Het Nieuws van den Dag/Nummer 8382/Het feest van Dr. Cuypers

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het feest van Dr. Cuypers
Auteur(s) Anoniem
Datum Dinsdag 18 mei 1897
Titel Stadsnieuws. Het feest van Dr. Cuypers
Krant Het Nieuws van den Dag
Jg, nr ?, 8382
Editie, pg [Dag], Eerste Blad, [1-2]
Brontaal Nederlands
Bron delpher.nl
Auteursrecht Publiek domein

[1]


[...]


Stadsnieuws.

HET FEEST VAN DR. CUYPERS.

      Zooals reeds werd gemeld, vierde de Heer Cuypers gisteren zijn 70sten verjaardag. Vele vrienden en vereerders van den kunstenaar lieten dezen dag niet voorbijgaan, zonder hem en de zijnen geluk te wenschen. In de middaguren was er dan ook een ware stroom van bezoekers naar het bekende huis bij den ingang van het Vondelpark, achter de kerk. Vele bewoners van de Vondelstraat hadden door het uitsteken van vlaggen bewijzen van instemming gegeven met het feest van den man, die een groot gedeelte van deze schilderachtige omgeving als ontwerper en bouwmeester tot stand bracht.
      In het bedoelde huis, vroeger bewoond door den Heer Cuypers zelf, thans door zijn zoon, was de geheele familie bijeen. Voortdurend kwamen nieuwe bezoekers, en somtijds was de toevloed zoo groot, dat er zich een eindelooze file vormde, die, man voor man langzaam opschuivend, den jubilaris en zijne familie complimenteerde. Een oogenblik scheen het ruime huis zelfs te klein. Er kwam een deputatie van 52 oud-leerlingen en leerlingen, onder aanvoering van den Heer P. Snickers, om den gevierden leermeester hulde te brengen. Namens allen voerde de Heer Snickers het woord en bood ten slotte een prachtige oirkonde aan, waarop een opdracht met de namen van alle leden der deputatie, in een rijke versiering met miniaturen, ontworpen door den Heer Van de Pavert, chef op het bureau van den Heer Cuypers. Onder de velen, die hunne opwachting maakten, behoorden ook een groot aantal architecten; om slechts enkelen te noemen: de heeren E. Keiser, uit Maastricht, Molenaar, uit Den Haag, H. P. Berlage Nzn., Van Arkel en Eduard Cuypers, uit Amsterdam. Maar behalve deze waren ook uit het buitenland bezoekers gekomen. Tot dezen behoorde de abbé Delvigne, deken van het Gilde van St. Thomas en Lucas, te Gent, die namens deze vereeniging voor christelijke kunst, waarvan Dr. Cuypers de stichter is, hem de gevoelens van hooge waardeering en bewondering kwam overbrengen en het eerelidmaatschap aanbieden.
      Het is wel overbodig te verzekeren, dat er een menigte bloemgeschenken waren ontvangen en tal van andere stoffelijke blijken van hoogachting. Onder deze laatste vermelden we, als een uit vele, een gekleurd basrelief, de vormen weergevende van het tegeltableau aan den achtergevel van het Rijksmuseum, waarbij Rembrandt als hoofdfiguur was vervangen door Dr. Cuypers, die, eigenaardig genoeg, zijne leerlingen wast op de groote kerk te Eindhoven, in het centrum van het tableau afgebeeld De keus van dit bouwwerk wordt duidelijk, wanneer men er bijvoegt, dat dit stuk werd vervaardigd door een bewoner van Eindhoven, den 75jarigen zilversmid H. P. Hermans, die vele jaren voor den Heer Cuypers werk uitvoerde.
      Voorts een regen van brieven, telegrammen en kaartjes. En weder niet alleen uit ons land, maar ook uit den vreemde. Zoo zond de Heer Middelberg, directeur van de Ned. Zuid-Afrikaansche Spoorweg-Maatschappij, een schrijven vol waardeering, met zijn portret. Uit Paterson, in den Staat New-Yersey der Vereenigde Staten, werd een plaatselijke Nederlandsche courant ontvangen, De Telegraaf getiteld en gedateerd 27 April, waarin een oud-Amsterdammer een uitvoerige herinnering schreef aan den tijd, toen wijlen Alberdingk Thym gevestigd was in het huis: „De Zwitsersche Cantons“, in de voormalige Stilsteeg (thans Paleisstraat), de woning, waar de jeugdige architect zoo gaarne verkeerde en waar hij een trouwe levensgezellin zou vinden in de begaafde vrouw, die thans deelt in zijn roem.

