W. Von Arnim (1896); Esperanto II, Dr. L. L. Zamenhof (1894); Dilpok, Abbé Marcahnd (1898); Bolak, la Langue Bleue, L. Bollack (1899); Spokil, Dr. A. Nicolas (1900); Die Zahlensprache, F. Hilbe (1901); Tal, A. Hoessirch (1903); Interlingua, Latino sine flexione, G. Peano (1904); Mundelingva, J. Hummler (1904); Pankel, Max Wald (1906); Ido, L. de Beauffront (1907); Novilatin, Dr. E. Beermann (1907); Logo, E. Darde (1907); Antido, R. De Saussure (1907); Ro, E. P. Forster (1908); Esperanto reformate, R. Brandt (1908); Corintic, A. Miller (1909); Romanal, A. Michaux (1909); Auli, E. Von Wahl (1909); Nuv Esperanti, J. Barral (19010); Esperandido, ? (1910); Nov Esperanto, R. De Saussure (1911); Omnez, Sidny Bond (1912); Allteutonica, E. Molée (1915); Wede, Dr. Baumann (1918); Verbessertes Esperanto, P. Völz (1919); Occidental, E. De Wahl (1922); Mundolingua, Diego Starrenburg (1922); Medial, J. Weisbart (1923); Aspiranto, Dr. F. Riedel en O. Scheffer (1924); Arulo, Dr. M. Talmey (1925); Esperido, H. E. Raimond (1925); Anglido, H. E. Raimond (1926); Qosmiani, Dr. W. F. Beatty (1926); Cosman, H. Milner (1927); Novial, Prof. O. Jespersen (1928); Novam , G. Touflet (1928); Anglic, Zacharion (1930); Mondi Lingue, Th. Martineau (1931); Uniti langue, O. Scheffer en F. Riedel (1932); Internasional, Prof. Dr. P. Mitrovitch (1935); Ofat, O. Farstad (1936).

De animo om wereldtalen te scheppen was dus wel groot! De meeste projecten hebben echter een zeer kort bestaan gehad, of zijn verschenen om onmiddelijk weer te verdwijnen. Van al de stelses zijn als bruikbaar overgebleven: Volapük, Esperanto, Ido, Interlingua, Occidental, Novial, Romanal en Ro, van welke elk meer of minder aanhangers telt. Geen der hier genoemde talen kan echter bogen op meer eenvoud, nauwkeurigheid, kortheid, zelfstandigheid in den zinsbouw en neutraal karakter, dan het Volapük. Bovendien mag men niet vergeten, dat het Volapük als eerste bruikbare hulptaal de oudste aanspraken heeft om als het eenige internationale gemeenschapsmiddel erkend en aangenomen te worden.

Vooral het neutrale karakter van het Volapük maakt het zoo geschikt om als internationaal hulpmiddel dienst te doen. De meeste ontwerpers van de bovengenoemde stelsels hebben getracht hunne talen uit de zoogenaamde internationale woorden op te bouwen. Daar, zooals bekend, tusschen de meeste Europeesche talen verwantschap met de Romaansche talen bestaat, hebben zij de meeste woorden hunner talen aan de Romaansche talen ontleend, met het gevolg, dat al die talen ook een Romaansch - dus geen neutraal - karakter hebben gekregen. Het Volapük daarentegen, dat ook zijn grondvormen aan de natuurtalen heeft ontleend, heeft de meeste oorspronkelijke woorden, terwille van eht systeem, zoo vervormd, dat het geheel een eigen karakter heeft gekregen, op geen enkele bestaande taal gelijk, en inderdaad dus neutraal mag genoemd worden.

De spraakkunst van Volapük is eenvoudig en gemakkelijk binnen enkele uren te leeren. Hiervan kan de lezer zelf zich overtuigen, wanneer hij kennis neemt van de korte spraakkunst, welke hierachter volgt, en is hij onbevooroordeeld, dan is de schrijver dezer brochure er zeker van, dat hij voor het mooie Volapük ook belangstelling zal gevoelen, en dat deze belangstelling tot gevolg zal hebben, dat hij deze taal zal gaan beoefenen en aanhangen. Een voortreffelijke handleiding voor het aanleeren van Volapük is het „Leerboek der Wereldtaal“ van Dr. Arie De Jong, lid der Volapük-academie.

Wanneer de belangstellende lezer het Volapük gaat beoefenen, zal hij gewis ook willen toetreden tot de „Algemeene Nederlandsche Wereldtaalvereeniging“, waarvan de Secretaris-Penningmeester, J. G. M. Reynders Sr. te Den Haag, Goudsbloemlaan 120 gevestigd is. Het orgaan van de Vereeniging: „Volapükagased pro Nedänapükans“ (d.i. „Wereldtaalblad voor Nederlandsch sprekenden“) verschijnt om de twee maanden en wordt den leden kosteloos toegezonden.

