Eenheid/Nummer 500/De wijze en het ei

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
‘De wijze en het ei’ door A.H. Feijs
Afkomstig uit Eenheid, nr. 500 (1 januari 1920), p. 1877. Publiek domein


[ 1877 ]

DE WIJZE EN HET EI.

Een wijze werd eens bezocht door iemand, die hem een ei voorhield en vroeg:

Gij weet zooveel, dat ge me zeker wel zult kunnen zeggen, waar dit ei begint en waar het ophoudt.

Ik zal het u zeggen, sprak de wijze, kom morgen bij mij, vóór het dag wordt.

De man was er vóór dien tijd.

De wijze ging met hem naar buiten.

Is het al licht? vroeg hij.

Neen, zei de ander.

De wijze wachtte.

Is het al licht? vroeg hij.

Neen, zei de ander.

De wijze wachtte.

Is het al licht? vroeg hij nog eens.

Het wordt licht, zei de ander, want ik kan al een beetje zien.

Nu is het heelemaal licht, want, ik zie u en het ei.

Dan zult ge mij zeker wel kunnen zeggen, sprak de wijze, waar de dag begon, daarna zal ik u het begin vat het ei aanwijzen.

Doch de man sprak: het is niet meer noodig, en ging weg, zonder te willen weten waar het ei ophield.

A. H . FEIJS.