      De leerlingen en oud-leerlingen vereenigden zich later in den middag in het „Hôtel de l’Europe“ aan een gemeenschappelijk feestmaal, dat uit den aard der zaak een besloten karakter droeg. Tegen negen uur kwam ook de jubilaris met de zijnen, werd naar de feestzaal geleid en nam aan de eeretafel plaats, terwijl een achter groen en bloemen verscholen orkest een feestmarsch uitvoerde.
      De Heer De Pollen, als ceremoniemeester optredende, sprak allereerst woorden van welkom. Hij getuigde van de groote voldoening, welke allen gevoelden, omdat zij heden een bewijs van hunne erkentelijkheid konden aanbieden, maar bovendien voor de aanwezigheid van den jubilaris. Dit samenzijn zou de aanwezigen onvergetelijk blijven.
      De Heer Jac. van Straaten sprak, namens alle aanzittenden, den jubilaris toe en bracht den gevierden meester de verzekering van aller dankbaarheid, erkentelijkheid en bewondering. In het bijzonder dankte spr. daarbij voor het schoone voorbeeld, door Dr. Cuypers zijnen leerlingen gegeven door onvermoeide werkzaamheid, door karakter en energie, maar vooral ook als christen-patroon. Ten slotte wenschte de spreker den meester toe, dat het hem mocht gegeven zijn nog vele jaren te leven in de krachtige


[...]


[2]


[...]


arbeidzaamheid, die allen ten voorbeeld was, en eindigde zijn dronk met een heilwensch voor den jubilaris en zijne familie.
      Dr. Cuypers antwoordde met weinige woorden, op de eenvoudige, bescheiden wijze, die hem eigen is, en dankte daarbij allen voor de sympathie en waardeering, welke hij van zijne leerlingen op dezen dag mocht ondervinden.
      Hiermede was het meer officieele gedeelte van den avond geëindigd en volgde een gezellig samenzijn, waarbij nog menig hartelijk woord werd gesproken.