De voornaamste eigenschappen van het Volapük kunnen aldus omschreven worden:

  1. Het Volapük heeft een eenvoudige, onveranderlijke, phonetische spelling, daar elke letter slechts op één en dezelfde wijze uitgesproken wordt.
  2. Het Volapük heeft een eenvoudige en niettemin volledige spraakleer, met een duidelijk en nauwkeurig omschreven zinsbouw, welke een groote vrijheid in de woordplaatsing toelaat.
  3. Het Volapük is trots zijn eenvoudigen bouw rijker aan vormen dan eenige andere taal.
  4. Het Volapük is gemakkelijk te leeren, wijl het slechts weinige regels, en geen uitzonderingen, heeft.
  5. Het Volapük is kort en bespaart daardoor veel tijd, moeite, plaats en geld.
  6. Het Volapük is nauwkeurig, daar elk word één vaste ondubbelzinnige beteekenis heeft.
  7. Het Volapük eischt streng logisch denken, bevordert daardoor het taalgevoel, en verheldert het inzicht in eigen en vreemde taal.
  8. Het Volapük klinkt helder, vol en krachtig, en leent zich daardoor in 't bizonder voor zang en poëzie.
  9. Het Volapük vereenvoudigt het mondelinge en schriftelijke verkeer op handels- en wetenschappelijk gebied.
  10. Het Volapük kan er krachtig toe medewerken, de verschillende volkeren der wereld tot elkaar te brengen, daar één eenig door allen aangenomen taal ongetwijfeld een algemeene verbroedering tusschen de menschen, en daarmede den wereldvrede zal bevorderen.

Het spreekt van zelf, dat vele personen in binnen- en buitenland zich over de voortreffelijkheid van Volapük guit hebben. Hierachter volgen enige beoordeelingen en uitspraken, waaruit de lezer kan opmaken, dat Schleyer's schepping door velen geprezen is. Moge de lezer zich door deze uitspraken gedrongen voelen, om met het Volapük kennis te maken, en zich als lid te doen opnemen in de Algemeene Nederlandsche Wereldtaalvereeniging.

KORTE SPRAAKKUNST VAN VOLAPÜK[bewerken]

1. Volapük gebruikt alleen latijnsche letterteekens.

Het alphabet bestaat uit de klinkers: a, ä, e, i, o, ö, u, ü, en de medeklinkers: b, c, d, f, g, h, j, k, l, m, n, p, r, s, t, v, x, y, z.

A, e, i en o worden uitgesproken als a, ee, ie en o in de worden: vader, kleeding, ieder, boter; ä klinkt als de e in les, nest; ö als eu in reuk; u als oe in koe en ü als uu in vuur.

Van de medeklinkers wordt c uitgesproken als dzj of de J in het Engelsche woord: John; g als de g in het Fransche woord: gant; j als zj of de j in het Fransche woord: jus; v als de w in water; x als de X in Xantippe; y als de j in jongen; en z als dz of de zz in het Italiaansche woord: mezzo.

De overige medeklinkers worden uitgesproken als in het Nederlandsch.

Elke letter wordt steeds op dezelfde wijze uitgesproken. Volapük kent geen twee- of drieklanken; staan in een woord 2 of 3 klinkers naast elkander, dan wordt elke klinker afzonderlijk uitgesproken. Bijv. rein (regen) = ree-ien; miel (honing) = mie-eel; saikul (fiets) = sa-ie-koel.

De klemtoon valt steeds op de laatste lettergreep. In gedichten mag hiervan afgeweken worden.

Hoofdletters worden aan het begin van een zin en bij eigennamen gebruikt.

2. De zelfstandige naamwoorden hebben in het Volapük het natuurlijke geslacht, d.w.z. dat alle woorden, die mannelijke wezens aanduiden mannelijk, vrouwelijke wezens vrouwelijk en alle overige onzijdig zijn. Onzijdige woorden, die levende wezens aanduiden, worden in mannelijke gewijzigd door het voorvoegsel hi en in vrouwelijke door het voorvoegsel ji. Bijv. jevod = paard, hijevod = hengst, jijevod = merrie.

Het Volapük heeft 5 naamvallen. De 1ste is het ongewijzigde woord. De 2de, 3de en 4de worden respectievelijk gevormd door aanhechting van a, e en i. De 5de nmv. (aangesproken persoon of uitroep) is gelijk aan den 1sten nmv. voorafgegaan door het woord: o en gevolgd door het uitroepteeken: !. Het meervoud wordt steeds door s gevormd.

1. fat = de vader fats = de vaders
2. fata = van den vader     fatas = van de vaders
3. fate = aan den vader fates = aan de vaders
4. feti = den vader fatis = de vaders
5. o fat! = vader! o fats! = vaders!

Verkleinwoorden worden gevormd door achtervoeging van il. BIjv. dom = huis, domil = huisje; dog = hond, dogil = hondje.


3. In Volapük worden de zelfst. naamwoorden zonder lidwoord geschreven; cil (spreek uit: dzjiel) kan dus zoowel „kind“, „het kind“ als „een kind“ beteekenen. Toch beschikt het Volapük over een lidwoord, nam: el (in 't alg.), hiel (m) en jiel (vr.), dat evenals het zlefst. nmw. verbogen wordt. Het wordt gebruikt voor een woordt, dat uit een andere taal onvertaald en ovnerbogen in een Volapüktekst is overgenomen, bijv. elogob eli ‚Piet Hein‛ = ik heb de Piet Hein gezien, of voor een Volapükwoord, dat buiten het zinsverband wordt gebruikt. Vergelijk bijv.: kat binon sügaf = de kat is een zoogdier, en el kat binon subsat = „kat“ is een zelfstandig naamwoord.


4. Bijvoegelijke naamwoorden zijn van andere woorden gevormd door achtervoeging van ik: gud = goedheid, gudik = goed; vom = vrouw, vomik = vrouwelijk.

De bijv. nmw. staan onmiddellijk achter het zelfst. nmw., en zijn dan onveranderlijk. Worden zij vóór het zelfst. nmw. geplaatst, of daarachterstaand door een ander woord daarvan gescheiden, of zelfstandig gebruikt, dan worden zij verbogen als de woorden waartoe zij behooren. Bijv. Mena gudik of gudika mena = van een goed mensch. Mani vemo gretiki = een zeer grooten man. Flors et binons jöniks = die bloemen zijn mooi.

