Gedicht van Jan Huikeshoven

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
- van Johannes Hendrikus (Jan) Huikeshoven
Een gedicht van Jan Huikeshoven in een briefje aan zijn broer Wim. Het gedicht is geschreven in zijn cel in Amsterdam waar hij op last van de bezetter was gevangengezet.
Een gedicht van Jan Huikeshoven in een briefje aan zijn broer Wim. Het gedicht is geschreven in zijn cel in Amsterdam waar hij op last van de bezetter was gevangengezet.

Beste broer Wim, om in jouw stijl te blijven
Zal ik jou ook op rijm een briefje schrijven
't Is negen uur, ik lig al op mijn bed
En heb het scherm)een eindje losgezet

'k Woon in een cel (die voor één man gebouwd is)
Nu met z'n vijven, wat nogal benauwd is.
En beste broer, nu hoor je dat ik zucht
Er is hier véél, maar weinig frisse lucht.

Van gas en knallen kun je hier wat leren
Zelfs Herman zou voor sommige salueren.
En dan die zachten, waar je haast van stikt
Dat noemt met hier "Ballonetje geprikt".

Toch voel ik mijn nog steeds niet ongezonder
Dat ras der Huiken is bepaald een wonder.
Maar dat ik mij zo boven water hout
Dat dank ik toch in hoofdzaak aan mijn vrouw.

Wat die presteert gaat elk begrip te boven
Je zou soms haast aan zwarte kunst geloven.
Toch, dat zij zo voor mij steeds zwoegt en rent
Is vast voor mij een reuze compliment.

Nu Rie en Wim, 't beste en de groeten
'k Wou jullie eerdaags wel weer eens ontmoeten
Hoewel ik zit en jij niet vrij meer bent
Ik zeg maar zo, aan alles komt een end.

Zeg Wim, 't is beter in de kroeg te zitten

likken

Dan net als ik, hier in de lik te zitten.


) verduisteringsscherm.