      Hedenochtend is in het Rijksmuseum de meer algemeene hulde gebracht. Elders in dit nommer geven wij daarvan nader verslag. Hier volgt een beschrijving van het album, dat den jubilaris werd aangeboden:
      Het prachtige album is vervat in een geel kalfslederen band, geheel uit de hand gesneden, gedreven en geciseleerd door den Heer Jos. Merekelbagh, te Utrecht, en uitgevoerd in laat-gothieke vormen. In het midden staat het in goud en kleuren bewerkte wapen van den jubilaris met zijn devies: „Credo. Amo, Speco“. Daar overheen liggen rijk bewerkte bordures, in een granaat appel-motief uitloopend naar de vier hoeken welke met gedreven zilver zijn beslagen door den Heer J. Brom, te Utrecht.
      Op het eerste blad, geheel in harmonie met den band, weder de stijlvormen der Vlaamsch-Nederduitsche laat-gothiek vertoonende, ziet men Architectura op een troon zitten, overhuifd door een rijk in goud en bruin uitgevoerd baldakijn. Om haren troon zijn vrouwenfiguurtjes geplaatst: Sculptura, Pictura, Beeldhouwkunst, en Schilderkunst, goud en ijzersmeedkunst beneden het Ned. wapen, boven het St. Lucas-wapen met drie schilden: het ware, het schoone, het goede.
      Op deze bladzijde begint de opdracht met de woorden:
      „Aan Dr. Petrus Josephus Hubertus Cuypers, den grooten bouwmeester.“
      Daaronder en daarboven St. Willebrord als vertegenwoordigende de kerkelijke en de burgerlijke bouwkunst, die de jubilaris niet alleen in ons land, maar ook in België, Pruisen, Beieren, Noorwegen, Zwitserland en Hessen uitvoerde. De wapens dier landen zijn opgehangen aan de takken van een laurierboom. In de bordure naast de opdracht een randversiering met paarlen en steenen, welke het geheel omlijst. Dit alles is zeer rijk in goud en kleuren bewerkt en uitgevoerd in den stijl der miniaturisten van de 11e eeuw, naar het te Venetië bewaarde Breviarum Grimani en Hollandsche en Vlaamsche kunstenaars Hans Memling en Gerard van der Meire. Het tweede blad met de voortzetting van den tekst is meer ornamentaal gehouden. Op schuine goudbanden, afgewisseld door zwart, is een paarsch bladornament geschilderd. Op het zwart en onder het goud heen een laurierboom, geteekend met het monogram van Dr. Cuypers en de attributen van den architect. ’t Geheel als omlijsting voor de volgende tekstwoorden als voortzetting van de opdracht:
      „die oude monumenten herstelde en nieuwe monumenten schiep, de bouw-, schilder- en beeldhouwkunst in harmonische orde en schoonheid deed samengaan, stoffeering en versiering tot hooge kunst verhief, bieden zijne vereerders en vrienden op den 70sten verjaardag zijner geboorte de verzameling en beschrijving zijner kunstwerken, hem ter eere, den tijdgenoot ter herinnering, het nageslacht ter leering.“
      Daaronder staat het wapen van Amsterdam met den datum: „16 Mei 1897“. Op het derde blad is op een groen fond, in bruin, wit en goud, met de pen een voorstelling geteekend. Een vrouwenfiguur, in de manier van Lucas van Leiden, met een rol in de eene en een granaatappel in de andere hand, is omgeven door twee bouwwerken, de O. L. Vrouwekerk te Roermond, het eerste werk van den jubilaris, en een zijner jongste werken, het kasteel Haarzuilen, waarbij de zinspreuk: „ad multos amos“.
      Hierna volgen op 20 perkamenten bladen, met fraai versierde beginletters, rijk afwisselend in kleuren en lijnenspel, de namen der tallooze deelnemers in de hulde, in alphabetische volgorde gerangschikt.
      Het album werd ontworpen door den Heer O. Mengelberg, te Rijzenburg; het eigenlijke bindwerk verrichtte de Heer J. C. Mensing, te Amsterdam. De reeds genoemde Heer Merckelbagh vervaardigde den band en tegelijk de kunstig gebeeldhouwde cassette in gothischen stijl, waarin het geheel is besloten.

      Het programma van de feestelijkheden te Roermond is thans als volgt vastgesteld:
      Woensdagnamiddag te 5 uren worden Dr. Cuypers en de zijnen van het station afgehaald door de feestcommissie, de Kon. Harmonie, benevens een aantal vereenigingen en corporaties. Het Gemeentebestuur van Roermond zal bij deze feestelijke ontvangst vertegenwoordigd zijn door de raadsleden Dr. Leurs en Ch. Nicolas. Van het station gaat de stoet naar het Stadhuis, waar de jubilaris zal worden ontvangen door het geheele Gemeentebestuur en waar de eerewijn wordt aangeboden. Daarna gaat men in optocht van het Stadhuis naar de woning van Dr. Cuypers. Des avonds om 9 uur is er fakkeloptocht, een serenade door de Kon. Harmonie en door Roermond’s Mannenkoor.
      Donderdagochtend te halftien wordt de Heer Cuypers weder van zijne woning afgehaald door het bestuur der Munsterkerk, de Harmonie, de feestcommissie, enz., teneinde hem naar de Munsterkerk te geleiden; om 10 uur aldaar plechtige Hoogmis met pontificale assistentie, door Mgr. Boermans, bisschop van Eoermond. Na de H. Mis terugtocht naar de woning. Van 12 tot 2 uur wordt er receptie gehouden.
      Het Gemeentebestuur heeft besloten de straat, waarin het huis van den Heer Cuypers staat, te herdoopen met zijn naam, als dien van een van de verdienstelijkste zonen der stad.