Gezelle/Excelsior

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Excelsior van Guido Gezelle
Uit Laatste gedichten

‘k Zie liever die te bergewaard
     zijn roekloos opgeklommen,
als die, om loon, zoo zaan te vaart
     gedaan is, nederkommen.

Die stijgt, noch af - noch om en ziet
     naar die in de eerde wroeten;
noch, dwee van halze, en kust hij niet,
     of waren ‘t keizersvoeten.

‘k Zie liever die de zegevaan
     mij deur de wolken steken,
excelsior, en, voorgegaan,
     mij moed in ‘t herte spreken.

Dan zegge ik: "Op! dat ander kan
     dat wil, dat kan, dat zal ik:
geen oneere en geen' schande en kan
     mijn durven deren, valle ik."

Hooveerdigheid is valsch van doen,
     van zeggen en van zeden:
ootmoedig wille ik, ridder koen,
     tot stijgen mij besteden.

Zoo God mij helpt en gij, mijn vuist,
     op Libans hoogste kragen,
of vielender omtrent mij duist,
     nog wil, nog zal ‘k het wagen.

Kortrijk 10/5/1897