De trappen van vergelijking worden gevormd door achtervoeging van um en ün. Bijv. smalik = klein, smalikum = kleiner, smalikün = het kleinst.

„Dan“ achter den vergrootenden trap wordt vertaald door ka.


5. De persoonlijke voornaamwoorden zijn: ob = ik; ol = gij, jij; or = u (beleefdheidsvorm); om = hij, of = zij; on = hij, zij, het (alg. onz. 3de pers.); oy = men; os = het (bij onpers. w.w.); ok = zich; od = elkander; obs = wij; ols = gij; ors = ulieden; oms = zij (m.mvd.); ofs = zij (vr.mvd.); ons = zij (onz. mvd.); oks = zich (mvd); ods = elkander (mvd.).

De bezitt. voornaamw. worden van de pers. gevormd door achtervoeging van ik: Bijv.: ob = ik; obik = mijn; ols = gij; olsik = uw.

In plaats van het bez. vnw. wordt dikwijls het pers. vnw. in den 2den nmw. gebruikt. Bijv. buk ofik of buk ofa = haar boek.

Aanw. voorn.w. zijn: at = deze, dit; et = die, dat; atos = dit; etos = dat; ot = dezelfde; it = zelf.

Betr. vnw. zijn: kel = die, welke; kelos = dat, hetwelk; ut, kel = hij, die, degene die, wie; utos, kel = datgene, wat.

Vrag. vnw. zijn: kim? (m.) kif? (vr.) kin? (alg. onz.) kis? (onz.) = wie? wat? Bijvoegelijk gebruik: kimik? kifik? kinik? kisik? = welke? Kimid? kifid? kinid? = de hoeveelste?

Uitroepende vnw. zijn: ek = iemand; nek = niemand; bos = iets; nos = niets.

Al = elk; an = eenig; öm = menig; som = zulke; bijvoegelijk gebruik: alik, anik, ömik, somik.

De pers. alsmede de andere zelfstandig gebruikte vnw. worden als het zeflst. nmw. verborgen. De bijvoegelijk gebruikte vnw. blijven onveranderd, als zijn achter het zelfst. nmw. geplaatst worden, en worden verborgen, als daarvan afgeweken worden.


6. De werkwoorden gaan in de onbep. wijs uit op ön. De persoonsvormen worden verkregen door dit achtervoegsel door de pers. vnw. te vervangen. De tijden worden gevormd door voorvoeging van (a), ä, e, i, o, u, ö, ü. Het voorvoegsel voor den onv. tegenw. tijd: a word gewoonlijk weggelaten; ä, e, en i duiden den onv. verl., den volt. tegenw. en den volt. verl. tijd aan; o en u den onv. en volt. toek. tijd en ö en ü den onv. verl. toek. en den volt. verl. toek. tijd.

Alle w.w. worden op dezelfde wijze vervoegd.

Voorbeeld: löfön = beminnen; elöfön = bemind hebben; olöfön = zullen beminnen.

1ste p.   löfob   = ik bemin       löfobs   = wij beminnen
2de ,, löfol = gij bemint   löfols = gij bemint
löfor = u bemint   löfors = u bemint
3de ,, löfom = hij bemint   löfoms = zij (m.) beminnen
löfof = zij bemint   löfofs = zij (vr.) beminnen
löfon = hij, zij, het bemint     löfons = zij (onz.) beminnen löfoy = men bemint


älöfob   = ik beminde       olöfob   = ik zal beminnen
elöfob   = ik heb bemind   ulöfob = ik zal bemind hebben
ilöfob   = ik had bemind   ölöfob = ik zou beminnen
ulöfob = ik zou bemind hebben


De wenschende wijs wordt gevormd met het achtervoegsel ös: löfobös! = moge ik beminnen!

De gebiedende wijs wordt gevormd door achtervoeging van öd: löfolöd! = bemin!

De voorwaard. wijs wordt gevromed met het achtervoogsel öv: löfoböv, if = ik zou beminnen, als; elöfoböv, if = ik zou bemind hebben, als; enz. (Men verwarre de tijden van de voorw. wijs niet met de verl. toek. tijden, welke met de voorvoegsels ö en ü gevormd worden!)

De deelwoorden worden gevormd door achtervoeging van öl: löföl = beminnende; elöföl = bemind hebbende; olöföl = zullende beminnen.

De vraagvorm wordt gevormd door achtervolging van -li (met verbindingsstreepje): löfol-li? = bemint gij?

Onzekerheid of twijfel wordt uitgedrukt door achtervoeging van -la (met verbindingsstreepje). (Deze vorm komt eenigszins overeen met de aanvoeg. wijs.) Binob nulälik, va okömom-la = ich ben nieuwsgierig, of hij zal komen (zijn komen wordt echter betwijfeld).

Het w.w. wordt in den lijdenden vorm gebracht door voorvoeging van pa in den onv. teg. tijd, en p is in alle andere tijden: palöfön = bemind worden; pelöfön = bemind zijn; palöföl = bemind wordende'; pelöföl = bemind; palöfob = ik word bemind; pälöfob = 'ik werd bemind; pelöfob = ik ben bemind; polöfob = ik zal bemind worden, enz.

Ontkenning wordt aangegeven door no: no löfob = ik bemin niet.

„Om te“ voor onbep. wijs wordt vertaald door ad: ad löfön = om te beminnen.


