Gezelle/Rechet neerwaards

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Rechet neerwaards van Guido Gezelle
Uit Tijdkrans

Rechte neêrwaards,
ongelenigd,
valt de sneeuw; die,
     blij noch blank,
moze maakt en
moze menigt,
straten verre en
     uren lang.

Koud is ‘t, schoon de
dagen langen;
en de bijstere
     wolkenlucht
houdt den mensch bij
‘t vier gevangen,
daar hij schaars de
     vlagen vlucht.

Zal ‘t dan nooit meer,
moegeknezen,
vrij, mijn hert, van
     kommer zijn?
Zal ‘t dan nooit meer
uitgebezen,
zal ‘t dan nooit meer
     zommer zijn?

Zonnekrachten,
brandt en bluistert,
breekt de ketenen,
     schendt het graf,
daar ik zitte en,
weggeduisterd,
wachte, och arme, uw'
     stralen af!

Kan ‘t niet helpen?
Wil noch zal men
nimmer luisteren
     naar mijn' stem...?
"Hallelujah!"
hoore ik galmen,
"Christus rees: rijst
     meê met Hem!"


Guido Gezelle
(9/3/1891)