Grondwet van Suriname/Hoofdstuk 22

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
< Grondwet van Suriname/Hoofdstuk 21 Grondwet van Suriname/Hoofdstuk 22 Grondwet van Suriname/Hoofdstuk 23 >


Hoofdstuk XXII[bewerken]

Artikel 169[bewerken]

  1. Aan de districtsraad worden de regelgeving en het bestuur van de huishouding van het district overgelaten.
  2. De districtsraad maakt de districtsverordeningen die hij in het belang van het districts nodig oordeelt binnen de grenzen van de Grondwet en de wetten en voorschriften van de Regering. Bij wet wordt aangegeven ten aanzien van welke onderwerpen de districtsraad wetgevende bevoegdheid heeft.

Artikel 170[bewerken]

  1. De districtsverordeningen dienen, alvorens in werking te treden, ter kennis te worden gebracht van De Nationale Assemblée, de Regering, de Staatsraad en de betrokken Districts-commissaris.
  2. De districtsbevolking zal door middel van openbare bekendmaking in de plaatselijke dagbladen, het Advertentieblad van de Republiek Suriname en middels ter inzage legging op het betrokken Districtscommissariaat geïnformeerd worden over de inhoud van de Districtsverordening.

Artikel 171[bewerken]

  • Na de bekendmaking als bedoeld in artikel 170 heeft ieder de gelegenheid bezwaren tegen de Districtsverordeningen in te dienen bij De Nationale Assemblée.

Artikel 172[bewerken]

  1. De Nationale Assemblée kan, indien de Districtsverordening in strijd is met de Grondwet, het regeerprogramma of de geldende wetten, de Districtsverordening vernietigen.
  2. Indien De Nationale Assemblée binnen zes weken, nadat de Districtsverordening bij haar is ingediend, de Districtsraad schriftelijk heeft bericht dat door haar geen bezwaren daarover zijn gebracht, is de Districtsraad bevoegd de inwerkingtredingsprocedure in te zetten en de Districtsverordening af te kondigen, op de wijze bij wet te bepalen.

Artikel 173[bewerken]

  1. Het repressief toezicht wordt door de Regering uitgeoefend op die besluiten van de Districtsraad, die geen algemene regels inhouden. Indien deze besluiten geacht worden in strijd te zijn met het regeerprogramma of het nationaal belang, worden ze door de President geschorst.
  2. Indien na de schorsing de betreffende Districtsraad van oordeel is dat er geen strijd is met het regeerprogramma of het nationaal belang, wordt het geschil voorgelegd aan De Nationale Assemblée, die een bindend besluit neemt.