7. De hoofdtelwoorden zijn: 0 = ser, 1 = bal, 2 = tel, 3 = kil, 4 = fol, 5 = lul, 6 = mäl, 7 = vel, 8 = jöl, 9 = zül, 10 = deg, 11 = degbal, 20 = teldeg, 30 = kildeg, 100 = tum, 1000 = mil, 10000 = degmil, 100000 = tummil, millioen = balion, milliard = milbalion, billioen = telion, 0,1 = dim, 0,01 = zim, 0,001 = mim, 0,0001 = dimmim, 0,00001 = zimmim, 0,00000i = balyim.

1/3 = kildil bal, 2/7 = veldils tel.

1ste = balid, 3de = kilid.

Ten eerste = balido; eenmaal = balna; drievoudig = kilik.


8. Oorspronkelijke bijwoorden zijn: ai = steeds, ba = misschien, i = ook, ya = reeds....

Door aanhechting van o kunnen van andere woorden bijwoorden gevormd worden: delo = bij dag (del = dag), geiliko = hoog (geilik = hoog),....


9. Oorspronkelijke voorzetsels zijn: dis = onder, = gedurende, in = in, nen = zonder,....

Door aanhechting van ü kunnen van andere woorden voorzetsels gevormd worden: nemü = uit naam van (nem = naam), pötü = bij gelegenheid van (pöt = gelegenheid),....

De voorzetsels regeeren steeds den eersten naamval.


10. Oorspronkelijke voegwoorden zijn: e = en, u = of, if = indien, do = ofschoon,....

Door aanhechting van ä kunnen van andere woorden voegwoorden gevormd worden: büä = voordat ( = voor), güä = daarentegen ( = omgekeerd van), kodä = reden waarom (kod = reden),....


11. Oorspronkelijke tusschenwerpsels zijn: = o! = o! si! = ja! nö! = neen!....

Door aanhechting van ö kunnen van andere woorden tusschenwerpsels gevormd worden: danö! = dank je! dank u! (dan = dank), yufö! = help! (yuf = hulp),....


12. De Volapükwoorden worden onderscheiden in stamwoorden, afgeleide woorden en samengestelde woorden.

De stamwoorden zijn voor het overgroote deel ontleend aan de natuurlijke talen. De oorspronkelijke woorden zijn hiertoe meer of minder gewijzigd, ten einde ze den voor Volapük gewenschten vorm te geven: nim = dier, gad = tuin, pen = schrijfpen....

De afgeleide woorden worden door toevoeging van voor- en/of achtervoegsels gevormd: lil = oor, lilön = hooren; ted = handel, tedan = koopman; beg = verzoek, lubeg = bedelarij,....

De samengestelde woorden worden, al of niet met gebruikmaking van de verbindingsletter a of i, door samenvoeging van 2 of meer (doch het liefts niet meer dan 3) woorden gevormd: vöd = woord, buk = boek, vödabuk = woordenboek; bal = een, ston = steen, balston = monoliet...


13. De meeste voor- en achtervoegsels mogen hier een plaats vinden. Kent men de beteekenis dezer toevoegsels, dan kan men zelf van de stamwoorden vele afgeleide woorden vormen.

be- = het Nederl. voorvoegsel be-: golön = loopen, begolön = beloopen.

da- = intensievere beteekenis: labön = hebben, dalabön = bezitten.

du- = doorheen: jedön = werpen, dujedön = doorheenwerpen.

fa- = afwezigheid: blibön = blijven, fablibön = wegblijven

fe- = vernietiging: filön = branden, fefilön = verbranden.

fea- = verplaatsing: planön = planten, feaplanön = verplanten.

fi- = tot het einde: fidön = eten, fifidön = afeten.

hi- = voor vorming van mann. woorden: flen = vriend of vriendin, hiflen = vriend.

ji- = voor vorming van vrouw. woorden: leon = leeuw of leeuwin, jileon = leeuwin.

ke- = mede, met: lied = leed, kelied = medelijden.

läx- = ex-: sifal = burgermeester, läxsifal = exburgermeester.

le- = verhooging van beteekenis: dom = huis, ledom = paleis.

lu- = vermindering van beteekenis: dom = huis, ludom = hut.

lü- = door aanhuwing ontstane betrekking: mot = moeder, lümot = schoonmoeder;

ne- = het tegenovergestelde: flen = vriend, neflen = vijand.

nü- = Nederl. voorvoegsel in-: flumön = stroomen, nüflumön = instroomen.

ru- = oer-: tim = tijd, rutim = oertijd.

ze- = het midden: neit = nacht, zeneit = middernacht.

-af = geeft diernaam aan: koan = schelp, koanaf = schelpdier.

-al = personen van hoogen stand of waardigheid: presid = voorzitterschap, presidal = (staats)-president, tid = onderricht, tidal = leeraar.

-am = verrichting: gad = tuin, gadön = tuinieren, gadam = het tuinieren; log = oog, logön = zien, logam = het zien.

-an = persoonsuitgang: tid = onderwijs, tidan = onderwijzer.

-av = wetenschap: san = het genezen (van zieken), sanav = geneeskunde.

-äb = persoon, die iets ondergaat: fan = vangst, fanön = vangen, fanäb = gevangene.

-äl = geestelijke dingen: tik = het denken, tikäl = de rede.

-ef = verzamelnaam voor personen: men = mensch, menef = menschheid.

-el = persoon, die iets maakt: möb = meubel, möbel = meubelmaker.

-em = verzamelnaam: bled = blad, bledem = gebladerte.

-ep = boom: bün = peer, bünep = pereboom.

-ik = bijv. nmw.: jön = schoonheid, jönik = mooi, schoon.

-il = verkleinwoorden: son = zoon, sonil = zoontje.

-os = voor vorming van onz. woorden: gud = goedheid, het goed zijn, gudik = goed, gudikos = het goede; penön = het schrijven, pepenöl = geschreven, pepenölos = het geschrevene.

-öf = eigenschap: flen = vriend, flenöf = vriendelijkheid.

-öm = gereedschap: kupön = scheppen, kupöm = schepvat.

-öp = plaats: pot = post, potöp = postkantoor.

-ug = geschiktheid: plak = ervaring, plakug = ervarenheid.


14. Tot slot moge hier een voorbeeld volgen, waaruit men kan zien, hoe van één stamwoord, bijv. „spik“, andere woorden gevormd kunnen worden.

spik = spraak, spikod = gebabbel, het babbelen,
spikaton = spraakklank, spikodön = babbelen,
spikavif = radheid van tong, welbespraaktheid, spikodan = babbelaar,
spikavifik = rad van tong, welbespraakt, spiköf = welsprekendheid,
spikön = spreken, spiköfik = welsprekend,
spikam = het spreken, spiköfav = rhetorica, redekunde, leer der welsprekendheid,
spikamamod = spreekwijze, spiköfavik = rhetorisch,
spikan = spreker, spikül = het stammelen,
jispikan = spreekster, spikülön = stammelen,
spikäd = voordracht, spikülan = stammelaar,
spikädatidod = college, jispikülan = stammelaarster,
spikädön = voordracht houden (over), bespik = bespreking,
spikädam = het voordragen bespikön = bespreken,
spikädan = redenaar, fespikön = verspreken (den tijd),
spiked = spreuk, motto polaspikön = zich verspreken,
spikedik = de spreuk, het motto betreffende, laispikön = verder spreken,
spiket = spreekwoord, luspik = het kletsen,
spiketik = spreekwoordelijk, luspikön = kletsen,
spikot = gesprek, luspikan = kletser,
spikotabuk = boek met gesprekken, luspikot = geklets,
spikotadin = thema, onderwerp van gesprek, luspiko = met geklets,
spikotafom = gesprekvorm, dialoogvorm, luspikölo = kletsende,
spikotafomik (bijv. nmw.) = in dialoogvorm, luspikiäl = babbelzucht,
spikotafomiko (bijw. = in dialoogvorm, luspikiälik = babbelziek
spikotafomo = dialoogsgewijze, lüspikön = toespreken, aanspreken
spikotakosed = conversatietoon, lüspikan = toespreker,
spikotapük = conversatietaal, lüspikäb = toegesprokene,
spikotön = een gesprek voeren, lüspikot = toespraak,
spikotam = conversatie, onderhoud, discours, lüspikabik = toe te spreken (die toegesproken moet worden),
spikotäl = spraakzamheid, lüspikovik = die toegesproken, aangesproken kan worden, tot wien men het woord kan richten.
spikotälik = spraakzaam, nüspikön (kuradi) = (moed) inspreken,


15. Voor de volledige spraakkunst verwijzen wij naar „Gramat Volapüka“ van Dr. Arie De Jong.

UITSPRAKEN OVER VOLAPÜK[bewerken]

Het denkbeeld van een algemeene taal, dat reeds meer dan twee eeuwen lang den geest bezig hield van mannen als Leibniz, Descartes, Thomas Burnet, is een levend feit geworden. Volapük bestaat en zal vooruitgaan tot zegen voor de menschheid...

Beter dan levende of doode talen is een geheel kunstmatige, een gemaakte taal, die uitblinkt boven alle talen door lichtelijk te leeren te zijn, door zinrijke kortheid, onweersprekelijke consequentie, gezonde logica en voldoende welluidendheid; beter zulk een taal, dan een verknoeide, moeielijk aan te leeren en doode taal. En zulk een voortreffelijke taal is „Volapük“.

Dr. T. C. Winkler, Haarlem (1890).


Bovendien is Volapük even kort en krachtig als welluidend en duidelijk.

Servaas de Bruin, Den Haag (1889).


De heer Schleyer, een man van buitengewone taalkennis, die meer dan vijftig talen verstaat, waarvan hij er achtentwintig kan schrijven en spreken, was het, die juist daardoor meer dan ieder ander in staat was, bij het samenstellen zijner spraakkunst en het vormen zijner woorden, rekening te houden met de eigenaardige moeilijkheden, die verbonden zijn om een taal te maken, die voor verschillende, ja voor alle volken bruikbaar is.

J. H. Vos, Haarlem (1890).


Die taal - Volapük - is krachtiger, schooner dan eenige taal ter wereld.

J. Hirschmann, Gorinchem (1892).


Wij kunnen uit ondervinding constateeren, dat in gemakkelijkheid van aanleeren geen andere althans ons bekende taal met de Wereldtaal - Volapük - vergeleken kan worden.

U. P. Goudschaal, Scheemda (1892).


Deze nieuwe uitvinding (Volapük) kan eenmaal worden een middel tot onderling verkeer „für alle gebildete Erdbewohner“ (zooals de heer Schleyer, de uitvinder, zich uitdrukt). Het middel beveelt zich bij uitstek aan door eenvoud, gemakkelijkheid en brukbaarheid voor allerlei volken.

J. M. Vos Mzn, Rotterdam (1887).


Ik heb Volapük geleerd in evenveel uren, als ik voor het aanleeren van de Latijnsche taal jaren nodig heb gehad.

T. H. Tromp, Oudenbosch (1890).


Men kan Volapük werkelijk noemen het wonder van de 19de eeuw. Daarom raad ik iedereen aan om Volapük te leeren, om te kunnen oordeelen over haar voortreffelijkheid.

J. W. van der Linden, Breda (1890).


Uw taal - Volapük - zal zijn een zegen voor de menschheid.

K. Z., Enkhuizen (1890).


Ik correspondeer met 140 volapükisten. Het is zeer mooi, dat alle volken elkaar kunnen verstaan door middel van één taal.

J. K. P., Weenen (1890).


Ik heb de eerste gelegenheid gehad om in het Volapük te spreken (in St. Petersburg). Alle aanwezigen waren zeer verwonderd, dat ik zoo duidelijk en begrijpelijk sprak in de taal, welker klanken ik tot heden niet had gehoord. Hun verwondering kende geen grenzen, toen ik hun zei, dat ik geen andere taal, behalve het Russisch, kende. Ik ben zeer verheugd geweest, dat ik kon spreken in Volapük en eht Volapük kon verstaan.

S. M. Selegen, Trostyanetz (Rusland) (1890).


Volapük ist das einige System moderner Gedankenäusserung unter den Vorgeschlagenen, dessen Anhänger viele Hunderttausende zählt.

Dr. Ellis, Londen (1889).


Keine Erfindung der Neuzeit, weder die Dampfmaschine, noch der elektrische Telegraph, noch das Telephon.... kann sich einer so schnellen und weitgehenden Verbreitung rühmen, als gerade Volapük.

In een „Katalog über die Sonderausstellung der Weltsprachlichen Litteratur“ in Leipzig (1890).


Schleyer's Volapük, einfach, leicht, und dennoch überreich an den nötigen Formen und Ausdrücken, spricht und singt sich schön, reimt gut, ist wohltönend und doch kraftvoll, immer logisch, allgemein verständlich; kann alles, was den Verkehr, den Handel, die Wissenschaft und Kunst betrifft, genau, ohne zweideutige Nebenbedeutungen der Wörter ausdrücken; ist formenreicher und besser zu handhaben als sämtliche Sprachen, und wird, allgemein eingeführt, sich nutzbarst erweisen.

„Vom Guten das Beste“, München (1905).


Die Frage, ob eine künstliche Sprache möglich sei, hat keinen Sinn mehr, da eine solche Sprache bereits tatsächlich in Volapük vorhanden ist.

Prof. Dr. Kirchhoff, (1903).


Wir besitzen in Volapük eine Weltsprache, höchst genial konstruirt, ausgezeichnet für ihre Endabsicht geeignet, und mit dem Charakter einer lebenden Sprache ausgestattet.

A. J. Ellis, Londen (1895).


Das Volapük hat die Feuerprobe bestanden.

„Stassfurter Zeitung“ (1904).


Jede Nation soll zum Verkehre mit einer anderen Nation sich des Volapük bedienen.

Dr. M. Obhlidal, Weenen (1905).


An Volapük lässt sich nichts Wesentliches mehr ändern...

Die Weltsprache Volapük ist eine unübertreffliche, vollkommene und sehr brauchbare Erfindung, und kann ihr nur ein einziger Vorwurf gemacht werden, und zwar: die übertriebene Höflichkeit!

Prof. Dr. A. Kerckhoff, Parijs (1888).


Ich finde in der That nichts einfacher, klarer und brauchbarer als die Weltsprache „Volapük“.

E. Sch., Neuchatel (1887).


Keine Ausnahmen, leichte Erlernbarkeit, Kürze und mögliche Einfachheit, und trotzdem Klarheit in jedem Ausdrücke - mehr kann man wohl nicht von Volapük verlangen...

B. Zs., Budapest (1887).


Nicht nur als Sprache des internationalen Handels und Verkehrs ist Volapük von hohem Werte, sondern auch als Sprache der Wissenschaft.

„St. Johanner Volkszeitung“ (1892).


Zweifellos Vorhandenes und in praktischem Verkehre als trefflich Erwiesenes sollte man doch verständigerweise nicht für unmöglich erklären. Zweifellos vorhanden und erprobt ist aber Schleyer's Weltsprache.

Prof. Dr. Alfred Kirchhoff (1891).


Die Einfachheit der wenigen Regeln und die Leichtigkeit der Aussprache... macht es möglich, dasz man sich Volapük in kurzer Zeit aneignen kann.

J. J. Lübeck (1893).


Ich denke, dasz die Schleyer'sche Weltsprache (Volapük) die einzige, beste ist.

K. A., Astrachan (Rusland) (1905).


Auch für die Männer der Wissenschaft kann Volapük mit grossem Nutzen gebraucht werden.

„Deutsche Wochenschrift“, Weenen (1903)


Schleyer's Weltsprache ist die vollendetste und dennoch leichteste Sprache der Welt, formenreich wie keine und äusserst klangvoll. Sie ist ein geniales Werk und warscheinlich die grösste Erfindung des 19ten Jahrhunderts.

J. Bernhaupt, Beiroet (Syrie) (1883).


Wenn der Luftweg der idealste aller Verkehrwege genannt wird, so ist das Volapük die grösste geistige Entlastung der Jugend des Welthandels zu nennen.

C. B., Rüdersdorf (1893).


Wenn die Idee einer Weltsprache so absurd wäre, so würden nicht Männer wie Leibniz an der Lösung dieser Aufgabe so ernstlich gearbeitet haben...

Eine Kunstsprache ist keine Unmöglichkeit; ja, eine solche ist weit vollkommener, regelmässiger und leichter zu erlernen, als eine Natursprache...

Die Schleyersche Weltsprache ist mir bekannt und ich stimme den Prinzipien, auf welchen sie beruht, vollkommen bei.

Prof. Dr. Max Müller, Oxford (1892).


Jeder Einsichtige und Sprachkundige, der sich die Sprache Schleyer's ansieht, muss zugeben, dass durch sie das Problem der Weltsprache gelöst ist.

Prof. Dr. Von Soden, Reutlingen (1887).


Volapük ist das vollkommenste Produkt der Sprachwissenschaftlichen Kombinatorik.

Die Erfindung des Volapük ist für die menschliche Rede mindestens von so grossem Wert wie die der Koordinaten für die Geometrie.

Volapük ist das Friedensband für alle Völker der Erde.

Volapük ist das Vorbild des logischen Denken für alle Natursprachen.

Volapük ist die Schatzkammer, in welcher schon der grösste Teil der Vorzüge der Natursprachen enthalten ist, und in welcher mit der Zeit alle Vorzüge denselben aufgespeichert sein werden.

Prof. G. Bauer, Agram (1889).


Volapük is to language, what electricity is to space: it revolutionizes the world of commerce, and speaks in one easily-understood voice to merchants of Pekin, Madras, Alexandria and London.

August Coulon, Dublin (1888).


A scientific international language; not to supersede any living language, but to be learned next to the mother tongue, by every educated person. Formed on the general model of the Aryan family of languages, selecting from each the true and beautiful, discarding irregularities, oddities and difficulties. Perfectly regular and transparent.

Charles E. Sprague, New York (1886).


Volapük must be considered as the best and, indeed, the only solution of the great problem.

„The Eastern Morning News“ (1888).


The adoption of Volapük as the universal language, ought to prove an immeasurable boon to our foreign population.

„The Shanghai Courier“ (China) (1888).


Volapük is perfect in every respect, and thoroughly capable of filling the position of international language.

Th. P. Smith, Cairo (Egypte) (1889).


Toutes les langues parlées en Europe présentent des difficultés innombrables (verbes irréguliers, déclinaisons, prononciations, etc.) et demandent des années d'études. Il n'en est pas de même de Volapük, qui est tellement facile, qu'on peut en étudier la grammaire en quelques heures, dont chaque mot s'écrit, comme on le prononce, et qui est fort concise. Ce dernier avantage n'est pas à dédaigner pour les commerçants. Il leur fait en effet gagner du temps... dans les correspondances, et de l'argent dans les télégrammes.

„La Tribune de Mons“ (1890).


Une expression d'une certaine langue ne peut pas être traduite toujours à la lettre. Vous avez donné assez d'examples pour montrer, que la pensée est indépendante des toutes ces formes des differents languages. La pensée est une, et le Volapük est son meilleur organe.

A. Monarco, Milaan (1894).


Si une langue a jamais dû imposer quelque chose au monde commercial, c'est assurément le Volapük.

„Le Temps“ Parijs (1887).


Il Volapük è veramente una lingua semplice, eminentemente filològica, facilissima, senza alcuna irregolarità od ecceziòne, con un' unica flessione, con una sola regola di construzione, è una lingua breve, economica, concisa, precisa, ricca di parole, basta dire, che è stata appresa a scrivere senza errori in poche ore...

„L'Uniòne Sarda“ Cagliari (Italië) (1894).


Bij deze uitspraken zullen wij het laten, ofschoon
vele nog eraan toegevoegd zouden kunnen worden.
Wij geloven, dat in deze uitspraken de voortreffe-
lijkheid van Volapük voldoende is aangetoond.

EENIGE BELANGRIJKE DATA VOOR DE VOLAPÜK-VRIENDEN[bewerken]

18 Juli 1831. Johann Martin Schleyer, de uitdenker van Volapük, wordt te Oberlauda, Baden, Duitschland, geboren.

17 October 1877. Schleyer begint met zijn eerste proeve eener algemeene taal, welke hij „Völkerdolmetscher“ noemt.

31 Maart 1879. Schleyer heeft het Volapük uitgedacht en stelt de hoofdregels op schrift. Geboortedatum van Volapük.

1 Januari 1881. Schleyer geeft het eerste nummer van zijn „Volapükabled“ uit. Dit blad heeft 28 jaar lang bestaan.

12 September 1882. Eerste Wereldtaalvergadering en eerste voordracht van Schleyer over Volapük te Schemmerberg, Duitschland.

25-28 Augustus 1884. Eerste Volapük-Congres te Friedrichshafen, Wurtemberg, Duitschland.

11 September 1884. De eerste Nederlandsche Wereldtaalvereeniging wordt te Rotterdam opgericht.

1 November 1884. Het eerste Nederlandsche Wereldtaalblad „Volapükabled“ verschijnt.

6-9 Augustus 1887. Tweede Volapük-Congres te München, Beieren, Duitschland. Stichting van de Volapük-Akademie. Schleyer wordt tot directeur benoemd.

19-21 Augustus 1889. Derde Volapük-Congres te Parijs, Frankrijk. Tweedracht en scheuring in de Volapük-wereld.

1 Januari 1890. Oprichting van de Algemeene Nederlandsche Wereldtaalvereeniging.

21-22 Augustus 1890. Eerste Algemeene Vergadering van de Alg. Nederl. Wereldtaalvereeniging te Haarlem.

10 October 1890. Eerste nummer van het Volapük-maandblad „Pakamabled Nedänik“. Dit tijdschrift heeft twee jaren bestaan.

1 Mei 1893. Het eerste nummer van het orgaan der Alg. Nederl. Wereldtaalvereeniging verschijnt onder den naam van „Nuns blefik se Volapükavol“ (Korte berichten uit de Volapük-wereld). Het blad is regelmatig verschenen tot medio 1910.

Mei-November 1895. Belangrijke inzending van Volapük-litteratuur en Volapük-correspondentie door de Alg. Nederl. Wereldtaalvereeniging op de Wereld-Tentoonstelling van Hotel- en Reiswezen te Amsterdam. De Vereniging heeft voor haar inzending een eervolle vermelding verworven.

31 Maart 1899. Internationale Jubileumtentoonstelling te Arnhem ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan der Wereldtaal „Volapük“.

3 December 1910. Schleyer benoemt Prof. Dr. Albert Sleumer te Bochum, Duitschland, tot zijn opvolger.

16 Augustus 1912. Johann Martin Schleyer overlijdt te Konstanz, Duitschland. Prof. Dr. Albert Sleumer Cifal Volapükanefa.

23 April 1914. De Cifal, Prof. Dr. Albert Sleumer, plaatst een gedenksteen in den gevel van het sterfhuis van Schleyer. De gelden voor dit gedenkteeken zijn door Volapükvrienden uit tien verschillende landen bijeengebracht.

17-19 September 1929. Samenkomst te Wienacht, Zwitserland, van den Cifal, Prof. Dr. Albert Sleumer en de Academie-leden Dr. Arie De Jong en J. Sprenger ter vaststelling van de grammatica en het woordenboek van het herziene Volapük.

26 Juli 1931. Herdenkingsfeest ter gelegenheid van den honderdsten geboortedag van Schleyer te Oberlauda, Baden, Duitschland.

21 December 1931. Reorganisatie van de Alg. Nederl. Wereldtaalvereeniging.

31 Maart 1932. Verschijning van het eerste nummer van het tijdschrift „Volapükagased pro Nedänapükans“ (Wereldtaalblad voor Nederlandschsprekenden). Dit blad verschijnt nog regelmatig.

ALGEMEENE NEDERLANDSCHE WERELDTAALVEREENIGING[bewerken]

Art. 4 der Statuten.

De Vereeniging stelt zich ten doel de beoefening der Wereldtaal (het door J. M. Schleyer op 31 Maart 1879 uitgedachte Volapük) te bevorderen en haar algemeen ingang te doen vinden, zoodat zij ten slotte algemeen als de wereldtaal erkend en naast de bestaande natuurtalen in het mondeling en schriftelijk verkeer als eenig internationaal verkeersmiddel gebruikt wordt.


Art. 7 der Statuten.

De Vereeniging bestaat uit:

a. Gewone leden;
b. Donateurs;
c. Eereleden.


Art. 7 al. (1) van het H.R.

Personen of vereenigingen, die lid of donateur wenschen te worden, geven daarvan mondeling of schriftelijk kennis aan één der leden van het hoofd- of groepsbestuur.


Art. 8 van het H.R.

Gewone leden betalen een jaarlijksche contributie van f 2.50.


Art. 10 van het H.R.

Donateurs betalen 's jaars een door henzelven vast te stellen bedrag, hooger dan f 2.50.


Art. 36 van het H.R.

„Volapükagased pro Nedänapükans“ is het officieele orgaan der vereeniging.


Art. 40 van het H.R.

Het blad wordt kosteloos aan alle leden toegezonden.

Zij, die willen toetreden tot de Vereeniging, vinden op een der laatste bladzijden een inschrijvingsbiljet, waarvan zij gebruik kunnen maken.

VOLAPÜKUITGAVEN[bewerken]

Bij den heer J. G. M. Reynders Sr., Den Haag, Goudsbloemlaan 120. Postr. 199061 zijn verkrijgbaar:


Statuten en Huish. Regl. der Alg. Nederl. Wereldtaalvereeniging   f 0,25
Statuds e nomem Konömik Vpakluba valemik Nedänik ,, 0,25
Oude jaargangen van Vpagased pro Nedänapükans, per jaarg. ,, 1,50


Bij Dr. Arie De Jong, Voorschoten, Leidscheweg 39. Postr. 107174 zijn verkijgbaar:


* Gramat Volapüka, door Dr. Arie De Jong f 1,00
* Wörterbuch der Weltsprache, door id. ,, 4,00
* Leerboek der Wereldtaal, door id. ,, 1,00
Lehrbuch der Weltsprache, door J. Schmidt ,, 0,80
Hüm Volapüka, p. ex. 5 ct. p. 10 ex. 25 ct. p. 50 ex.   ,, 1,00
Volapükzegels, p. 100 st. ,, 0,50


De met * gemerkte boeken zijn ook in den boekhandel verkrijgbaar.

Abonnement op den loopenden jaargang van „Volapükagased pro Nedänapükans“   f 2,00

INSCHRIJVINGSBILJET[bewerken]

Aan het Secretariaat van de Algemeene
Nederlandsche Wereldtaalvereeniging,
Goudsbloemlaan 120. 's-Gravenhage.


Ondergeteekende 1)............................................................. wonende te 2)..................................................... wenscht gewoon lid, donateur, donatrice 3) te worden van de Algemeene Nederlandsche Wereldtaalvereeniging, tegen betaling eener jaarlijksche contributie van 4) ..........


...................................................... 5)



1) Naam en beroep.
2) Volledig adres.
3) Doorhalen wat overbodig is.
4) Contributie per kalendarjaar voor gewone leden f 2,50. Donateurs of donatrices betalen een door henzelven vast te stellen bedrag, dat hooger is dan de gewone contributie.
5) Handteekening.